Polis - Cyprus (2008)

Een rolstoeltoegankelijk pad langs de zeelijn, tussen de palmbomen. Op de achtergrond enkele rolstoelers.

Geschreven door Pieter
Cyprus, 19/10 tot 2/11/08

De heenreis

We treffen elkaar aan de incheckbalie in Zaventem, twee uur voor vertrek. Karen en ik zijn er helemaal gerust in, want Veerle en Daniël hebben de reis grondig voorbereid. Veerle bezorgde touroperator Thomas Cook alle nodige inlichtingen over haar elektrische rolstoel: gewicht, afmetingen, batterijtype,… Ook haar tillift gaat mee, gelukkig zonder meerkosten. Ik hou het bij een manuele rolstoel. Doordat ik in het vliegtuig zelf naar mijn plaats kan, met mijn krukken, heb ik niet zoveel assistentie nodig…
Maar blijkbaar zijn de afspraken niet goed doorgekomen. Aan de incheckbalie wordt men zenuwachtig van onze hulpmiddelen. Alles wat we vooraf gemeld hebben, wordt nog eens opnieuw gevraagd. Aan de gate moet men in allerijl assistentie optrommelen. Ook voor nog 5 andere passagiers met een beperking was er tot op dat moment geen hulp voorzien. In het vliegtuig heeft men geen weet van de afgesproken zitplaats voor Veerle.

Daniël vraagt of hij mee mag om de elektrische rolstoel van Veerle te helpen laden. Zo’n stoel is een erg delicaat en onmisbaar hulpmiddel en in het verleden is dit al vaker een goede regeling gebleken. Maar ook hierover weet men van niets. Daniëls aanbod wordt resoluut afgewimpeld: “Dat mag niet voor de veiligheid, mijnheer. Bovendien zijn wij hier allemaal goed opgeleid.” Net op dat moment ziet Daniël hoe een medewerker probeert de elektrische rolstoel op te tillen bij de armleuningen. “Stop! Zo maak je die rolstoel kapot,” waarschuwt Daniël, maar hij krijgt een ontstellend antwoord. “Rustig maar, mijnheer. Dat ding is toch verzekerd…” Zelfs als dat zo zou zijn (niet dus), zou de ellende niet te overzien zijn als de rolstoel stukging, maar dat beseft deze medewerker niet.
Ook na de landing in Pafos dreigt het fout te gaan. Daniël moet machteloos toezien hoe een lader de zware rolstoel in zijn eentje probeert op te tillen en hem niet kan houden. De elektrische rolstoel stuikt een halve meter naar beneden. Het mag een wonder heten dat alles daarna nog werkt.

Onze stek

We worden in de luchthaven opgewacht door Andreas van C&A Apartments in Polis (www.ca-tourist-apts.com.cy). Met de aangepaste minibus bereiken we ons vakantieadres in een goeie drie kwartier. De rest van de familie verwelkomt ons op het terras: zoon Chris – zelf rolstoelgebruiker –, zijn zus Nitsa en moeder Eva onthalen ons met zelfgebakken cake, vader Andreas heeft met de citroenen uit de tuin limonade gemaakt.
C&A Apartments bestaat uit 7 tweepersoonsstudio’s en een groot appartement waar je met 6 in kan. Bovendien wordt net de laatste hand gelegd aan een nieuwe vleugel, waar nog eens twintig gasten zullen terechtkunnen. Karen en ik krijgen een plekje met uitzicht op het zwembad (met zwembadlift), net als Veerle en Daniël die naast ons logeren. In onze studio zijn twee eenpersoonsbedden bijeengeschoven, de ruime badkamer heeft en inrijdbare douche en de nodige handgrepen. We hebben ook een eigen keukentje, zodat we zelf ons potje kunnen koken. Er is een gloednieuwe supermarkt vlakbij, maar ook enkele kleinere voedingswinkels. We kiezen enkele keren voor het aangeboden ontbijt (6 euro) bij het zwembad. Het water is al behoorlijk afgekoeld sinds de zomer, maar wie geen koudwatervrees kent, waagt toch nog een duik.  Een Brits gezinnetje komt nauwelijks uit het zwembad, maar zelf hou ik het liever droog.

