De hoogvlakte en pampa's van Bolivia

Een dame met typisch Boliviaanse bolhoed.

El Altiplano de Bolivia - 03/09 tot 30/09/2010

Streek: Altiplano en pampa’s
Traject: Sucre, Potosi, Tupiza, Uyuni, Sajama N.P., La Paz, Rurrenabaque, Pampatour

Ik reisde met mijn partner als onmisbare hulp bij het voortduwen, soms heel steil omhoog en bij het tegenhouden van de rolstoel. Dit was trouwens niet ons eerste bezoek aan het land: in het jaar 2000 reisden we vanuit Peru tot in Copacabana.

Inleiding

Het transport naar Bolivia boekten we bij Joker Antwerpen. We vlogen met American Airlines, LAN Chile en Iberia. De service bij AA was prima, maar bij LAN en Iberia is die heel ver te zoeken, of zelfs onbestaande.
Heen en terug kostten de vluchten € 993,00 + € 50,88 luchthaventaks + € 10,00 dossierkosten = in totaal € 1.053,88 p/p
Binnenlandse verplaatsingen:
Vlucht La Paz / Sucre US$ 78,60 p/p taksen inbegrepen
Vlucht La Paz  / Rurrenabaque US$ 143,00 p/p
Lijnbus:: Potosi  / Tupiza Bs. 80 p/p
Huurwagen met chauffeur: 3 dagen vanaf Uyuni  / La Paz US$ + Bs. 2.800

We logeerden in hotels en hostals, uit noodzaak door mijn handicap.
Ons totale reisbudget per persoon, transport inbegrepen bedroeg € 2.654,62.
Het algemene prijspeil in het land is goedkoop. Slapen in simpele hostals en eten met de plaatselijke bevolking is spotgoedkoop. Wanneer je iets beter wil, betaal je heel wat meer en daarom heb je niet altijd meer luxe. Een wagen met chauffeur is vrij duur.

We betaalden met US$ en lokale munt die we ter plaatse wisselden voor euro’s. In enkele gevallen betaalden we met MasterCard, want in de meeste gevallen worden er 10% kosten aangerekend.
De bankbiljetten ben je vlug gewoon, de muntstukken kunnen verwarring zaaien.
Koers: 1 € = +/- Bs. 9,48 - 1 US$ = +/- Bs. 7,05
Of je zwart kan wisselen, weet ik niet, maar ik zou het in ieder geval afraden. De Zuid-Amerikanen zijn zeker op dit gebied niet te vertrouwen.

Opgelet: Indien je in Zuid-Amerika met je credit card(MasterCard of Visa) betaalt, geef ze niet uit handen. Wij hebben het één keer wel gedaan, op de luchthaven in Santiago de Chile en kregen nadien telefoon van de Bank Card Company of we in de U.S.A. massaal inkopen gedaan hadden en dat terwijl wij er niet geweest waren. Waarschijnlijk is de kaart op de luchthaven gekopieerd en naar de U.S.A. gevoerd.

Infobronnen:
Lonely Planet Bolivia 4/2010 ISBN 978-1-74104-998 5
Footprint 11/2008 ISBN 978-1-906098-21 6
We hadden geen wegenkaarten mee en gebruikten in de steden de stadsplannetjes, die we kregen bij de Dienst van Toerisme en in de hotels.
Nuttige websites:
Binnenlandse vluchten: www.amaszonas.com en www.aerosur.com
Info per regio over reisbureaus en accommodatie: www.gbtbolivia.com
Info over transport en reisbureaus: www.bolivianet.com
Wij consulteerden meerdere websites, enkel de nuttige zullen in het verslag te vinden zijn. Hier en daar zal je wel een minder degelijk iets vinden, maar dan vermeld ik het er zeker bij.
We gebruikten ook reisverslagen van Wegwijzer Reisinfo: BOL102, 114, 115, 130, 131, 132.

Inreisvoorwaarden:
Paspoort dat nog minstens 6 maanden geldig is na terugkomst.
Als je via de V.S. naar Bolivia afreist, moet je je in regel stellen via het Esta-formulier, dat 2 jaar geldig is en US$ 14 kost.

Reisverzekering
Naast Eurocross van het ziekenfonds hebben we altijd de reisverzekering van VTB zonder wagen. Deze reisverzekering kostte € 74,00(€ 94,00 - 20% als lid van Wegwijzer).

Veiligheid
We hebben ons op geen enkel ogenblik onveilig gevoeld in Bolivia. Als vrouw moet je natuurlijk niet te pronk lopen met al je sieraden, dit is om moeilijkheden vragen.

Gezondheid
Tegen hoogteziekte namen we Diamox, verder namen we geen speciale voorzorgen. Met DTP zijn we altijd up to date.

Klimaat
Zonnig en warm tijdens de dag, wanneer de zon onderging werd het heel wat koeler en in de hogere regionen vroor het ’s nachts tot - 10°.

Globale waardering
Deze reis is voor ons heel geslaagd. We zijn moe maar voldaan terug thuis gekomen.

Enkele gegevens over ons:
Jozef Somers en Marie-Claire Meesemaecker
Kard. Cardijnstraat 52
2840 Rumst
Tel.: 03/888.04.56
E-mail: somers.jozef@skynet.be en somersjozef@hotmail.com

Andere reizigers mogen contact met ons opnemen. Als mindervalide en persoon op rust ben ik meestal thuis aan te treffen. Aangezien mijn spraak niet altijd door iedereen goed verstaan wordt, is het aangewezen vooraf contact op te nemen via mail, om eventueel af te spreken wanneer je bij ons terecht kunt. Meestal lukt het na 19u, dan kan Marie-Claire geïnteresseerden te woord staan om inlichtingen en tips door te geven.

Logies: ligging, prijs en toegankelijkheid

-    El Hostal de Su Merced, Azurduy 16, Sucre
 Tel/Fax: 591/4-644.27.06 - 644.51.50 - 691.25.47 - 691.20.78
 Website: www.desumerced.com
 E-mail: sumerced@entelnet.bo , reservas@desumerced.com
El Hostal de Su Merced ligt een tweetal blokken van de Plaza 25 de Mayo en tegen de kerken Felipe de Neru en La Merced. Je kan het zo stellen, dat we bijna in het volle centrum logeerden. Voor een vrij ruime kamer(drie eenpersoonsbedden) betaalden we Bs. 360/nacht voor de eerste drie nachten en later Bs. 353/nacht voor de volgende drie nachten, ontbijtbuffet inbegrepen. Wij betaalden er met MasterCard zonder kosten en zonder de kaart uit het oog te verliezen. We reserveerden er een kamer via e-mail en kregen vrij vlug een antwoord. Alleen kamer 2 op het gelijkvloers kan min of meer gebruikt worden door minder mobiele personen. Er zijn nog kamers die zouden lukken, maar die liggen verspreid op de verschillende verdiepingen en er is geen lift. De bedden zijn vrij hoog, wat voor mij ideaal was. De kleine badkamer had naast een moeilijk bereikbaar laag toilet, een onderrijdbare lavabo, een haardroger en een douchecabine met een overstap van 20cm met vaste sproeier en altijd warm water. Op eenvoudig verzoek werd onmiddellijk voor een plastieken stoel gezorgd voor in de douche. Op de kamer is een elektrisch vuur voorzien voor koudere dagen. De inkom is zonder opstap, maar om de kamer te bereiken heb je eerst twee treden en aan de kamer zelf nog 1 opstap. Het ontbijtbuffet wordt boven gegeven, maar wij vroegen en kregen het op de kamer, waar we het aan de tafel konden opeten. Het restaurant levert goed werk af. In Sucre is dit logies aan te bevelen qua ligging en prijs.

-    Hotel Santa Teresa, Ayacucho 43, Potosi
 Tel/Fax: 591/2-622.52.70
 Website: www.hotelsantateresa.com.bo
 E-mail: info@hotelsantateresa.com.bo

Hotel Santa Teresa ligt vier blokken van Plaza 10 de Noviembre en op een kleine 100m van klooster en museum Santa Teresa. Naar de plaza toe stijgt de straat fel, maar het is nog enigszins haalbaar met een rolstoel, met op tijd en stond een rustpauze in te lassen voor de begeleider en de rolstoelgebruiker, die via de hoepels mee duwt. Je zit hier dan ook op grote hoogte. We reserveerden er een kamer via e-mail en betaalden Bs. 350/nacht met Master-Card, een simpel ontbijtbuffet inbegrepen. We beschikten over een vrij grote kamer met twee vrij hoge bedden, een kleine badkamer met een douchecabine met vaste sproeier. De lavabo staat moeilijk geplaatst voor een rolstoelgebruiker. Er was 24/24u warm water zowel in de douche als aan de lavabo. Een elektrisch vuur is voorzien voor koudere momenten. Bij de inkom is eerst een brede overstap, gevolgd door vier treden. Om bij de kamer te komen, had-den we twee treden omhoog te gaan. Voor de rest was het vlak. Het eten in het restaurant is niet zo bijster goed en veel zaken die op de spijskaart staan vermeld, zijn niet voorradig. Qua ligging, prijs, netheid en vriendelijkheid van het personeel is dit geen slechte locatie, maar het restaurant laat te wensen over.
-    Hotel Mitru, Av. Chichas 187, Tupiza
 Tel.: 591/2-694.30.01/2/3
 Website: www.hotelmitru.com
 E-mail: hotelmitru@tupizatours.com
Hotel Mitru ligt in één van de hoofdstraten van Tupiza en op enkele blokken van de centrale plaza. De straten van Tupiza zijn vrij vlak, dus zat klimmen er nu eens niet in. We reserveerden er een grote kamer op het gelijkvloers en kregen er een met drie bedden en een overschot van ruimte. De badkamer was vrij goed maar voor mij moeilijk, omdat de deuropening te smal was voor de rolstoel. Het personeel deed zijn uiterste best om het ons zo aangenaam mogelijk te maken. De badkamerdeur werd zelfs verwijderd, maar dan nog lukte het niet. Ik heb dan voorgesteld om in de badkamer een stoel te zetten, waarvan ik enige steun kreeg om mij zo bij de lavabo en het toilet te kunnen. In deze ruimte was ook een douchecabine met vaste sproeier met warm water. Aan de lavabo was er enkel koud water. We betaalden cash Bs. 160 per nacht, een degelijk ontbijtbuffet inbegrepen. Bij de inkom van het hotel is 1 opstap, verder was het vlak tot bij de heel grote kamer. De ontbijtruimte op het gelijkvloers heeft ook 1 opstap bij de deur. Wij vonden deze locatie vrij basic, zeker voor de prijs die we betaalden.

Een alternatief logeeradres:
-    Hostal La Torre, Av. Chichas 220, Tupiza
 GSM Tupiza.: + 591/72408028
 Website: www.latorretours-tupiza.com
 E-mail: latorrehotel@yahoo.es
Het is goedkoper dan Hotel Mitru, meer basic, maar het personeel lijkt ons klantvriendelijker
dan in Hotel Mitru. Het gaf ons de indruk meer de allures van een familiepension te hebben.

Op de vierdaagse salartour met Zuid-Lipéz verkozen wij te verblijven in hotels van de Tayka-
keten. Ze bieden een beetje meer comfort, verwarming, warm water en privaat badkamer, dan
de basic logies. Je kan deze accommodatie rechtstreeks bij de Tayka-keten reserveren, of in
België via een reisbureau, wat heel wat duurder uitkomt. Wij reserveerden rechtstreeks via
Internet en werden correct bediend.
-    Calle Sucre 7715, Uyuni, Poptosi, Bolivia
 Website: www.taykahoteles.com
 E-mail: reservas@taykahoteles.com en info@taykahoteles.com
 Tel.: + 591/2-693.29.87

-    Hotel de los Volcanos
 San Pablo de Lipéz, Sud Lipéz, Bolivia

Het hotel ligt precies “al fin del mundo”. Rondom is er gewoon niets te bespeuren en het dichtstbijzijnde kleine dorp ligt op enkele kilometer afstand van het complex. Wij reserveerden hier via e-mail rechtstreeks bij Tayka Hoteles: www.taykahoteles.com en betaalden ter plaatse cash US$ 110 + 20 voor avondmaal en ontbijt + 2 taksen = US$ 132. De $ 2 komen integraal ten goede aan de lokale bevolking. We kozen voor een beetje verwarming ’s avonds op de kamer, omdat ik de ijzige kou moeilijk verdraag en daarvoor moesten we zoveel dollars neertellen en de bevolking krijgt een peulschil. In de eetplaats was vuur gemaakt met enkele droge takken, maar in de andere plaatsen was het bibberen en beven zonder vuur. We kregen een ruime kamer, met een moeilijk bereikbaar toilet. De open douche hebben we gelaten voor wat hij was wegens te koud. De lavabo was onder rijdbaar en enkel ’s avonds kwam er warm water uit de kraan. Er is elektriciteit van 18.30u tot 22.00u en ’s morgens niet. Wij vroegen en kregen toch licht vanaf 5.30u, omdat we vroeg de baan op moesten. Bij de inkom van dit logies is er 1 trede en voor het overige is het gebouw vlak. Naar de normen hier is de service in dit hotel uitstekend, zowel de bediening als later het avondeten waren pico bello. Het is een nette overnachtingplaats en het linnengoed op de bedden was netjes en ook de aanwezige handdoeken. Hotel de los Volcanos is pas geopende sedert augustus 2009. Hoe het er na enkele jaren zal uit zien, is een ander paar mouwen. Wij waren de enige gasten. Op die plek heb je geen andere keuze.

-    Hostal del Desierto
 Ojo de Perdiz, Sud Lipéz, Bolivia

Dit hostal ligt te midden van niets, zelfs geen kleine nederzetting in de onmiddellijke omgeving. Het dichtst bijzijnde bevolkte plaatsje is op een 20-tal km verwijderd van het hos-tal. Wij reserveerden dit hostal samen met Hotel de los Volcanos via e-mail rechtstreeks bij Tayka Hoteles: www.taykahoteles.com en betaalden cash US$ 110 + 20 voor avondmaal en ontbijt + 2 taksen = US$ 132. Hier was de regeling zoals bij het vorig logies. Ook hier was er verwarming op de kamer en ’s avonds in de eetruimte. ‘s Morgens was het er ijzig koud. Het kostte veel moeite om aan warm water te geraken. Tenslotte werden enkele thermossen met heet water gebracht. Het hostal oogde niet al te fris en het beddengoed al evenmin. De handdoeken waren netjes. De kamer was vrij groot met drie bedden op een betonnen onderbak, de onder rijdbare lavabo stond net voorbij de deur naar het toilet en de open douche met vaste sproeier. De douche hebben we ongeroerd gelaten, bij temperaturen tegen het vriespunt leek het ons te koud om onder een douche met koud water te staan. Bij de inkom van het hostal is een hoge en brede overstap. Tot de kamers is het vlak, maar om die binnen te gaan heb je een hoge trede. Ik kan dit logies aan niemand aanbevelen. Wij waren er de enige gasten.

-    Hostal La Magia de San Juan
 San Juan del Rosario, Nor Lipéz, Potosi, Bolivia
 Tel.: 591/4-645.513.80 GSM: 711.744.53, 728.626.73
 Website: www.hostalmagiadesanjuan.com
 E-mail: reservas@hostalmagiadesanjuan.com

Het hostal ligt in volle centrum van het kleine dorpje San Juan del Rosario. We zijn er binnengegaan en gevraagd naar een vrije dubbele kamer. Die was beschikbaar en we konden inchecken. Bij het uitchecken betaalden we cash Bs. 315 voor een kleine kamer met twee bedden, een kleine badkamer met onderrijdbare lavabo, een laag toilet en een open douche met vaste sproeier. Warm water voor de douche is enkel in de vooravond beschikbaar. Aan de lavabo is alleen koud water voorhanden. Er is geen verwarming voorzien op de kamer. Als rolstoelgebruiker ga je gemakkelijkst binnen via de zijdeur. Je hebt er geen drempel. In het gebouw zijn hier en daar opstappen en de meeste liggen schuin, of de volgende vloer is schuin. In ieder geval was het niet zo gemakkelijk. De binnenkoer is helemaal overkoepeld, zodat het zonlicht niet alleen licht maar ook warmte brengt. Er was elektriciteit van 18.30u tot 22u, de uitbater hoopt tegen einde oktober de ganse dag over een degelijk elektriciteitsnetwerk te beschikken. Hij wacht er reeds jaren op. Het avondmaal en het ontbijt waren verrukkelijk maar niet goedkoop. Deze locatie is een goed alternatief voor de Tayka hotels, waar je veel geld moet op tafel leggen voor weinig service. Dit logies kan ik aan iedereen aanbevelen.

-    Hostal La Magia de Uyuni
 Calle Colon 432, Uyuni
 Tel/Fax.: 591/2-693.2541
 Website: www.hostalmagiauyuni.com
 E-mail: magiauyuni@yahoo.es

Het hostal ligt ergens in het centrum van Uyuni. Dit logies was in Uyuni nog onze enige hoop. Na ettelijke andere etablissementen gezien te hebben, allen volgeboekt, restte ons geen andere keuze dan dit hostal. Voor een vrij grote kamer met twee bedden, een elektrisch vuurtje en een badkamer met lavabo, toilet en een douchecabine met vaste sproeier betaalden wij cash Bs. 180, een simpel ontbijt met beenharde koeken inbegrepen. Bij de inkom van het hostal is 1 trede, verder was het vlak tot aan de kamer. Daar was 1 opstap van 20cm aan de deur en in de kamer was er ook 1 van dezelfde hoogte aan de deur van de badkamer. Het avond-eten was niet veel zaaks. Marie-Claire kreeg het zelfs niet binnen. Als het niet echt moet, pro-beer dan niet in Uyuni te overnachten. De hostals zijn bijna allen uitgeleefd. Dit hostal kan ik niet echt aanbevelen.

-    Ecolodge Tomarapi
 Info en reservatie: Tel.: 591/2-241.4753 La Paz
 E-mail: tomarapi@hotmail.com

Deze Ecolodge ligt in het kleine dorpje Tomarapi in het Sajama N.P. Wij lieten er reserveren door La Torre, touroperator in Tupiza. We betaalden ter plaatse cash Bs. 550, in vol pension. De kamer was vrij groot en we beschikten over twee bedden en een elektrisch vuur. De badkamer was te doen en had naast een onderrijdbare lavabo, een laag toilet en een open douche met vaste sproeier. Warm water was alleen in de vroege avond beschikbaar. Het pad naar de verschillende gebouwen ligt bezaaid met rond kasseien en was moeilijk berijdbaar. Aan iedere deur is een opstap van +/- 20cm. Vermits we er in vol pension verbleven, waren we genoodzaakt er ‘s avonds te gaan eten, je hebt er geen andere keuze. In de keuken werd er gelachen en de maaltijd bleef uit. Het geserveerde stelde dan nog niet te veel voor. Ik kan deze locatie niet aanbevelen. Wij waren de enige gasten.

-    Hostal Sajama
Ik heb er niet meer gegevens van, maar het hostal ligt in het centrum van het dorpje Sajama. We zijn er toevallig op gekomen en hebben gereserveerd voor 1 nacht. We betaalden vooraf Bs. 160 cash de kamer om zeker te zijn niet onder de blote hemel te moeten slapen. Als de dag op zijn einde liep, hebben we onze intrek in de kamer genomen. De huisbazin kwam vragen wanneer we het avondmaal wilden. De kamer was niet al te groot, maar net genoeg voor ons twee. We hadden er twee bedden en 24u elektriciteit, maar geen verwarming. In de kleine badkamer stond vlak voor de deur een onderrijdbare lavabo, een laag toilet en een open douche met vaste sproeier. Er is geen trapje bij de inkom van de kamer. Om de eetruimte en tevens kleine superette te bereiken, moesten we met alle mogelijke middelen voor ons lichten. Het was buiten stikdonker. De maaltijd was lekker. Dit hostal kan ik zeker aanbevelen, het is beter en een heel stuk goedkoper dan de Ecolodge Tomarapi.

-    Hotel Madre Tierra
 Avenida 20 de Octubre 2080, Casi esquina Aspiazul, Zona Sopocachi, La Paz
 Tel.: 591/1-241.9910 Fax: 591/1-241.9903
 Website: www.hotelmadretierra.com
 E-mail: hotelmadretierra@hotmail.com
Hotel Madre Tierra ligt in het centrum van La Paz in de zone Sopocachi. We hadden er niet gereserveerd en zijn er naartoe gezonden door het Gloria Hotel, waar Marie-Claire een kijkje was gaan nemen. We betaalden er bij het uitchecken met MasterCard Bs. 315,50 per nacht, een uitgebreid maar eentonig ontbijtbuffet inbegrepen, maar geen eieren. We logeerden in kamer 101, die de grootste kamer in het hotel is. Ze was vrij lang maar niet al te breed. We beschikten over twee brede bedden, een ijskast, centrale verwarming en een TV. De badkamer, met een opstapje van 4cm, was redelijk groot en ik kon gemakkelijk bij het toilet. De lavabo stond iets moeilijker geplaatst, ik reed met de rolstoel in de badkamer, moest er dan uit en om me te voet naar het wasbekken begeven. We vroegen en kregen een plastieken stoel om in de douchecabine te plaatsen. Die was uitgerust met een vaste sproeier. Warm water is 24u voorradig. In deze kamer kan je met een rolstoel amper bewegen, voor de modale reiziger is zij ideaal. Bij de inkom van het hotel zijn een drietal treden, daarna is het vlak tot bij de lift. De lunch bestaat uit een dagmenu en is goed te genieten. Ik kan dit hotel alleen maar aanbevelen. Het ligt in een betere wijk van La Paz, maar klimmen of dalen moet je er.

Een goed maar iets duurder alternatief:
-    Hotel Rosario, Av. Illampu 704
 Casilla Centro 12446, La Paz
 Tel.: + 591/2-24.51.991 - 24.56.634 Fax: + 591/2-24.51.991
 Website: www.hotelrosario.com/la-paz
 E-mail: reservas@hotelrosario.com
De kamerprijs is US$ 63/dubbele kamer, US$ 50/single, ontbijt inbegrepen. Het heeft een heel goed restaurant Tambo Colonial, dat niet zo goedkoop is.

-    La Isla de los Tucanes
 Entre Av. Bolivar y Amutari, Rurrenabaque
 Tel.: 591/2-715.234.30, 715.345.24
 Website: www.islatucanes.com
 E-mail: info@islatucanes.com en islatucanes@hotmail.com

Dit resort ligt in een uithoek van Rurrenabaque en het is er heel rustig. Wij vroegen het reisbureau Servimaster Tours om een kamer te reserveren in Hotel Oriental, maar dit was volgeboekt. Een ander alternatief was dan La Isla de los Tucanes en hier was wel een kamer vrij. We betaalden ter plaatse bij het uitchecken met MasterCard Bs. 400 voor een appartement met twee slaapkamers, twee badkamers en een grote zitplaats met tafel en stoelen, een ijskast en een TV. In iedere kamer hadden we fans voor verkoeling. De inkom van de resort is vlak, maar de paden naar de receptie zijn bezaaid met een laag grint en de paden naar de kamers zijn aangelegd met vrij dikke boomstronken, waarop rijden met een rolstoel moeilijk is. Voor onze kamer was een hoge opstap in grint, met de hulp van twee mannen ben ik in de kamer geraakt. Het restaurant is op dezelfde manier te bereiken, daarom besloten wij op de kamer te eten. In Rurrenabaque is dit een aanrader als je iets luxueuzer wil logeren.

-    Ecolodge Caracoles
 Municipal Reservation of the River Yacuma, Bolivia
Voor deze privé driedaagse tour betaalden we cash US$ 264 p/p. In de prijs was het Jeeptransport van Rurrenabaque naar de pampa’s inbegrepen, maar de vlucht La Paz - Rurrenabaque niet. We boekten deze trip bij Servimaster Tours, Calle Sagarnaga in La Paz. In de lodge zit je echt in de natuur. De chalets staan allen op houten palen, om erin te komen heb je een drietal hoge, smalle treden. De kamer was vrij groot en de badkamer, met een op-stap van 10cm, was klein met onderrijdbare lavabo, een laag toilet en een open douche met vaste sproeier. Er was amper warm water in de douche en aan de lavabo helemaal niet. Rondom was aan de ramen vliegengaas aangebracht tegen de muggen. Ondanks de zwoele warmte is er geen ventilator voorzien op de kamer en in het restaurant. Elektriciteit is voorhanden van 18u tot 22u via een generator. Op de kamer is geen enkel stopcontact voor het opladen van batterijen. Ik kan deze ecolodge niet echt aanprijzen. Er zijn andere lodges maar of die beter zijn laat ik in het midden. Wij waren verheugd uit deze broeioven te mogen vertrekken.

Transport

Intercontinentale vluchten

03/09 Brussel - Chicago, 10.55u - 13u, vliegtijd 9u
 Vlucht met Boeing 757-200/300 van American Airlines, vluchtnummer. AA89
03/09 Chicago - Miami, 15.15u - 19.15u, vliegtijd 4u
 Vlucht met Boeing 767 van American Airlines, vluchtnummer AA2004    
03/09 Miami - La Paz, 23.10u - 06.00u(+ 1 d.), vliegtijd 6.50u
 Vlucht met Boeing 757-200/300 van American Airlines, vluchtnummer AA922
29/09 La Paz - Iquique, 11.25u - 12.25u, vliegtijd 1u
 Vlucht met Airbus Industrie A319 van LAN Airlines, vluchtnummer LA965
29/09 Iquique - Santiago, 13.50u - 15.35u, vliegtijd 1.45u
 Vlucht met Airbus Industrie A319 van LAN Airlines, vluchtnummer LA965
29/09 Santiago - Madrid, 19.00u - 13.45u(+ 1 d.), vliegtijd 10.45u
 Vlucht met Airbus Industrie A340-300 van LAN Airlines, vluchtnummer AL704
30/09 Madrid - Brussel, 22.15u - 00.30u(+ 1 d.), vliegtijd 2.15u

Binnenlandse vluchten

04/09 La Paz - Sucre, 12.40u - 13.25u, vliegtijd 00.45u
 Vlucht met Boeing 727-200 Stretch Set van Aerosur, vluchtnummer 5L 0130
24/09 La Paz - Rurrenabaque, 16.50u - 17.25u, vliegtijd 00.45u
 Vlucht met Fairchild Metro SA 227 Series van Amaszonas, vluchtnummer Z 896
27/09 Rurrenabaque - La Paz, 17.25u - 18.10u, vliegtijd 00.45u
 Vlucht met Fairchild Metro SA 227 Series van Amaszonas, vluchtnummer Z 897

Kosten van het vervoer ter plaatse

05/09 Taxi hotel in Sucre  / Tarabuco H/T Bs. 170
06/09 Taxi  / Iglesia Sta. Clara in Sucre Bs. 10
07/09 Taxi hotel in Sucre  / Potosi Bs. 140
09/09 Taxi hotel in Potosi  / Tarapaya & Mirador Bs. 80
09/09 Taxi in Potosi Bs. 7
09/09 Taxi hotel in Potosi  / hotel in Sucre Bs. 140
09/09 Busticket Potosi  / Tupiza Bs. 80 p/p
10/09 Taxi hotel in Sucre  / Mirador Pari Orcko Bs. 20
10/09 Taxi in Sucre  / Convento La Recoleta Bs. 10
10/09 Taxi La Recoleta  / centrum Sucre Bs. 8
12/09 Taxi hotel in Sucre  / busstation in Potosi Bs. 140
12/09 Taks Busstation Potosi Bs. 2 p/p
13/09 Dagtrip rond Tupiza Bs. 500
20/09 3-daagse tocht met wagen met chauffeur Bs. 2.800
20/09 Taxi in La Paz Bs. 15
21/09 Daguitstap Chacaltaya & Valle de la Luna Bs. 50 p/p
21/09 Vlucht La Paz  / Rurrenabaque US$ 143 p/p
21/09 Taxi Calle Sagarnaga  / Calle Jaen Bs. 12
21/09 Taxi van La Merced  / Hotel Rosario Bs. 12
22/09 Taxi hotel  / Calle Sagarnaga Bs. 10
22/09 Daguitstap Tiahuanacu Bs. 50 p/p
22/09 Taxi Plaza San Francisco  / hotel Bs. 10
23/09 Taxi Plaza San Francisco  / hotel Bs. 10
23/09 Taxi H/T Calle Sagarnaga Peña Bs. 20
24/09 Taxi hotel  / luchthaven El Alto Bs. 50
24/09 Luchthaventaks vlucht La Paz  / Rurrenabaque Bs. 15 p/p
24/09 Transport luchthaven Rurrenabaque  / hotel Bs. 12
27/09 Taxi luchthaven El Alto  / hotel Bs. 50
29/09 Taxi hotel  / luchthaven El Alto Bs. 60
29/09 Luchthaventaks internationale vlucht Bs. 177 of US$ 25 p/p

Busrit Uyuni  / La Paz kost Bs. 250 p/p in semi-cama.