Polis is een kleine kustgemeente, lang niet zo toeristisch als Pafos, maar je vindt er allerlei restaurantjes en cafeetjes samengetroept in het centrum. Wij logeren even verderop. Onderweg zien we vooral hoge voetpaden, soms met een (steil) hellend vlakje. Het blijkt eenvoudiger om gewoon langs de kant van de weg te rijden, vooral omdat de chauffeurs het hier normaal vinden om een rolstoeler op straat te zien. Onder impuls van Chris is de gemeente goed voorzien voor mensen met een handicap. Je vindt er behoorlijk veel toegankelijke gebouwen, onder meer een publiek toegankelijk toilet in het centrum.

Boottocht

Vroeg opstaan, want Chris regelde een boottocht naar de zogenaamde ‘Blue Lagoon’ (voor de filmliefhebbers, Brooke Shields is er niet bij). Voor 20 euro per persoon krijgen we een zitje op een boot met glazen bodem. “Dit schip is niet aangepast voor rolstoelgebruikers” staat er op een bord, maar dat valt eigenlijk wel mee. Je moet inderdaad over een trede om aan boord te gaan en het toilet benedendeks is niet aangepast. Maar aan de aanlegkade vind je een taverne met aangepast sanitair. Grote troef aan boord is een soort van zwembadlift voor rolstoelgebruikers. Iedereen die dat wil, kan het aangenaam warme water van de Middellandse Zee in. De Dode Zee ligt vlakbij, zodat ook hier het water uitzonderlijk veel zout bevat: je blijft er moeiteloos in drijven.
Het benedendek met doorzichtige bodem bereik ik via 4 plus 6 treden. Even later is ook een Britse rolstoelgebruikster afgedaald om de zeebodem, de visjes en het rif “live” te bekijken.
Terug aan wal nemen we niet de minibus terug naar het hotel. We besluiten langs het strand huiswaarts te wandelen. Er ligt een goed berijdbaar wandelpad. Het houten pad naar de vloedlijn ligt er alleen tijdens het hoogseizoen. Van Chris heb ik een elektrische scooter geleend, dus hoeft Karen vandaag geen rolstoel te duwen. Chris heeft allerlei materiaal ter beschikking: rolstoelen en scooters, maar ook andere nuttige hulpmiddelen. Onze ervaring van de heenreis leert dat dit geen overbodige luxe is: je hoeft niet alles mee te sleuren en mocht er iets onderweg iets mislopen, dan heb je hier tenminste nog een alternatief. Thuis heb ik ook een scooter, dus gaat de rit langs het strand mij goed af. Maar onderweg doemen grijze wolken op. Even later vallen de eerste dikke druppels. Veerle en ik geven allebei vol gas (zo solidair zijn we nu ook weer niet). Onze valide partners bereiken enkele minuten na ons een overdekt terras aan de camping. Even later komt Andreas ons met de minibus tegemoet. Toen hij de regenwolken zag, besloot hij ons te komen ophalen. Die wandeling doen we later nog wel eens.

Cross-country

Karen heeft zin om erop uit te trekken en ook Daniël lijkt dat wel wat. Dus huren ze elk een fiets en doorkruisen de omgeving, terwijl Veerle en ik er een zonnige rustdag van maken. Cyprus begint zich ook op het vlak van fietstoerisme op gang te trekken, hebben we gehoord, al moeten de meeste Cyprioten zelf niet veel van de tweewieler hebben. Onze twee fietsers ontdekken al vlug dat de fietsroutes hier nog vaak naadloos in het landschap opgaan. Anders gezegd, het draait voor hen uit op een stevige cyclocross door akkers en velden, op zoek naar wat vanuit de verte een fietspad leek.
Later huren we een terreinwagen voor enkele verdere uitstappen. Meestal trekken we er met ons vieren op uit, maar het kan ook fijn zijn om eens met twee een ritje te maken. Zo wagen Karen en Daniël zich een namiddag op het Akamas-schiereiland. Het gebied combineert de functie van uniek natuurgebied met die van oefenterrein voor het Britse leger. Een hele evenwichtsoefening, lijkt ons. Ook de rit doorheen dit gebied vergt enig evenwichtsgevoel. Zelfs voor een ervaren bestuurder met een 4x4 blijkt het geen kleinigheid om hier doorheen te navigeren.