Reisroute

03/09 Brussel  / Chicago  / Miami  / La Paz

04/09 La Paz  / Sucre

05/09 Sucre - Tarabuco markt op zondag - Sucre

06/09 Sightseeing Sucre

07/09 Sucre - Potosi

08/09 Sightseeing Potosi

09/09 Sightseeing Potosi en Potosi - Sucre

10/09 Sightseeing Sucre

11/09 Fiësta in Sucre

12/09 Sucre - Tupiza met lijnbus

13/09 Daguitstap omgeving Tupiza

14/09 Tupiza - Sud Lipéz

15/09 Sud Lipéz - Ojo de Perdiz

16/09 Ojo de Perdiz - San Juan del Rosario

17/09 San Juan del Rosario - Uyuni

18/09 Uyuni - Sajama N.P.

19/09 Sajama N.P.

20/09 Sajama N.P. - La Paz

21/09 Sightseeing La Paz

22/09 ½ dag Valle de la Luna en ½ dag Chacaltaya

23/09 La Paz - Tiwanaku - La Paz

24/09 Sightseeing La Paz en vlucht Rurrenabaque

25/09 Pampatour

26/09 Pampatour

27/09 Pampatour en vlucht Rurrenabaque  / La Paz

28/09 Sightseeing La Paz

29/09 La Paz  / Santiago de Chile  / Madrid

30/09 Madrid  / Brussel

Praktische informatie

Tijdzone
In Bolivia is het 6 uur vroeger dan in België(zomeruur) en 5 uur(winteruur).

Wetenswaardigheden
Op alle binnenlandse vluchten in de Verenigde Staten is de regeling: drank en iets om te eten is verkrijgbaar tegen betaling. Bij ons was dit het geval voor de vlucht Chicago  / Miami.

Telefoon en internet
De goedkoopste manier om het thuisfront telefonisch te bereiken, is bellen bij Entel, herkenbaar aan het reclamebord. Je moet wel uitkijken naar prijsverschillen. In La Paz zagen we prijzen variërend van Bs. 1 tot 0,50/minuut naar alle bestemmingen in de EU. In sommige Entel winkels vind je ook internet en je betaalt Bs. 4/uur.
 
Taxi’s

In het centrum van La Paz kosten taxi’s tussen Bs. 10 en 12
In het centrum van Sucre kosten taxi’s tussen Bs. 7 en 8
In het centrum van Potosi kosten taxi’s tussen Bs. 7 en 8
Tracht bij een taxirit gepast geld te hebben, taxichauffeurs hebben meestal geen wisselgeld of doen alsof. Neem in de steden altijd taxi’s met radio aan boord. Best is bij het hotel een taxi te bestellen, of onderweg een politieagent aanspreken en om een taxi vragen.

Accommodatie
Logies is voorhanden in alle prijsklassen van basic hostals zonder verwarming met alleen koud water tot meer luxueuze hotels met verwarming en bijna 24u warm water. Het hangt af van het persoonlijke budget en voorkeur of noodzaak.

Verzekeringen
Voor Bolivia volstaat een degelijke reisverzekering. Voor zo ver het mij bekend is, is het zinloos een extra verzekering te nemen. Je verzekeren tegen diefstal zal misschien zelfs niet lukken voor landen als Bolivia of Zuid-Amerika in het algemeen.

Veiligheid
Bolivia is een vrij veilig land door de aanwezigheid van het politiekorps op alle hoeken van
de straten en bij de voornaamste bezienswaardigheden. Je moet wel op je spullen letten
wanneer je tussen een grote mensenmassa loopt, maar je moet zeker niet paranoia worden.
Pickpockets zijn er overal ter wereld. Als vrouw loop je best niet te pronken met waardevolle
sieraden, dit is om problemen vragen. Wij hebben ons geen enkel moment onveilig gevoeld.

Elektriciteit
Het elektriciteitsnet in Bolivia werkt op 220 Volt. De stopcontacten zijn zoals bij ons, je hebt er geen verloopstekker nodig. In sommige verlaten gebieden is elektriciteit een ware luxe, die voortgebracht wordt door een generator. Er is daarom maar een beperkt aantal uren elektriciteit.

Handbagage
De regels voor handbagage zijn nog niet versoepeld. Dus stop geen scherpe voorwerpen, gels, zalfjes of vloeistoffen in de handbagage. Op binnenlandse vluchten in Bolivia kan je gerust een busje water meenemen in het vliegtuig. Wij hadden er een mee en de security heeft het niet afgenomen.

Prentbriefkaarten en postzegels
Prentbriefkaarten vind je in de voornaamste toeristische plaatsen. Voor postzegels moet in het postgebouw van een stad zijn en de openingsuren komen niet altijd overeen met je vrije tijd. Wij hadden in Sucre kaartjes gekocht en we zijn nooit aan postzegels geraakt.

Vaccinaties
We proberen altijd up-to-date te zijn qua DTP. Indien je ingeënt bent tegen gele koorts, neem dan het bewijs ervan mee. In Bolivia wordt het gevraagd wanneer je uit Brazilië komt.

Wetenswaardigheden
- Bolivia, in Aymara Wuliwya, in Quechua Bulibiya, in Guarani Volivia. De volledige naam  is Estado Plurinacional de Bolivia, in Aymara Wuliwya Suyu, in Quechua Bulibiya  Mamallaqta, in Guarani Tetà Volivia.
- Bolivia is het hoogste en meest geïsoleerde land in Zuid-Amerika. Het is een land waar vele ruige facetten van de natuur te vinden zijn: besneeuwde bergtoppen, ruige landschappen, uitgestrekte savannes en een ondoordringbaar regenwoud. Authenticiteit speelt een grote rol in dit land, de Indiase bevolking in Zuid-Amerika is in Bolivia het meest authentiek.
Bolivia is nog niet ontdekt door de grote horde toeristen. Je kan er wandelen in de prachtige natuur maar ook de historische steden La Paz en Sucre bezoeken. Het gebied waar La Paz, Potosi en Sucre liggen, wordt de “Altiplano” genoemd, of de hooglanden. Dit gebied is het dichtst bevolkt. Het grootste deel van Bolivia bestaat uit laag landen, die in het oosten van het land liggen. Santa Cruz maakt daar een belangrijk deel van uit.
- Het klimaat: Het Andes gebergte heeft veel invloed op het klimaat van Bolivia. Deze bergketen zorgt voor een verdeling van het land in verschillende klimaatzones. In het noorden (Amazonas) is het over het algemeen tropisch en vochtig, in het zuid-oosten(Chaco) meestal heet en droog, in de valleien gematigd koel en in de hooglanden(Altiplano) koud. Van december tot april is er sprake van een regenseizoen en in de periode van mei tot augustus is het de droge tijd. Afhankelijk van de hoogte wordt het kouder, met op hoogten van 4.000m temperaturen ’s avonds rond het vriespunt. De verschillende klimaatzones en de grote temperatuurverschillen maken het noodzakelijk, dat je zomer- en winterkledij meeneemt als je op reis gaat naar Bolivia.
- Reisdocumenten: Voor een reis naar Bolivia heb je een paspoort nodig, dat na aankomst in Bolivia nog 6 maanden geldig is. Voor een verblijf korter dan 90 dagen hebben Belgen geen visum nodig. Vergeet niet een goede reis- en annuleringsverzekering af te sluiten.
- De taal: De officiële voertaal is Spaans. De inheemse bevolking spreekt vaak Quechua of Aymara, afhankelijk van de streek. Engels wordt in toeristische gebieden redelijk gesproken.
- Geld: Het geldige betaalmiddel in Bolivia is de Boliviano(1 Bs. = 100 centimos). In de steden en bij aankomst op de luchthaven is het mogelijk geld te wisselen. Let er op dat de Boliviano alleen in Bolivia kan gewisseld worden. Dollars en euro’s worden overal aangenomen. Credit Cards worden in de grotere hotels en chique restaurants aanvaard, maar soms wordt er een commissie aangerekend van 10%. De banken zijn meestal alleen in de voormiddag geopend van Ma tot Vr.
- Bolivia is de wieg van de wereldvermaarde “bolhoed”, die dan ook tot diep in de 19e eeuw voor de voornaamste economische activiteit zorgde. Sinds de Engelse hoedenindustrie dat laken naar zich toetrok, ging het bergaf met de “Boliviaanse” industrie en schakelden zij over op de productie van verdovende middelen.
- Misverstand: Tot een eind in de 19e eeuw produceerde Bolivia voornamelijk bolhoeden, maar toen werden zij het slachtoffer van het Britse imperialisme. De Engelsen hadden nieuwste hoofddekselrage verplicht gesteld als onderdeel van de administratieve kledij, zodat elke Britse ambtenaar een bolhoed van Britse makelij droeg.
- Van bolhoed naar coca: De hogere klassen van de lokale bevolking van het hele imperium volgde deze mode ook, maar keek neer op Boliviaanse bolhoeden, die zij als een imitatie van de Britse beschouwden. Er zat voor de Boliviaanse bevolking niets anders op dan een ander exportproduct te vinden en dat deden zij met coca.
- Rehabilitering van de bolhoed: Onder internationale druk probeert het Boliviaanse Ministerie van Economie en Klederdracht de bolhoed weer te lanceren, om uiteindelijk de coca-kweek aan de kant te kunnen schuiven. De Britse bolhoedindustrie is op sterven na dood en de Boliviaanse hoedenmakers werken aan bodemprijzen, wat het project een goede kans op slagen geeft.

Een beetje geschiedenis van Bolivia
- Er wordt aangenomen, dat de oudste bewoners van Bolivia de indianen zijn en dateren van 13000 jaar voor Christus. Rond 1441 na Chr. Werd Bolivia door de Inca’s bestuurd. Rond
 1545 werd Zuid-Amerika en dus ook Bolivia gekoloniseerd door de Spanjaarden.
- De nomadische Indianen in het laagland ten oosten van het Andes gebergte werden echter  nooit effectief onderworpen door de Spanjaarden. Na de Boliviaanse onafhankelijkheidsoorlog werd op 6 augustus 1825 de onafhankelijkheid van de “Republica de Bolivar” uitgeroepen, naar de vrijheidsstrijder Simon Bolivar. Sedertdien wordt het land geteisterd door oorlogen en staatsgrepen.
- In 1884 verloor Bolivia samen met Peru de Salpeteroorlog van Chili. Als gevolg moest het  land de kustprovincie Litoral afstaan, nu II Region de Antofagasta. Bolivia raakte daardoor afgesneden van de Stille Oceaan, waardoor de Boliviaanse Marine sindsdien in het Titicaca-meer oefent.
- Van 1932 tot 1935 was Bolivia in oorlog met buurland Paraguay. Deze Chaco-oorlog was het gevolg van de mogelijke vondst van olie op de Chaco Borreal, een grote dunbevolkte savanne. Meer dan 80.000 Bolivianen verloren het leven, mede door de slechte organisatie en de uitbraak van ziekten en door gebrek aan water in het dorre gebied. Paraguay veroverde tenslotte grote gebieden op Bolivia.
- In 1952 vond een revolutie plaats, de tinmijnen werden genationaliseerd en de landbouwgronden herverdeeld. De presidenten Hernan Siles Suazo en Victor Paz Estensorro hielden echter de communisten buiten het land en behielden de steun van de U.S.A. In 1964 nam het leger het heft weer in handen. Op 8 oktober 1967 werd Che Guevara opgepakt tijdens een militaire operatie van het Boliviaanse leger. Che Guevara werd door het Boliviaanse leger geëxecuteerd.
- In 1982 is de militaire macht overgedragen aan een burgerregering. De spanningen tussen het land en Chili kwamen weer tot uiting bij de Boliviaanse Gasoorlog in 2003.
- Eind 2005 werd de Indiaanse vakbondsleider en voormalige cocaboer Evo Morales tot president verkozen. Hij beloofde het aardgas, dat in het laagland van Santa Cruz wordt gewonnen, naar de bergen te brengen in plaats van het te exporteren naar de U.S.A. Op 30 april 2006 sloot hij een economisch verdrag met Cuba en Venezuela. In 2009 nam Bolivia een nieuwe grondwet aan.

Als rolstoelgebruiker
Om onverwachte kleine problemen aan de rolstoel te verhelpen, neem je best wat herstelmateriaal mee zoals enkele sleutels, schroevendraaier(klein formaat) met bits, plakgerief en pomp. Die kleine dingen steek je best niet in de handbagage, maar in de bagage die je incheckt. Op mijn rolstoelen zitten reeds jaren krypton banden(zonder lucht) en daardoor is het probleem van platrijden opgelost. Het is in ieder geval een zorg minder. In de mate van het mogelijke neem ik een klein wieltje extra mee als reserve, ze zijn toch zo broos en breken gemakkelijk.

Bezienswaardigheden: toegankelijkheid en inkom

La Paz
Plaza Murillo: Is een mooi en vrij vlak plein.
- Kathedraal: Je komt erin zonder enige verevenheden, geen inkom.
- Paleis Evo Morales:
- Iglesia La Merced: Er is een overstap en enkele treden om in de kerk te komen, geen inkom.
Iglesia y Museo San Francisco: Er zijn een vijftal treden voor de kerk en aan de poort een brede overstap, verder is het vlak. Geen foto’s.
 Het museum van de kerk heeft ettelijke treden. Inkom Bs. 20 p/p, hier kan je foto’s nemen van de kerk.
Calle Jaén: Vrij vlakke straat, tenminste het deel dat toeristisch is. Inkom Bs. 4 p/p, het inkomticket telt voor de drie onderstaande musea. Als mindervalide heb je gratis inkom.
Museo Costumbrista: Het gelijkvloers van het museum is toegankelijk, de bovenverdieping niet, er is geen lift. Toon het inkomticket van Calle Jaén.
Museo de los Metales Preciosos: Het gelijkvloers is toegankelijk, de kelderverdieping niet, er is geen lift. Toon het inkomticket van Calle Jaén.
Casa de Murillo: Er zijn menige trappen in het huis. De aanwezige politiemensen hebben mij overal gebracht. Ik heb Casa de Murillo helemaal kunnen bewonderen. Toon het inkomticket van Calle Jaén.
Chacaltaya: Tot op de parking is Chacaltaya toegankelijk, de beklimming naar de top uiteraard niet. Inkom Bs. 15 p/p, mindervaliden gratis.
Valle de la Luna: Ik ben met de gids tot op het kleine binnenplein gereden, verder lukt niet door een aantal treden en ongelijke paden op grint. Inkom Bs. 15 p/p, mindervaliden gratis.

Tiahuanacu: De site is bijna helemaal rolstoeltoegankelijk, de hogere gedeelten zijn niet te doen en de verzonken tempel heb ik van boven uit gezien. Inkom Bs. 80 p/p, mindervaliden gratis.

Sucre
Casa de la Libertad**: 9u - 12u en 14.30u - 19u, maandag gesloten
Hier en daar zijn enkele treden. Op bepaalde uren is een Engels sprekende gids ter beschikking. Inkom Bs. 15 p/p, minder validen gratis. Foto’s Bs. 10.
Prefectura de Chuquisaco: Om 15u gratis rondleiding door een gids van Tourist Office. Bij de inkom is er 1 trede, het gelijkvloers is toegankelijk, de bovenverdieping en de koepel niet, een hoge trap is het obstakel.
Kathedraal**: 9u - 10u tijdens de mis, museum 10u - 13u en 15u - 17u
Er zijn enkele treden aan de ingang, maar hulp is steeds voorhanden. Inkom Bs. 15 p/p, minder validen gratis.
Iglesia Sta. Monica: Er zijn enkele treden aan de ingang. Inkom???
Iglesia San Francisco: Bij de ingang zijn enkele treden, de aanwezigen steken wel een handje toe. Geen inkom.
Iglesia Sta. Barbara: Het is reeds jaren een hospitaal, de buitengevel is prachtig. Er zijn geen treden maar hellende vlakken.
Museo Etnografia y Folklore**: De maskertentoonstelling is rolstoeltoegankelijk op het gelijkvloers, de bovenverdieping niet, er is geen lift.
Gratis inkom.
Sta. Clara Museo***: Het museum is geopend 14u - 17.30u. Het museum is niet rolstoeltoegankelijk door de vele treden. Inkom Bs.10 p/p en het zeker de moeite.
Museo de Arte Indigeno: Het museum is niet rolstoeltoegankelijk en wij vonden het niet speciaal. Inkom ???
Iglesia de La Merced***: De kerk is niet rolstoeltoegankelijk door enkele treden bij de ingang en verder op in de kerk een hoge trap om bij de klokkentoren te komen. Inkom Bs. 10 p/p.
Iglesia San Felipe Neru***: De toren is niet rolstoeltoegankelijk door de vele treden, de kerk wel en ze is de moeite. Inkom Bs. 10 p/p. De ingang is de 2e deur voorbij de kerk in Calle Bolivar.
Iglesia y Convento La Recoleta: Bij de ingang is er geen verhoging, in het complex zijn hier en daar enkele opstappen, maar haalbaar met een begeleider. Inkom Bs. 10 p/p, minder validen gratis na navraag.
Dinosaurus Cal Orck’O en Parque Cretacico:
Tel.: + 591/4-64.573.92
Het park is volledig rolstoeltoegankelijk met begeleider. Het panoramapunt ligt op de top, die je bereikt via hellende vlakken. Inkom Bs. 30 p/p, minder validen gratis.

Tarabuco**: De zondagsmarkt van Tarabuco is rolstoeltoegankelijk met begeleider. De straten liggen niet altijd mooi geplaveid en op het centrale marktplein duiken enkele treden op. Vermits het een markt is, wordt er geen inkom gevraagd.

Potosi
Kathedraal: Er zijn enkele treden voor de ingang en een kleine overstap bij de deur. De toren bereik je met een hoge trap en is niet haalbaar met een rolstoel. Inkom Bs. 15 p/p, minder validen gratis.
Casa Nacional de la Moneda***:
Di- Za 9-12 en 14.30-18.30
Zo 9-12
Gids in Spaans, Engels en Frans
9 & 10.30 en 14.30 & 16.30
Inkom Bs. 20 p/p, Bolivianos 10 p/p, minder validen gratis.
 
De binnenkoer is betegeld met ronde kasseien. Het gelijkvloers is vrij gemakkelijk te doen met een rolstoel met begeleider. Voor de bovenverdieping krijg je als rolstoelgebruiker de hulp van de aanwezige politiemensen.
 
Convento y Museo Sta. Teresa**: Het museum is vrij gemakkelijk te doen. Hier en daar is er wel een trapje, maar de gids helpt je. De hoger gelegen plaatsen moet je als rolstoelgebruiker missen.
Inkom Bs. 21 p/p, foto’s Bs. 10. Bolivianos Bs. 10 p/p.
Iedereen betaalt inkom zelfs blinden.
Iglesia y Museo San Francisco: Bij de ingang zijn een tiental treden, de aanwezige politie steekt wel een handje toe. In het complex zijn geen treden.
Inkom Bs. 15 p/p, minder validen gratis.
Iglesia de la Merced: Er zijn enkele treden bij de ingang. Inkom ???
Iglesia San Martin: Do-Vr van 15u. Er zijn enkele treden bij de inkom. Het was gesloten.
Iglesia del Calvario: Enkele treden bij de ingang.
Iglesia San Juan: Ook hier enkele treden.
Iglesia San Lorenzo: Treden komen alom terug. Mooiste voorgevel van Potosi.
Iglesia Jerusalem: Enkele treden bij de ingang.
Iglesia San Bernardo: Een tweetal treden bij de ingang.
Iglesia San Benito: Enkele treden bij de ingang.
De meeste van deze kerken waren gesloten, maar het is toch de moeite om langs te gaan voor het uitzicht alleen. Er zijn prachtige gevels bij. Deze stadstoer boekten wij bij Casa de las Tres Portadas: Vanaf de stoep ga je er zonder oneffenheden binnen. Het interieur stelt niet veel voor, maar de voorgevel is prachtig. Geen inkom.
Laguna de Tarapaya: Je kunt het meer en de omliggende natuur bewonderen vanaf de parking. Verder wandelen lukt niet, het is een oneffen terrein.
Inkom Bs. 10 p/p, minder validen gratis.
Eduardo Avaroa Reserva Nacional: Inkom van het park Bs. 150 p/p
Madidi Parque Nacional: Inkom van het park Bs. 150 p/p    

Reisverslag: El Altiplano de Bolivia 03/09 tot 30/09/2010

03/09 Vrijdag Brussel  / New York  / Miami  / La Paz

 Om 6u stopte de wagen van taxibedrijf Meerhof uit Willebroek aan de deur. Er werd vlug ingeladen en weg waren wij voor een reis naar het hooggebergte in Bolivia. Op dit vroege uur was er nog niet al te veel verkeer en om 6.30u stonden wij op de ondergrondse
parking voor taxi’s. De chauffeur was zo vriendelijk ons een handje toe te steken en hij reed met de bagage tot bij de incheckbalie. Die was nog niet bemand. Rond 7.00u werd door één bediende alles in gereedheid gebracht, om te kunnen starten om 7.30u. Dat hield in, het opstarten van de computers, het plaatsen van afsluitingen om op die manier gangen te creëren en enkele desks voor de security. Na enkele vragen over het inpakken en maken van de valiezen, mochten wij verder om in te checken. Bij het inchecken werden we overgeboekt naar een andere vlucht. Normaal zouden we via New York naar Miami vliegen, nu werd het een vlucht naar Chicago en vanaf daar verder naar Miami. De wachttijd in Brussel werd 1 uur langer, maar in Chicago was de tijd geminderd tot +/- 2u. De zitplaats in het toestel was bijna zoals het hoorde. Er zat niemand voor mij en we hadden daardoor voldoende beenruimte. Het toilet was vrij ver van onze plaats, maar met een klein en smal rolstoeltje werd dit opgelost. Om 10.55u vertrokken we uit Brussel, om na een vlucht van 9 uur te landen om 13u in Chicago. Zowel in Brussel als in Chicago was de assistentie zoals het hoort, prima.

 Bij aankomst in Chicago stond een assistent gereed om ons op te vangen, naar de immigratiedienst te brengen en na het vervullen van de nodige formaliteiten(passencontrole, vingerafdrukken zetten op een klein apparaatje en het nemen van een foto), bracht de man ons bij de bagageband om onze valiezen op te halen. Bij een tussenlanding op Amerikaanse bodem is iedereen verplicht zijn bagage op te halen en iets verder terug op een lopende band te deponeren voor security controle. Indien mogelijk sluit dan uw koffers niet hermetisch af. De kans is groot dat het kofferslot beschadigd wordt en zelfs niet meer naar behoren werkt. Na deze plichtplegingen konden wij verder naar de volgende gate. Het aan boord gaan verliep vlot, het vliegtuig vertrok stipt en de vlucht verliep naar behoren.

 De aankomst in Miami liep op wieltjes, tot het mijn beurt was om het toestel te verlaten. Marie-Claire was voor mij uit het vliegtuig gestapt en vroeg naar mijn rolwagen. Die bleek er niet te zijn en na enkele minuten wist het grondpersoneel ons te vertellen, dat die in Chicago was blijven staan. Het circus kon weer eens van start gaan. We werden gerust gesteld, mijn rolstoel zou met de eerstvolgende vlucht meegezonden worden, we mochten op ons twee oren slapen, hij zou op tijd aankomen, om hem te kunnen meenemen op de vlucht Miami - La Paz. Op regelmatige tijdstippen zijn we gaan informeren en telkens kregen we te horen, de rolstoel zal hier op tijd zijn, hij is onderweg. Op een gegeven ogenblik kwam de purser van het grondpersoneel op ons af en bood ons ter compensatie een plaats aan in business. We mochten zelfs kiezen waar we ons wilden neerzetten. Dit was een mooi gebaar, maar daardoor zat ik nog niet in mijn eigen gerief. Juist om 22.00u, 25 minuten voor de start van de boarding, die om 22.25u begon, verscheen mijn langverwacht vervoermiddel ten tonele. Wantrouwig keurde ik onmiddellijk de staat van de rolstoel en stelde vast, dat de beensteunen niet meer normaal werkten. Bij het achteruit rijden sleepten de kleine wieltjes er tegen. Er restte nu geen tijd voor aangifte van de schade, in La Paz zouden we het wel doen. Vanaf nu werden de beensteunen telkens van de rolstoel gedaan bij gelijk welk transport en apart weggestoken, om verder onheil te vermijden. In Miami stapten we in het vliegtuig zonder veiligheidscontrole te moeten doorlopen. De Amerikanen zijn toch soms een beetje gaga en ze weten niet wat ze eigenlijk willen.