Beestjes

We maken een uitstap naar Kourion, waar heel wat Romeinse en antiek-Griekse overblijfselen te vinden zijn. Tussen de verschillende archeologische sites liggen goed berijdbare paden. Echt indrukwekkend is het forum: een prachtig gerestaureerde tribune vanwaar je uitkijkt op de Middellandse Zee.
Katten zijn alomtegenwoordig in Cyprus. Overal waar we komen, treffen we zwerfkatten aan, die om restjes aan tafel bedelen (of gewoon pakken wat ze willen). De legende wil dat er ooit 100 katten werden ingevoerd om het eiland te bevrijden van de slangen. Het plan is gelukt, in die zin dat je niet veel slangen meer tegenkomt.
Op de terugweg ligt het Sint-Nicolaas Kattenklooster (Agios Nikolaos Ton Gaton), dat aan de nazaten van de slangenjagers gewijd is, maar we gaan er niet binnen. In de plaats daarvan rijden we naar het zoutmeer vlakbij, een weidse vlakte waar je nauwelijks iemand tegenkomt. Dit is een ideale plaats om de linkshandige besturing van de auto gewoon te worden. Aangezien Cyprus vroeger Brits mandaatgebied was, wordt er nog altijd links gereden. De bestuurder zit rechts in de auto en moet met de linkerhand schakelen. Ruitenwissers en richtingaanwijzers staan op dezelfde plaats als bij een Belgische auto. Tot eind oktober kun je hier ongestoord rond tuffen, daarna neemt een bont gezelschap van trekvogels het gebied over: roze flamingo’s, blauwe reigers en nog een massa kleurrijke wintergasten.
Onderweg naar Lemessos (Limasol) houden we halt bij de plaats waar “volgens de overlevering” Aphrodite (alias Venus) uit het schuim van de zee geboren werd. Tijdens een vorig bezoek aan dit eiland trapte ik in de reuze-toeristenval, genaamd Aphrodite’s Bath. Volgens dezelfde overlevering (lees: de toeristische dienst) placht de liefdesgodin er te baden. Ik trof er toen na heel wat gestrompel over oneffen terrein een onnozel bronnetje aan: een absolute miskleun. Nu houd ik dus mijn hart vast voor deze “geboorteplaats”. Maar kijk, je ziet er enkele romantische rotsen boven het water uitsteken, een beetje zoals de Twelve Apostles in Australië. Het levert leuke foto’s op. Bovendien is de nabijgelegen taverne “Petra Tou Romiou” uitzonderlijk goed aangepast aan rolstoelgebruikers. Er loopt een niet te steil hellend vlak naar de ingang en binnen vinden we niet alleen een tafeltje met uitzicht op de rotsen, maar ook een ruim toilet met opstelruimte links naast het toilet en twee handgrepen. We kiezen voor een eenvoudige snack en zijn tevreden over onze keuze.