04/09 Zaterdag Aankomst La Paz en verder vliegen naar Sucre

 De vlucht Miami - La Paz verliep naar behoren, bij aankomst werden eerst de grensformaliteiten vervuld, waarna de bagageband werd opgezocht. Samen met de assistent deden we aangifte van de schade aan de rolstoel. De dame stelde voor, de beensteunen in La Paz of Sucre te laten herstellen. Dit zagen we niet goed zitten, ze konden nog meer onheil uitrichten en ons verlof dat nog moest van start gaan, helemaal om zeep helpen. Daarop vulde zij een formulier in met bovenaan het dossiernummer, zodat we bij thuiskomst verdere stappen konden ondernemen. We landden in La Paz om 6u en de vlucht naar Sucre zou pas om 12.15u vertrekken. Gelukkig konden we vrij vlug inchecken en alles verliep vrij vlot, op die manier waren we van onze bagage verlost. Om 8u was alles afgerond en konden we een eerste maal nieuws naar het thuisfront sturen op een PC in een internetcafé op de luchthaven aan de prijs van Bs. 12/u. We waren stilaan luchthavens en het wachten beu. Van de nood maakten we hier een deugd. We trokken tijd uit voor het wisselen van euro’s naar Bolivianos in het enige wisselkantoor op de luchthaven. In de vertrekhal kregen we later waar voor ons geld. Enkele pasgehuwde paartjes paradeerden met hun gevolg bij ons voorbij en sommigen hiervan gingen naar boven in het restaurant, om er een feestmaaltijd te nuttigen. Anderen liepen het luchthavengebouw enkele keren op en af. De ganse tijd liep een man met een filmcamera in de aanslag, om regelmatig beelden van het koppel met gevolg te kunnen opnemen. Na enkele rondjes in de vertrekhal gingen enkele pas gehuwden naar het parkje aan de overkant, om aan een uitgebreide fotosessie te beginnen. Daarvan trachtte Marie-Claire ook van te profi-teren, door enkele mooie kiekjes te schieten van de pasgehuwden in het park. De moeders van beide partners waren traditioneel gekleed met wijde rokken en de onvermijdelijke bolhoed van de Aymara’s.

 Het werd nu stilaan tijd om ons naar de gate te begeven. Na de passencontrole volgde de securitycontrole, die hier ook niet veel voorstelde. Mijn nieuwe assistent reed me over de tarmac naar het vliegtuig. Hij had intussen enkele andere mannen bijeengetrommeld en met drie personen werd ik als laatste in het toestel gedragen langs de achterdeur en op de aller-laatste plaats gedeponeerd. Iedereen was aan boord en om 12.40u verliet de piloot zijn par-keerplaats in La Paz. Na een voortreffelijke vlucht van 0.45u landden we in Sucre om 13.25u. Vermits de luchthaven van Sucre niet groot is, waren we vlug bij de bagageband en konden met een taxi naar El Hostal de Su Merced. Om 14u precies stonden we aan de balie om in te checken. Vlug deponeerden we onze spullen op de kamer en we trokken een eerste maal op verkenning in de witte stad Sucre. De omgeving van Plaza 25 de Mayo was het eerste doelwit, waarna we het reisbureau Oasis opzochten om extra euro’s om te zetten in Bolivianos. Bij hen kregen we een betere koers dan op de luchthaven, € 1 = Bs. 8,50 tegen 8,24 op de lucht-haven. We vroegen er ook naar de prijs voor de uitstap naar de zondagsmarkt van Tarabuco, die bleek ons te duur en in groep krijg je er te weinig tijd om er ten volle van te genieten en er de nodige kiekjes te nemen. We zouden morgen van uit het hotel wel een taxi nemen om de trip te doen.

Voor het vroege avondmaal kozen wij het restaurant:
-    Los Balcones Plaza, Plaza 25 de Mayo 34, Gabriela Saila(Gerente Proprietaria)
 Tel.: + 591/4-64.47.610 GSM: 760.011.89
 E-mail: gabayavila@yahoo.com
 Open: 12u - 24u, lunchtijd 12u - 15u
Dit restaurant is ten stelligste aan te prijzen. Als je een tafel op het balkon wil, doe je er best aan die vooraf te reserveren. Er staan maar een viertal tafels en je hebt er een mooi uitzicht op de plaza. De koks leveren prima werk en de prijzen swingen de pan niet uit.

In La Paz keken we op een grijze hemel en in Sucre scheen de zon, het was bewolkt en er was wind.
 
05/09 Zondag Sucre  / Tarabuco  / Sucre

 Gisterenavond bij terugkeer in het hostal vroegen we, of zij voor ons een taxi konden regelen om naar de zondagsmarkt van Tarabuco te rijden. Enkele telefoontjes later was het in kannen en kruiken. Een zekere Garcia, GSM: 757.915.68, zou ons ophalen om 7.45u.
Hij rijdt met een taxi van de firma:
-    “ Dinos” Expreso del Sur
 Ostria Gutierrez 451, Sucre, Tel.: + 591/4-64.37.444
 Plaza Radialista 104, Potosi, Tel.: + 591/2-62.45.555
 E-mail: dinoexpresodelsur@hotmail.com
Voor de prijs van Bs. 180 reed de man ons tot de zondagsmarkt van Tarabuco en wachtte ons op voor terugkeer naar Sucre. Gedurende onze wandeling op en rond de markt hield hij ons nauwlettend in de gaten. Tarabuco ligt 65km ten Zuidwesten van Sucre, waarvan 60km over een geasfalteerde weg. Tarabuco ligt op een hoogte van 3.292m en is bekend geworden voor zijn ambachten en de zondagsmarkt. Met het reisagentschap Oasis kost de uitstap Bs. 35/p/p, je kunt er ook met een minibus naartoe vanaf de Parada de Tarabuco, maar daar ken ik de prijs niet van. Wij vonden de markt nog vrij pittoresk maar wel toeristisch. De zondagmarkt van Tarabuco is zonder twijfel één van de meest kleurrijke markten van Bolivia. Van heinde en ver komen Indiaanse ambachtslieden naar dit, op 3.200m hoogte gelegen, stadje om er hun goederen te verkopen. Velen dragen daarbij nog hun eigen traditionele klederdrachten. Heel karakteristiek zijn de “ morriones”, de op oude Spaanse helmen lijkende hoedjes van de man-nen. Alleen de ouderen dragen deze hoofddeksels nog, de jongere generatie kiest meer voor kleurrijke kepies met vooraan witte franjes. Tijden veranderen en zo ook de mode. Waarschijnlijk zullen de oude hoedjes in Spaanse helmvorm binnen enkele jaren alleen nog te zien zijn in musea. De ouderen sterven en de jonge mensen dragen ze niet meer. De markt begint ’s morgens vroeg en eindigt halverwege de namiddag.
 Rond het middaguur hielden we het voor bekeken op de kleurrijke markt in Tarabuco. Wij vonden het een typische markt, ondanks de grote toeloop van toeristen tegen het middaguur. Tegen die tijd hadden wij het meeste van het marktleven rustig kunnen gadeslaan en foto’s nemen, al was dit laatste niet altijd gemakkelijk. Hoe typischer de bevolking, hoe minder graag zij op de foto willen. Wij waren terug in Sucre omstreeks 14u en vroegen de chauffeur om even langs het busstation te rijden, voor aankoop van de busticketten Sucre - Tupiza. Het vertrekuur leek ons niet interessant. De Compania 6 de Octubre vertrekt in Sucre om 17u, om de dag erop aan te komen in Tupiza om 4u in de morgen. De beslissing was vlug genomen, we zouden, als we naar Potosi gingen, Garcia daar via het busstation laten rijden en daar tickets kopen voor de busrit Potosi - Tupiza. De bus vertrekt er om 8u en komt normaal rond 14u in Tupiza aan. Het voordeel hiervan is, dat het geen nachtbus is en het traject zoveel korter. Het traject Sucre - Potosi zouden we dan afleggen met een taxi. We lieten ons daarna naar het hotel voeren, dat we rond 15u te voet verlieten voor een late lunch. Het werd tot slot Restaurante Florin, Bolivar 567, Tel.: + 591/2-645.13.13. Het restaurant ligt net 1 blok van het hotel verwijderd. Voor bocadillos Holandeses, een grote portie frieten, kaaskroketten met Frans brood en een fles mineraal water betaalden we Bs.47. Het was heel lekker en grote porties, we konden er tegen voor de rest van de dag. Bij het verlaten van het restaurant slenterden we voor de rest van de dag door het centrum van Sucre.

We konden een ganse dag genieten van een stralende zon.

06/09 Maandag Siteseeing Sucre

- De prachtige stad Sucre is de constitutionele hoofdstad van Bolivia. Sucre is ook de plaats waar het hoog gerechtshof gevestigd is en het is tevens de hoofdstad van het departement Chuquisaca. Sucre ligt op een hoogte van 2.750m en staat ook bekend als “ Chuquisaca”, “Charcas” en “La Pieta”, vandaar de bijnaam ‘de stad met 4 namen’. Omdat de meeste koloniale gebouwen in Sucre wit geschilderd zijn, wordt de stad ook wel “De Witte Stad”(La Ciudad Blanca) genoemd. In de koloniale tijd leek Sucre op een Spaanse stad. De nauwe straatjes van het centrum zijn als een soort raster, hetgeen de Andalusische cultuurweerspiegelt, wat verder nog wordt weergegeven door de architectuur van de huizen en de vele kerken. Tot de 18e eeuw was Sucre het juridische, religieuze en culturele centrum van de regio. In 1898 verhuisde de Boliviaanse regering naar La Paz.

 Na een deugddoend en uitgebreid ontbijt trokken wij voor een ganse dag Sucre in. We stevenden recht op de Plaza 25 de Mayo af. De Metropolitan Kathedraal met Virgen de Guadelupe kwam als eerste aan de beurt. De enkele treden werden overwonnen met de hulp van goedwillige voorbijgangers. Het is één van de architecturale pareltjes van het land. De bouw werd uitgevoerd tussen 1559 en 1772, in het begin in renaissance stijl en later werd barok toegevoegd. Het interieurvan de kathedraal vonden we niet zo indrukwekkend. De afbeelding van de Virgen de Guadelupe was mooi, haar mantel is prachtig en belegd met allerlei kostbare edelstenen. Wij dachten een beeld te zien van de maagd, het gezicht is maar een foto. In ieder geval wordt de Virgen de Guadelupe fel vereerd in Sucre. De Capilla de la Virgen de Guadelupe was nu gesloten, omdat alle waardevolle attributen tentoongesteld waren in de kerk bij de beeltenis van Maria. De kapel werd gebouwd door Fray Jeronimo Mendez in 1617 in de voormalige kapel van bisschop Alonso Ramirez de Vergara. De beeltenis van de Virgen de Guadelupe is geschilderd door Fray Diego de Ocaña in 1601.

 Bij het buitenkomen stapten we naar de Iglesia de Santa Monica, op de hoek van Calle Junin en Arenales. Met de bouw van de kerk werd begonnen in 1574 en het was oorspronkelijk bedoeld als klooster voor de kluizenaars van St. Augustinus. De verdere bouw kwam in het gedrang door financiële moeilijkheden in 1590. Daardoor werd het gebouw omgevormd tot jezuïetencollege. Het interieur is versierd met “mestizo” houtsnijwerk en de binnenpatio is één van de mooiste van Sucre. De kerk dient nu als auditorium en is alleen toegankelijk tijdens speciale evenementen. De Iglesia Santa Barbara is nooit een kerk geweest. Van in het begin is dit bouwwerk gebruikt als hospitaal en dat is het tot op heden nog. De ingangspoort is prachtig met uitgehouwen stenen motieven versierd. Met de bouw van de Iglesia y Convento San Francisco werd gestart in 1540. Het interieur heeft fijn gesneden, met goud belegde altaren. Zoals vele kerken in Sucre is de gevel wit geschilderd. Ze bevindt zich op een tweetal blokken van de Plaza 25 de Mayo. Het Museo de Arte Indigena(ASUR) bevindt zich op San Alberto 413. Behalve dat Sucre prachtig is, is het gezegend met een rijk historisch en artistiek erfgoed. In dit museum kan je een glimp opvangen van de Inca cultuur, door de traditionele handwerken te bekijken. Het stelt een reeks textiel ten toon van Ajsus, Champis, Poncho’s en typische toebehoren, daarnaast geeft het informatie over de twee culturen: Tarabuco en Jal’qa. Je kunt er weefdemonstraties bijwonen. Marie-Claire heeft even haar hoofd binnengestoken en is teruggekomen. Ik wachtte beneden, want alles speelt zich af op de 1e verdieping.

 Het werd nu de hoogste tijd om het Oficina de Turismo binnen te stappen. Ik heb de eer aan Marie-Claire moeten laten, ik kon niet naar binnen door een tiental treden. We kregen er heel wat informatie mee over de bezienswaardigheden van Sucre en de openingsuren tijdens de fiësta ter gelegenheid van de viering van de Virgen de Guadelupe en van de groepen die in de optocht meegaan. Van hier ging het naar het Santa Clara Museo**. Het is een prachtig klooster, maar Marie-Claire heeft het alleen moeten bezoeken. Een aantal treden hielden mij bij de ingang. Het loont zeker de moeite om het te bezoeken. Bij het buitenkomen zochten we een restaurant op voor de lunch. Het werd
-    Restaurante Pueblo Chico, Plaza 25 de Mayo 46
 Tel.: + 591/2-64.35.040
 E-mail: pueblochico@hotmail.com
Het is geen groot eethuis, het is er gezellig tafelen en het is er lekker en niet duur. De Prefectura de Chuquisaca** was het eerste wat we op het programma hadden na de middag. In de voormiddag is het gebouw open, maar er is dan geen rondleiding en je mag niet naar boven voor het panorama. Om 15u staat een Engels sprekende gids van het Oficina de Turismo paraat om een gratis rondleiding te geven. Ik kon niet mee naar boven, er is geen lift. Je mag dit in geen geval overslaan, zowel de voorgevel als het panorama zijn de moeite waard. Vanaf hier heb je een prachtig uitzicht op de stad en de vele witte kerken.

 Het Museo Etnografia y Folklore** is gratis te bezoeken en met wat geluk krijg je tekst en uitleg bij de vele oude maskers. Foto’s zijn er evenwel niet toegelaten. Er zijn verder nog zalen met oude schilderijen, beiden zijn op het gelijkvloers. Op de eerste verdieping is een collectie oude klederdrachten te bewonderen, hier is Marie-Claire alleen geweest. Na dit museum keerden we terug richting hotel, om te stoppen bij de Iglesia de La Merced. Deze kerk ligt op de hoek Bolivar/Azurduy. Marie-Claire heeft het hier ook alleen moeten doen, ik kon niet mee wegens trappen. Het interieur van de kerk wordt beschouwd als het mooiste in Sucre, het uitzicht van op de klokkentoren is prachtig. Zeker doen. Schuin tegenover de kerk van La Merced staat de Iglesia San Felipe Neru. De klokkentoren is niet rolstoeltoegankelijk, de kerk zelf wel. De ingang tot de kerk is de 2e deur voorbij de kerk in Calle Bolivar. De crypte is niet toegankelijk met een rolstoel. Het panorama is ongeveer zoals bij La Merced. Probeer een bezoek te brengen in de late namiddag. Je hebt er dan prachtige kleuren en uiteraard mooie foto’s door de ondergaande zon. Nu liep de dag op zijn einde, we gingen naar de kamer om ons te verfrissen en zochten een leuke eettent op. Het werd dit keer Restaurante La Taberna, Arce 35. Het restaurant ligt op een 20m van de Plaza 25 de Mayo. Het was er lekker, geen te lange wachttijd maar vrij duur. Voor ons twee betaalden wij Bs. 133.

Het werd weer een zonovergoten dag, maar naar de avond toe werd het frisser.

07/09 Dinsdag Sucre  / Potosi(½ dag s.s.)

 We hadden met Garcia, de taxichauffeur, afgesproken om ons aan het hotel op te wachten om 8.30u. Toen er om 8.45u nog niemand was komen opdagen, hebben we aan de balie gevraagd contact op te nemen met de taximaatschappij. Daar werd gezegd dat de chauffeur onderweg in het drukke verkeer geblokkeerd stond. Enkele ogenblikken later stopte een taxi, maar met een onbekende chauffeur. Door Raùl, de man achter de balie, werd hem duidelijk gemaakt dat hij in Potosi eerst naar het busstation moest, voor hij ons aan het hotel zou afzet-ten. Na een rit door een mooie streek met golvend landschap en een kronkelige weg kwamen we omstreeks 11.30u in Potosi aan en Marie-Claire ging er in het nieuwe busstation de ticket-ten kopen voor de bus Potosi - Tupiza op 12 september. Nu trachtte de chauffeur het door ons gereserveerde Hotel Santa Teresa te vinden. We hadden enkel een stadsplan uit LP, met daarop de straat vermeld waar hij moest zijn. Na enkele rondjes en een sightseeing van het centrum van Potosi waren we om 13.u ter plaatse. Marie-Claire ging eerst poolshoogte nemen in het hotel en vond de locatie, smalle voetpaden en stijgende straten naar het centrum, niet voor de hand liggend. Na het zien van enkele andere etablissementen, leek Hotel Santa Teresa toch nog de beste optie. Na installatie op de kamer namen we in het restaurant onze lunch. We betaalden Bs. 47 voor 2 x Russische salade, een grote pint bier en mineraal water.

- Potosi ligt op 164km van Sucre, op een hoogte van bijna 4.000m en is daarmee de hoogst
 gelegen stad ter wereld. Potosi ligt aan de voet van de berg “Cerro Potosi” of “Cerro Rico”, een berg vol zilvererts. Potosi is gesticht in 1546. Door het zilvererts dat werd ontgonnen, groeide Potosi tot één van de grootste steden in de wereld met een bevolking van meer dan 200.000 inwoners. In het Spaans bestaat het gezegde “vale un Potosi”, wat betekent een fortuin waard zijn. Het meeste zilver dat je in Spanje aantreft, komt uit Potosi. Volgens officiële bronnen is er tussen 1556 en 1783 45.000 ton zuiver zilver ontgonnen uit de berg. Van dit aantal is 7.000 ton naar de Spaanse monarchie gegaan. Er wordt gezegd, dat de Spaanse veroveraars zoveel zilver weghaalden, dat er een brug kon mee gebouwd worden tussen Potosi en Europa.
 In de vroege 19e eeuw leidde de strijd tot onafhankelijkheid ertoe, dat vele kerken geplunderd werden. De rijkdom van Potosi werd verplaatst naar Europa en naar andere delen van
 het Spaanse rijk. Het inwonersaantal zakte tot beneden de 10.000. Toen de onafhankelijk-
 heid van Bolivia in 1825 een feit werd, waren de zilvermijnen van de Cerro Rico uitgeput.
 De voornaamste bezienswaardigheden in Potosi zijn de mijnen, La Casa de la Moneda, de
 kathedraal en de kerken San Benito en San Lorenzo en het Convento Santa Teresa.

 Om 14.10u vertrokken we te voet, bergop, naar La Casa Nacional de la Moneda***, waar om 14.30u een gegidste rondleiding startte. Het enige probleem waren de vele treden om de bovenverdieping te bereiken. Wij dachten aan een probleem, maar het was vlug van de baan. Een tweetal aanwezige politiemensen boden hun diensten aan en hebben mij door het ganse complex begeleid. De rondleiding was pas ten einde om 16.15u. Het is een must als je in Potosi verblijft. We dwaalden nu af naar de kathedraal, die volledig in restauratie is. Ze is wel te bezoeken en zal prachtig zijn na het beëindigen van de werken. We werden verwelkomd door een toevallig aanwezige gids, die Marie-Claire vergezelde naar de klokkentoren. Niet zo heel ver van de kathedraal staat het Teatro Omiste, waar we alleen een foto van de gevel kon-den nemen. We zochten in het centrum de Iglesia de La Merced nog op, maar moesten er af-druipen, omdat het gesloten was. De openingsuren die in de reisgidsen zijn opgegeven, zijn niet meer de juiste. Blijkbaar kent niemand de juiste openingsuren, want in het hotel beweer-de men bij hoog en bij laag dat ze moest open zijn. Onze goedgevulde dag zat er stilaan op en we besloten het avondmaal in het hotel te nemen. Het was er deze middag lekker en geen lange wachttijd, maar nu werden we stilaan het wachten beu en het eten was ronduit slecht. Het restaurant van het hotel is geen aanrader.

We genoten de ganse dag van een stralende hoogtezon, pas naar de avond toe werd het frisser en konden we een fleece gebruiken.

08/09 Woensdag Sightseeing Potosi

 Om 8.30u verlieten wij het hotel om op tijd bij de ingang van het Convento Santa Teresa*** te staan. We hadden gehoopt een Engels sprekende gids te treffen, maar die is door recente bezuinigingen tegenwoordig nog enkel beschikbaar in de namiddag. Hier en daar zijn er enkele treden, maar Marie-Claire samen met de gids hielp mij telkens boven. De duur van het begeleid bezoek is een goede 2 uur en het loont absoluut de moeite. Het is een pracht van een klooster. Er leven momenteel 10 nonnen en 4 novicen. Bij de inschrijving mochten er nooit meer dan 21 nonnen zijn. Er was zelfs een wachtlijst. Wanneer er 1 stierf, mocht een nieuwe intreden. Rijke families vonden het een bijzondere eer als hun dochter mocht intreden. Bij de intrede moest de familie de som ter waarde van US$ 100.000 in goud neertellen. Veelal gingen jonge meisjes in het klooster op 15 jarige leeftijd, om het nooit meer te verlaten. Het was een slotklooster tot het Vaticaans Concilie in 1966. Na het uitgebreid begeleid bezoek aan het Sta. Teresa Convento stapten wij bergop, naar de Plaza 10 de Noviembre, waar Marie-Claire zich neerzette op een bank om even op adem te komen. We waren nu toch in het centrum en maakten we van de gelegenheid gebruik om onze lunch te nemen in het Restaurante Café de la Plata. We betaalden Bs. 45 voor 2 x ensalada de atùn en 1 mineraal water. Het was niet echt lekker en Marie-Claire beet er bij overmaat van ramp nog een tand stuk op een olijvenpit.

 We zochten nu het hotel op, om er terug te zijn voor een citytour, die zou starten om 14.30u aan het hotel. We boekten deze stadsrondrit bij
-    Amigos de Bolivia
 Calle Ayacucho 20, Potosi
 Tel.: + 591/2-62.26.462 - 62.31.281
 GSM: 77476393 - 72423488 - 77111742
 E-mail: amigos-boliviapt@otmail.com
Om 14.30u was er niemand te bespeuren, Marie-Claire vroeg de receptie om even contact op te nemen met het reisbureau. Die beweerden dat de gids en een chauffeur onderweg waren en inderdaad enkele ogenblikken later kwam de gids te voet bij ons toe. De wagen kwam even later ook, maar hij was niet geschikt voor mijn handicap. In plaats van een gewone taxi had de touroperator een minibus ingehuurd. Het werd wachten op de komst van een ander voertuig en dan was het vlug instappen en wegwezen. We zijn vertrokken aan de Arca de Cobija, vanwaar je de Cerro Rico in zijn volle glorie kunt bewonderen. De eerste stop was aan de Cerro Rico. Vermits ik moeilijk te voet tot bij een mijningang kon gaan, mocht de chauffeur met zijn wagen verder rijden tot bij een ingang. Marie-Claire is met de gids in één van de mijnengangen geweest, om de sfeer op te snuiven. Aan het afdalen in de mijn is zij niet begonnen, ten eerste om mij niet te lang alleen achter te laten en ook omdat zij het niet goed zag zitten. Normaal heeft ze geen claustrofobie, maar ik denk dat het in de smalle donkere gangen vlug kan toeslaan. Nu we toch aan de Cerro Rico waren, vroegen we de chauffeur om tot bij het H. Hartbeeld op de flank van de berg op 4.300m te rijden. Een mooie panoramische foto ervan kan je niet nemen, omdat het uitzicht op het beeld en de omgeving besmeurd wordt door zendmasten voor GSM en TV. Het panorama op de stad en de wijde omgeving is wel prachtig.

 Nu keerden we terug naar de stad en deden er een aantal kerken aan, te beginnen met de kerk van Calvario. De kerk staat midden in de mijnwerkersbuurt, waar op de mijnwerkersmarkt Calvario volop coca en zelfs dynamiet vrij te koop wordt aangeboden. Vervolgens kwamen de kerk van San Juan de Dios, een adobe kerk uit de jaren 1600 en de kerk San Martin, die meestal gesloten is. Deze nogal gewoon ogende kerk is in de jaren 1600 speciaal gebouwd door de inboorlingen. We stelden vast, dat de kerk voor bezoek geopend is op Do en Vr vanaf 15u. We kwamen nu in de buurt van Calle Quijarro, een gezellig koloniaal straatje met een prachtig groen hoekbalkon, Esquina de la Quatro Portades. Veel stoppen zat er niet in, want het straatje is zo smal, dat er geen wagens door kunnen als er één geparkeerd staat. De kerkentoer werd verder gezet met de kerk van San Lorenzo de Carangas. Ze is één van de eerste kerken die gebouwd werden in deze regio. Het sierlijke barokke mestizen portaal is waarschijnlijk één van de meest gefotografeerde bezienswaardigheden in Bolivia. Op de Plaza del Estudiante staat een juweeltje, de kerk Jerusalem. Jammer genoeg is die enkel open tijdens de misviering. De voormalige kerk en klooster van San Bernardo is vooral bekend om zijn mooie gevel. Het interieur herbergt nu een door Spanje gesteunde school voor restaurateurs. De laatste in het rijtje was de kerk van San Benito. Men begon met de bouw in 1711, zij is gebouwd in de vorm van een Latijns kruis en heeft Byzantijnse koepels en een kenmerkende mestizen deuropening.

 Rond 17.45u was de citytour ten einde en waren wij terug aan het hotel. Wij kunnen touroperator “Amigos de Bolivia” niet aanbevelen. De gids en chauffeur waren te laat en dan nog met een wagen die voor mij niet geschikt was, terwijl het agentschap wel op de hoogte was van mijn handicap. Tegen 18.30u verlieten wij het hotel om het
-    Restaurante El Fogon
 Esquina Oruro/Frias 58, Potosi
 Tel.: + 591/2-622.49.69 - 623.02.80 Fax: + 591/2-622.49.69
 E-mail: el_fogon@hotmail.com
op te zoeken. Wij betaalden er cash Bs. 115 voor een heel lekkere maaltijd, maar de porties waren heel groot. Marie-Claire vroeg als extra een soepje en je kon er bijna met vier personen van eten. De rest van de schotels was navenant. Het restaurant is in ieder geval aanbevelenswaardig.

We konden weer eens genieten van een stralende hoogtezon. Tegen zonsondergang werd het frisser.