Feest

Eind oktober is een topperiode voor wie van vers fruit houdt: citroenen, limoenen, bananen, granaatappels, maar ook olijven en noten zijn rijp voor de oogst. Al dat lekkers komt uitstekend van pas als onze gastfamilie een feestje bouwt. En er wordt nogal wat afgefeest, tijdens ons verblijf! Op 28 oktober wordt in dit deel van Cyprus de Griekse nationale feestdag gevierd. Daar hoort een parade van de plaatselijke schooljeugd bij. Op het tuinterras verzamelt de hele uitgebreide familie rond de tafel. Het blijkt een zeer internationaal gezelschap, want de Cyprioten zijn over de hele wereld uitgezworven. Iedereen is welkom. Het duurt dus niet lang, of we worden vriendelijk maar kordaat uitgenodigd om mee aan te schuiven. Zoiets kun je niet weigeren.
Ook verjaardagen krijgen veel aandacht bij C&A Apartments. Vader Andreas bracht uit Zuid-Afrika een ingenieus barbecuesysteem mee, dat ervoor zorgt dat alles gelijkmatig boven het houtskoolvuur gebraden wordt. Aan zijn kookkunsten en de Grieks-Cypriotische specialiteiten van Eva en Nitsa kun je gewoon niet weerstaan. Zo’n avondlijk festijn is ook een ideale gelegenheid om andere gasten wat beter te leren kennen.

Bergen

Tijdens onze daguitstap dwars door het Troödosgebergte rijden we naar het prestigieuze Kykkosklooster (Panagia tou Kykkou). Onderweg kan achter elke bocht een tegenligger opduiken. De wegen zijn hier erg smal, soms te smal om twee wagens te laten kruisen. Nu het seizoen op z’n einde loopt, lijkt de kans op tegenliggers kleiner, maar juist dat maakt de weg verraderlijk.
Kykkos staat bekend als het rijkste klooster ter wereld, heeft Eva ons verteld. Ook vandaag nog geldt het als een heuse machtsbasis in de Cypriotische samenleving.
Voor het eerst ontmoeten we hier andere Belgen. Zij vragen prompt aan Veerle en mij of we hier met een groep van Ziekenzorg zijn. We realiseren ons dat 1) Ziekenzorg zich nog geen zorgen hoeft te maken over zijn naambekendheid en 2) dat twee rolstoelers op vakantie nog steeds verondersteld worden om met een groep te reizen.
Tijdens een dagtrip is de ontdekking van een aangepast toilet altijd meegenomen. Hier in het klooster hebben we geluk. De toiletmijnheer (geen pater) raadt zowel Veerle als mij het herentoilet aan. De man blijkt zelf een rolstoelgebruiker in de familie te hebben, dat helpt. Het 19de-eeuwse klooster is bekend voor zijn muurschilderingen in felle kleuren. Omdat de meesten van ons het museum al eerder bezocht hebben, slaan we het deze keer over. Karen en Daniël nemen nog wel een kijkje binnen in de oogverblindende kerk. Normaal zouden Veerle en ik er via de rolstoelingang binnen kunnen, maar de politieman die ons zou moeten binnenlaten is niet op post (tot grote ergernis van Eva, als ze er ‘s avonds van hoort).
We vervolgen onze bergtocht langs allerlei onooglijke dorpjes, richting Pano Platres. Podromos schijnt het officieel hoogstgelegen dorp van Cyprus, Pedoulas herkennen we van op grote afstand aan het monumentale kruis dat er is opgericht.
Maar net op tijd bereiken we de voet van het gebergte. De avond valt snel in Cyprus en straatverlichting is hier schaars.