09/09 Donderdag Potosi(½ dag s.s.) - Sucre

 Na het ontbijt vroegen we aan de receptie van het hotel een taxi te bestellen voor een uitstap naar Laguna de Tarapaya(Ojo del Inca) te gaan. De man wilde ons er naartoe brengen voor Bs. 70, een wachttijd van 1 uur aan het meer inbegrepen. In totaal beschikten wij over een kleine drie uur. In de uitgedoofde vulkaan is een wam waterbron ontstaan, die het meer van het nodige water voorziet. Er is een openluchtzwembad, waarin je van het warme water (+/- 30°) kunt genieten, tenminste als het gevuld is met water. Toen wij er waren, werd het net gevuld en het neemt veel tijd in beslag. De omgeving van de lagune is mooi, maar de rit er naartoe is meer dan de moeite. Je komt voorbij La Casa del Indio, La Cueva del Diablo en andere natuurpracht. We hebben er van genoten. Op de terugweg vroegen we de chauffeur een ommetje te maken naar de Mirador Pari Orcko, wat hij zonder morren deed. Je hebt er een panorama over de stad en je hebt de mogelijkheid de toren te beklimmen, vanwaar je een nog beter zicht hebt op de omgeving. Na enkele kiekjes hielden wij het voor bekeken en vroe-gen de taximan ons te droppen aan de kerk en het museum San Francisco. Het museum bezit een reeks van 25 schilderijen van Gregorio Gamarra, die het leven van St. Franciscus van Assisi wist weer te geven. Ze hangen in de overdekte gaanderij net voorbij de ingang. In de sacristie hangen doeken van verschillende schilders, zoals “Flagelacion” en “La Purisma” uit de 18e eeuw en schilderijen van Maestro Peréz de Holguin zoals “La Ereccion de la Cruz”. Er is ook een ongelooflijke collectie sculpturen van Gaspar de la Cueva en collecties van doeken van maagden, martelaren en heiligen. De klokkentoren kan beklommen worden en het is een uitgelezen plek om Potosi en de Cerro Rico te overzien.

 Rond de klok van 12u stapten wij het restaurant El Fogon binnen voor een vroege lunch. Het viel gisteren best mee en waarom dan eens iets anders uitproberen. We betaalden er cash Bs. 48 voor ons beider lunch, twee minerale waters inbegrepen. Nu we terug op krachten waren, begonnen we aan de steile klim naar La Casa de las Tres Portades. Het is een architectonisch opvallende gevel van een eerder uitgeleefd hotel. In het hotel vroegen we een taxi om op tijd in het onze te geraken. Met de taxichauffeur van deze morgen hadden we afgesproken, om vanaf het hotel naar Sucre te vertrekken om 14.30u. We laadden vlug de wagen en zegden Potosi vaarwel, om rond 17.30u in Sucre aan het Hotel de Su Merced aan te komen. Onze achtergebleven bagage stond klaar op de kamer. Voor we onze kamer opzochten, checkten we onze mailbox op één van de beschikbare PC’s in het hotel. Na een opfrisbeurt bestelden wij ons avondeten in het restaurant van het hotel. We betaalden Bs. 70 voor een lekkere schotel, een biertje en een Cola. De dag zat er voor ons op.

We konden voor de zoveelste dag op rij genieten van een stralende zon, zowel in Potosi als in Sucre.

10/09 Vrijdag Sucre

 Na het ontbijt vertrok Marie-Claire met een vrije en hulpvaardige receptioniste van het hotel naar de Plaza, in de hoop er een stoel te bemachtigen voor de fiësta van vandaag en morgen. Naar de mening van de receptionisten van het hostal is de verkoop van ticketten een ware chaos en worden de stoelen op de zwarte markt verkocht tegen woekerprijzen. Marie-Claire heeft er twee kunnen op de kop tikken voor de prijs van Bs.100 i.p.v. 30 per stoel. De plaats was in ieder geval ideaal, op de Plaza met zicht op de Calle Arce met in de verte het zicht op de kerk van San Francisco. Bij haar terugkomst vertrokken we samen naar La Casa de la Libertad. Na de aanschaf van een inkomkaartje, was het even wachten op een Engels sprekende gids. Wij waren paraat om 10.40u en kregen een wachttijd aangesmeerd tot 11.10u, pas dan was er een gids beschikbaar. Het wachten loonde de moeite, dit museum moet je gezien hebben wanneer je Sucre aandoedt.

 Bij het verlaten van La Casa de la Libertad zochten wij op de Plaza 25 de Mayo de standplaats van de minibus op, waarmee je de rit kunt maken naar Cal Orck’O Dinosaur Tracks. Bij het zien van de truck, een hoge vrachtwagen met banken, besloten we om toch maar een taxi te charteren. Een zitje in de truck kost Bs. 35 p/p en er wordt beweerd dat je een Engels sprekende gids mee krijgt. De truck rijdt drie keer per dag en vertrekt zodra hij voldoende geladen is.

- Orck’O Dinosaur Tracks: De sporen van Dinosaurussen liggen op 5km van Sucre, waar je
 een grote verscheidenheid en hoeveelheid voetafdrukken kunt waarnemen van deze voorhistorische dieren. Deze spectaculaire ontdekking werd opengesteld voor het publiek in oktober 1994. Cal Orck’O is aantrekkelijk om verschillende redenen: De omvang van de muur is indrukwekkend, meer dan 25.000m² volledig met afdrukken. De sporen van Dinosaurussen en de resten van schildpadden, krokodillen, vissen en algen zijn voor de specialisten zeer interessant.

 Wanneer we besloten terug te keren naar Sucre, merkten wij tot onze verbazing dat er geen enkele taxi te bespeuren viel en een tocht te voet terug was onbegonnen werk. Marie-Claire liep vlug terug naar de ingang en vroeg er om een taxi te sturen. Zij was nog niet terug, toen er eentje kwam aanbollen met andere bezoekers voor het park. Ik stond met mijn rolstoel op de stoep met een hoge boord en kon mij niet verplaatsen om de chauffeur te verwittigen van ons voornemen. Zijn passagiers begrepen aan mijn gebarentaal, dat ik de taxi wou nemen en verwittigden de man. Ondertussen was Marie-Claire terug beneden en konden we aan de terugtocht beginnen, maar niet naar het centrum, wel naar de kerk en het klooster La Recoleta. De chauffeur slalomde door de straten van Sucre, want hier en daar was de weg geblokkeerd door groepen die oefenden voor de grote optocht van morgen. Hier was het even wachten op de gids, die nu met een groepje toeristen in het complex rondtoerde. Toen de man verscheen, leek hij niet al te vriendelijk en hij wachtte nooit op het ganse groepje eer hij zijn Spaanse uitleg startte. Daardoor kregen we maar een gedeeltelijke uitleg over kerk, klooster en de min of meer verwaarloosde tuin. De rondleiding duurt +/- 30’. Het klooster en omgeving lonen toch de moeite om er naartoe te gaan. Voor de ingang ligt een plein met centraal een mooie fontein. Op het einde van dit plein is een overdekte gaanderij, bereikbaar met een trapje of via een hellend vlak, vanwaar je een mooi panorama hebt op Sucre. Juist onder de gaanderij is een terras met tafels en stoelen en kan je van een verfrissing genieten. Dit was niet voor ons weggelegd vanwege een zestal treden en er waren alleen oudere mensen en kinderen in de buurt.

 Marie-Claire wou te voet terug naar het hostal, maar daar was geen denken aan. Niet dat het zo ver was, maar we moesten beginnen met een heel steile afdaling en dat zag geen van ons beiden zitten. Het werd wachten op een vrije taxi, die ons naar het hostal wou en kon brengen. We waren er rond 17u en na toiletbezoek trokken we naar de Plaza, om er ons duur betaald zitje in te nemen. De Fiësta was reeds begonnen en vandaag was het de beurt aan de kinder- en jeugdgroepen. De kleurrijke groepen zijn we blijven bewonderen tot 20u. Onze lunch hadden we overgeslagen en daardoor morden onze magen. Na enig dringen door de mensenzee zijn we kunnen aan tafel gaan
-    Restaurant La Casona
 Calle Guillermo Loayza 89, Sucre
 Tel.: + 591/4-64.53.158
 Website: www.restaurantlacasona.net
 E-mail: lacasonasucre@gmail.com
Dit restaurant is een churasqueria, waar het goed tafelen is. Wij betaalden met MasterCard Bs. 71 voor een voortreffelijke maaltijd, drank inbegrepen. Het is een aanrader in Sucre. We waren terug in het hostal rond 21.20u en begonnen aan een verkwikkende nachtrust.

We konden de ganse dag genieten van een stralende hoogtezon, zelfs naar de avond toe was het niet koud.

11/09 Zaterdag Sucre(Fiësta de la Virgen de Guadelupe)

 Na het ontbijt verlieten wij om 9.30u het hostal, om naar de Plaza te trekken. We hoorden in de verte reeds een muziekkorps en het bleek een optocht van het feestcomité te zijn, die de feestelijkheden hiermee inzetten. De groep ontbond even voorbij onze zitplaats aan de Virgen de Guadelupe, die buiten de kathedraal stond opgesteld. Het was toen 10.45u en na deze kleine groep werd het stil in de straten, tenminste er speelden geen harmonies of fanfares meer op dit ogenblik. Volgens het programma, dat overvloedig werd uitgedeeld, zou de eerste groep bij de Plaza aankomen rond 13u. Blijven zitten had dan ook geen zin en we zijn de omliggende straten gaan verkennen. We stonden versteld van de manier waarop sommige zitjes waren ineengetimmerd of soms gewoon opeen gelegd. Alle middelen zijn blijkbaar goed tijdens de fiësta om een graantje mee te pikken en iets bij te verdienen. Toen we terug op de Plaza kwamen en onze plaats wilden innemen, kwam een politieman op ons af. Hij wou weten hoeveel we voor onze zitplaatsen betaald hadden en aan wie. We kwamen nu ook te horen, dat een stoel niet meer mag kosten dan Bs.30 en dat terwijl wij er 100 voor betaalden. Wie een hogere prijs dan de officiële vraagt, doet illegale zaken en is strafbaar. Wij hebben 1 stoel kunnen doorverkopen aan een Belgisch koppel aan de prijs van Bs.100, zoals wij betaald hadden. Zij waren tevreden en wij ook dat we de hoge kost voor een zitje op die manier konden milderen. We hebben de kleurrijke groepen gadegeslagen tot 19.45u en hebben dan een eethuis opgezocht op de Plaza. Het werd Pueblo Chico, waar we enkele dagen voordien onze lunch namen. We betaalden voor 1 grote pizza Bs. 25, drank inbegrepen. De pizza was niet zo denderend.

 Bij terugkomst in het hostal vroegen we de afrekening voor de drie nachten die we er nu verbleven hadden, keken nog eens vlug op de PC naar onze mailbox, maakten de valiezen gereed voor vertrek naar Tupiza en doken onder de wol voor een korte nachtrust.

De ganse dag was de zon overvloedig van de partij. Pas na zonsondergang werd het frisser.

12/09 Zondag Sucre  / Tupiza

 De wekker liep af rond 3.45u en we haasten ons om gereed te zijn. Er was een grote taxi besteld tegen 4.30u om ons naar het busstation van Potosi te voeren. Garcia was goed op tijd, maar het gevraagde ontbijtpakket was niet gereed gemaakt. De nachtwaker is het in de rapte gaan klaarstomen en we konden vertrekken. Het was nog koud op dit vroege uur, pikdonker en geen straatverlichting buiten de bebouwde kom. De taxichauffeurs zijn dit wel gewoon, maar met al het bochtenwerk zaten we toch niet zo op ons gemak. Er is 1 verplichte korte stop op de weg Sucre - Potosi bij een post van de wegenpolitie en die is zelfs ’s nachts bemand. Tegen 7u stopte Garcia aan het busstation in Potosi, nam onze bagage mee en ging samen met ons naar de vertrekhal beneden. Na het afrekenen wenste hij ons nog een goede voortzetting van de reis en reed terug naar Sucre.

 Even voor 8u kwam er schot in de zaak en moesten we met al ons hebben en houden naar buiten, want daar zou de bus komen te staan. Met de hulp van een chauffeur en een tweede persoon ben ik in de bus gedragen. De bagage werd geladen, van elk stuk krijg je een bewijs van afgifte, waarna iedereen mocht instappen. Rond 8.10u verliet de bus zijn stand-plaats in Potosi, om de lange rit naar Tupiza aan te vatten. De ganse rit loopt de weg door een uiterst dor landschap en voor het merendeel over gravel en grote delen over zandwegen. De stofwolk naast en achter de bus zei voldoende. Op de meeste plaatsen is er geen alternatieve weg en in de buurt van Tupiza werd het een omleidingweg. Een nieuwe weg is in aanbouw, het is een werk van lange adem en zal waarschijnlijk nog jaren aanslepen. Op de middag werd een half uur gestopt voor de lunch in een onooglijk dorpje van hooguit enkele huizen, maar met twee vunzige restaurants. De toiletten in de eethuizen waren helemaal niet aan te zien. Toen we de reis verder zetten, werd het op de bus hoe langer hoe warmer. De koeling functioneerde niet meer, het was bijna onhoudbaar. Iedereen was tevreden toen we Tupiza binnenreden. We konden de snikhete bus omstreeks 15.30u verlaten, na een rit van 7.30u en dit voor amper 272km. In Potosi was ons ten stelligste beloofd, dat er aan het busstation taxi’s beschikbaar waren. Het was een kwestie te weten waar die te vinden. Bij navraag aan een bureautje, ging Marie-Claire het busstation uit en kwam terug met een oude krakende kar op wielen. Daarmee zouden we het moeten stellen, want er was maar 1 voertuig beschikbaar.

 Voor Bs. 8 werden we naar het Mitru Hotel gebracht. Na het inchecken werd werk gemaakt van verschillende reservaties.
Wij hebben geopteerd voor een vierdaagse salartour en Zuid-Lipez met vertrekpunt Tupiza om twee redenen:
- De touroperators in Tupiza zijn betrouwbaarder en geven een betere service dan deze in Uyuni, er zijn zeker uitzonderingen, maar het is moeilijk het kaf van het koren te scheiden.
- Je mist een stuk wanneer je de tour vanuit Uyuni start. Het zuidoostelijke deel wordt niet aangedaan met een driedaagse vanuit Uyuni.
- Wanneer je deze tour vanuit Argentinië wil starten, dan komen zowel Tupiza Tours als La Torre Tours je oppikken aan de Argentinijns/Boliviaanse grens.