Hoofdstad

We wagen ons steeds verder van onze uitvalsbasis. Zo kiezen we op een mooie dag voor een trip naar Nicosia (of Lefkosia, zoals elke Cyprioot zijn hoofdstad noemt). Het is de laatste verdeelde hoofdstad van de wereld – Jeruzalem even buiten beschouwing gelaten. De Groene Lijn, een ondoordringbare zone zoals die vroeger ook bij de Berlijnse muur te vinden was, scheidt noord en zuid. Vredestroepen van de VN zien toe op de gespannen vrede. Sinds april van dit jaar is het echter mogelijk om de oude Lidras-winkelstraat door te wandelen tot in het Turkse gedeelte. Shoppen blijkt ook veruit de belangrijkste reden waarom Grieks-Cyprioten de hoofdstad bezoeken.
De rit vanuit Polis duurt ongeveer 2 uur. Al van ver zien we een reuzachtige Turks-Cypriotische vlag die op een berg is geschilderd. We vinden enkele voorbehouden parkeerplaatsen aan het oude ziekenhuis, bij het stadspark. We hebben onze blauwe kaart bij en parkeren dus gratis.
Tijdens onze lunch krijgen we een goede tip: vlakbij in het Debenhams-gebouw (in de Lidrastraat) vind je op de zesde verdieping een cafetaria met (krap) aangepast toilet en als je de lift naar de elfde verdieping neemt, krijg je een uniek panorama over de volledige stad. We betalen 85 eurocent per persoon; alleen wie in uniform is, mag gratis uit het raam kijken. Bij elk venster vind je uitleg over de gebouwen die je van daar uit ziet.
Terug met onze voetjes op de begane grond, wagen we de oversteek die tot voor kort ondenkbaar was. Aan de Turkse zijde dienen we onze identiteitskaart te tonen en onze naam en nationaliteit te noteren. Het document wordt bij onze terugkeer afgestempeld. En hoe is het nu aan de andere kant? De echte “andere kant” krijg je al kuierend door de winkelstraat niet te zien. Je merkt natuurlijk dat het schrift er anders is, maar verder... Ze houden hier bijvoorbeeld van dezelfde koffie en zoetigheden, alleen de naam verschilt. Maar onderhuids zit het wederzijdse wantrouwen ontzettend diep. Onze Belgische federale twistpunten zijn daar maar klein bier tegen.
Opnieuw aan de Griekse kant zoeken we onze weg naar enkele bezienswaardigheden in het zuidoosten van de stad. Tot onze verbazing is het kolossale monument voor aartsbisschop Makarios verdwenen. Blijkbaar zoekt men er een nieuwe bestemming voor. Zouden de tijden dan toch aan het veranderen zijn? Alle musea blijken inmiddels gesloten, dus keren we terug naar onze auto. Onderweg wanen we ons in vijandelijk gebied: de voetpaden vormen vaak serieuze obstakels en, anders dan in Polis, heeft Koning Auto hier geen oog voor ons. Op straat rijden blijkt hier bijzonder hachelijk.

Terugreis

Stilaan wordt het tijd voor onze terugvlucht. Karen besluit het onderste uit de kan te halen. Ze staat de ochtend voor ons vertrek om 6.30 uur op, voor nog een laatste duik in de Middellandse Zee.
Na een laatste ontbijt voert Andreas ons naar de luchthaven. Met de negatieve ervaring van de heenreis in gedachten, bereidt Veerle zich mentaal voor op een nieuw rampscenario. Maar bij onze aankomst in de luchthaven van Pafos krijgen we deze keer meteen twee assistenten aan onze zijde. Na het inchecken hebben we nog ruim de tijd. In de transitzone ontmoeten we een Brusselse dame die er ook tijdens de heenreis bij was. Zij zoekt hier meer dan eens per jaar de zon op. “De luchthaven wordt zienderogen beter toegankelijk. De eerste keer dat ik hier kwam, droeg er nog iemand mij over zijn schouder het vliegtuig uit,” herinnert ze zich.
Bij het inschepen is er deze keer een supervisor die alles van begin tot einde coördineert. Hij vindt het een goed idee dat Daniël even meehelpt om de rolstoel correct te laden en bedankt hem daarna voor de moeite. Na de landing in Brussel houlden we wel weer even ons hart vast, want de rolstoel is al weer uitgeladen voordat Daniël erbij raakt: de besturing was losgekoppeld, dus kan het zeker niet eenvoudig geweest zijn om ermee tot aan het vliegtuig te rijden. Gelukkig is alles goed gegaan.
Nog een belangrijk verschil met Cyprus: hier in België is het een dikke 15 graden frisser. We halen onze trui uit de handbagage en nemen afscheid.

Dag Cyprus. Yasou! Tot ziens! In onze herinnering geurt de lucht naar barbecue, want de zomer duurt er lekker lang.

Hoe goed vond je dit reisverslag?: 
Nog geen stemmen