-     Tupiza Tours, Av. Chichas 187, Tupiza
 Tel.: + 591/2-69.43.003
 Website: www.tupizatours.com
 E-mail: info@tupizatours.com en reservas@tupizatours.com
 Deze touroperator is het oudste en meest gekende in Tupiza. Ze hebben nog steeds het monopolie in handen en leveren een uitstekende service.
 Hun prijzen liggen hoger dan bij de stilaan oprukkende concurrentie. Wij hebben aanvankelijk geprobeerd onze vierdaagse bij hen te regelen. Zoals de meesten bieden zij een pakket aan met o.a. Jeep, basic accommodatie en maaltijden. De prijs hangt af met hoeveel personen je de tour kan delen. Aangezien wij de voorkeur gaven om te overnachten in de hotels van de Tayka-keten, hadden wij enkel transport nodig, onze maaltijden zouden wij daar eveneens gebruiken.
 De prijs die zij voorstelden was voor ons te hoog en leek ons oneerlijk. Uit een verslag van Wegwijzer werd ons La Torre Tours aanbevolen. De prijs lag een stuk lager voor dezelfde tour. Wij waren uiterst tevreden over de geboden diensten.
 Aangezien we verbleven in het Mitru Hotel(zelfde locatie als Tupiza Tours) en bij hen geinformeerd hadden via verscheidene mails, voelden wij ons een beetje verplicht om bij hen onze daguitstap rond Tupiza te regelen, die heel goed is meegevallen.
 La Torre Tours verzorgt dezelfde uitstap maar voor een lagere prijs.

-    La Torre Tours, Av. Chichas 220, Tupiza
 Website: www.latorretours-tupiza.com
 E-mail: latorrehotel@yahoo.es (Engels en Spaans)
 irma@adventuretupizatours.com (Spaans)
 GSM.: + 591/72408028
 Bediende is Engels sprekend
 
 Het reserveren van de dagtrip bij Tupiza Tours en de vierdaagse Salartour bij La Torre Tours nam zoveel tijd in beslag, dat het reeds begon te duisteren toen we alles hadden afgehandeld. Bij deze touroperators konden we met een credit card betalen, mits een toeslag van 10%. Daarom beslisten we om in de bank voldoende cash Bolivianos af te halen, zodat we de kaart niet hoefden te gebruiken. De kosten voor het betalen met een creditkaart zijn nutteloze kosten waar niemand wat aan heeft. Voor het avondeten wilden we onze mailbox nog eens nakijken, in het hotel was een PC gratis ter beschikking voor de klanten en daar maakten we gretig gebruik van. We zochten nu een restaurant op en het werd Ristorante Italiana, Av. Chichas, Tupiza. Het bevindt zich enkele huizen voorbij Hotel Mitru in dezelfde straat. De pizza’s waren vers gemaakt, groot, lekker en niet duur. We betaalden cash Bs. 69 voor 2 piz-za‘s, 1 mineraal water en 1 groot glas bier. De dag zat er voor ons op, we keerden naar de kamer terug en doken in bed.

Van het prachtige weer hebben we weinig genoten, we zaten teveel uren vast in een oververhitte bus.

13/09 Maandag Tupiza en omgeving

- Tupiza is een klein stadje gelegen op 2.950m hoogte, dat wordt omgeven door hoge rode bergen en rotsformaties. Het is werkelijk prachtig. Tupiza ligt in een vallei van de gelijknamige rivier: Rio Tupiza. Gans het jaar is het klimaat er mild. De bevolking leeft van landbouw en mijnbouw. Tupiza heeft de toerist veel te bieden, de omgeving is een waar paradijs voor de natuurliefhebber.

 Om 9.30u zijn we op Jeeptour vertrokken met een chauffeur van Tupiza Tours, Victor. Voor de daguitstap hadden we Bs. 250 p/p neergeteld. Voor we Tupiza verlieten, wilden we in de bank euro’s wisselen om bij terugkeer onze schuld te gaan vereffenen bij La Torre Tours. We waren nog maar net het stadje uit, toen we van de ene verbazing in de andere vielen. De route die de chauffeur volgde was gewoon overweldigend. Er werd op meerdere plaatsen gestopt voor een korte natuurwandeling(Marie-Claire), of minstens om te kunnen fotograferen. Vermits de weg op de meeste plaatsen mul zand was, kon ik er met mijn rolstoel niet veel uitrichten. Ik heb veel kunnen zien vanuit de wagen. We startten met het noordelijk deel en kwamen voorbij La Poronga, waar je een prachtig route volgt. Onze lunch namen we op de eerste stop van de zuidelijke route in Toroyoj. Aan speciaal daarvoor geplaatste tafeltjes verorberden we er de lunch, door Tupiza Tours meegegeven. Toroyo ligt op 12km van Tupiza en is een idyllische rust- en picknickplaats aan de boorden van de Rio Tupiza, waar geiten en soms lama’s hun dorst komen lessen in het frisse water van de rivier. Nu volgde de Quebrada de Yumia, wat volgens ons de mooiste plek rond Tupiza is, Quebrada Seca, El Cañon del Duende, La Puerta del Diablo, Quebrada Palmira met Valle de los Machos en El Cañon del Inca. Al deze plekken zijn meer dan de moeite om te bezoeken. In de Valle de los Machos kwamen we een jong koppeltje tegen, die de weg van Tupiza naar hier te voet hadden afge-legd(+/- 7km). We stelden hen een lift naar de stad voor, maar zij opteerden voor een wande-ling. We wilden ook naar La Torre, maar de weg er naartoe loopt was afgesloten. Terug in Tupiza wou Marie-Claire naar het H. Hartbeeld, dat op een heuvel staat. We zijn er op onze stappen moeten terugkeren, de trap die je naar boven voert, is deels afgebroken. Victor had zijn uiterste best gedaan om het ons zo aangenaam mogelijk te maken. Hij vroeg regelmatig of hij moest stoppen voor foto’s. We waren terug in het hotel rond 17u na een goed gevulde dag natuur kijken.

 Terug op de kamer deed een douche wonderen. Het water en de zeep deden het rode stof, dat we vandaag moesten incasseren, verdwijnen. Toen we uitstapten uit de Jeep hadden we rode haren van het opwaaiende zand en stof, na de douche hadden ze hun normale kleur terug. Nu we gezuiverd waren van al het stof, konden we er op uit trekken om bij La Torre Tours het saldo voor de vierdaagse tour te gaan aanbetalen. We vroegen aan de Engels sprekende bediende een ander restaurant dan een pizzeria. Zij verwees ons naar het enige steak-house in de stad. We konden er niet terecht, het was vandaag zijn sluitingsdag en zo belandden we uiteindelijk in het Restaurante Italia, gelegen voorbij het Mitru Hotel de 1e straat links en daar voorbij Restaurante Napoli. We betaalden cash Bs. 68 voor 2 pollos a la plancha met frieten, 1 Quilmes bier en een bus van 2L mineraal water en het was lekker, maar er was een lange wachttijd. De meeste restaurants in Tupiza zijn pizzerias.

Het werd weer een zonovergoten dag en bij het uitstappen was insmeren de boodschap, want de hoogtezon brand feller dan de zon in de lage landen.

14/09 Dinsdag Tupiza  / San Pablo de Lipéz(Sud Lipéz)

 Om 10.30u konden we eindelijk Tupiza verlaten. We hadden tevoren bij La Torre Tours nog onderhandeld met Irma, de verantwoordelijke, de bediende en de chauffeur, Gonzalo, over het voortzetten van onze trip, vanuit Uyuni over Sajama tot La Paz, na de contractuele vierdaagse die we bij hen boekten. Gonzalo wou deze taak aannemen voor Bs. 2.500, alles wat de auto betreft inbegrepen, maar geen overnachtingen en inkomgelden. Bij La Torre hadden we de busrit gereserveerd Uyuni - La Paz. Vermits we dit traject nu met de wagen zouden afleggen, annuleerden we de reservatie met de nachtbus in semi-cama en spaarden zo 2 x Bs.230 uit. Gonzalo volgde stipt het programma van La Torre Tours. De rit van vandaag ging over Quebrada de Palala, een spectaculaire door erosie grillig gevormde rotsformatie. Vervolgens kwamen we in El Sillar(3.702m), waar we even de tijd namen om uit te stappen en van het landschap te genieten. Hier konden we de eerste grote cactussen bewonderen, voor we verder reden naar Nazarenito, een kleine nederzetting waar goud ontgonnen wordt of werd. Dan kwamen we bij Awanapampa(4.200m), een grote weidse vlakte waar in vroegere tijden lama’s graasden, maar die er nu verlaten bij ligt. Deze lastdieren werden ingezet voor het vervoer van zout en andere koopwaar. Het transport van de zoutvlakte naar Tupiza nam tussen 15 en 20 dagen in beslag. Het zout werd geruild voor maïs, suiker en andere etenswaren. Hier genoten wij van onze meegebrachte lunch. Vanaf hier hadden we in de verte als decor de Cordillera de los Andés. Op deze uitgestrekte vlakte kan je met wat geluk vicuñas, Andes vossen, alpaca’s en andere dieren waarnemen. De llareta komt op deze plaats ook veelvuldig voor en hij wordt in de streek algemeen gebruikt als brandstof om te koken. Een andere plant “Paja brava” een soort stro, wordt veelvuldig gebruikt als dakbedekking. Na het verlaten van dit landschap zetten we onze tocht verder via Cerrillos, een typisch dorpje in Sud Lipéz, Polulos, een even typisch dorp maar met enkele nieuwgebouwde huisjes in baksteen en met golfplaten daken. Op het eerste zicht was er nergens verwarming te bespeuren (geen schouwen), maar zonnepanelen zijn er wel ingeburgerd.

 We bereikten rond 17u ons einddoel voor vandaag San Pablo de Lipéz, met amper 250 inwoners en gelegen op 4.260m hoogte. Hotel de los Volcanos staat op het grondgebied van dit dorp, maar het is er een heel eind af. Het is een nieuw hotel, geopend in 2009, waar tot hiertoe de service bovenaan prijkt. Van 18u kregen we verwarming op de kamer, wat we geen overbodige luxe vonden. Zeker na zonsondergang werd het behoorlijk kouder. Tegen etenstijd, 19.15u, had het jonge koppel, dat het hotel openhoudt, in de eetruimte het vuur aangemaakt met enkele droge boomstronken. Het was er gezellig warm en het deed in ieder geval deugd. De door de vrouw en haar moeder klaargemaakte maaltijd mocht er best zijn. Wij waren er de enige gasten en dat vonden we voor hen en voor ons niet zo prettig. De dorpsgemeenschap ontvangt voor elke reservatie de peulschil van hooguit US$ 2 en dat terwijl wij toch meer dan US$ 100 moesten ophoesten. Het is toch een aanrader voor wie in deze streek een beetje meer comfort wil. Als je de vierdaagse trip wil ondernemen, heb je weinig andere keuze dan hier te verblijven. Er is hier geen ander mogelijkheid om te overnachten, tenzij je heel basic de nacht wil doorbrengen.

De ganse dag liet de zon zich van haar beste kant zien en wij genoten ervan.

15/09 Woensdag San Pablo de Lipéz  / Ojo de Perdiz(Sud Lipéz) 440km

 Vermits we vandaag ettelijke kilometers hadden af te leggen, had Gonzalo besloten heel vroeg te vertrekken. Om 4u liep de wekker af en Marie-Claire moest dan in het donker op zoek naar de uitbaters. Van het ogenblik dat zij iemand bij de lurven kon vatten, haastte die zich in T-shirt naar buiten om de generator aan te zetten. Nu zagen we tenminste wat we zegden en de verwarming deed het ook vanaf dit tijdstip. Tegen 4.30u was alles gepakt en stapten we op om ons ontbijt te nemen. Ondanks dit vroege uur was het picobello in orde. Klokslag 5u namen we afscheid van het vriendelijke en werkzame koppel, stapten in de wagen en weg waren wij. Het was toen behoorlijk frisjes met een temperatuur van -8 graden, maar het voel-de niet echt zo koud aan. Van San Pablo de Lipéz naar San Antonio de Lipéz El Viejo was maar een boogscheut. Deze verlaten “ghosttown” San Antonio(4.690m) wordt door veel toe-risten, die de streek bezoeken, “kleine Machhu Picchu” genoemd. Het dorp was ooit beroemd om zijn goudrijkdom, volgens lokale legenden. De duivel heerste er en door het voortdurend lijden, zijn de dorpelingen gevlucht. De volgende stop was bij het Eduardo Avaroa Reserva Nacional met de Laguna Morejon, waar je een prachtig panorama hebt van op 4.855m hoogte. Het witte in de lagune is geen zout maar borax. Quetana Chico is daar in de buurt gelegen op een hoogte van 4.150m en met een Quechua sprekende bevolking van ongeveer 720 inwoners, die nu nog naar goud zoeken. Ze graven gaten van een meter diep langs de oever van de rivier, wassen handmatig het slib tot het veel zwaardere goud naar de bodem van het bakje gezonken is. Gemiddeld vergaart een arbeider 15 tot 30 gram goud per maand, wat resulteert in een zeer klein bedrag contant geld. Wij zijn er niet gestopt door het vroege uur.

 Van Quetena Chico kwamen we in Quetena Grande en vervolgens aan het Lago Hedionda Sur, een mooi hemels blauw meer met op de oever zoutafzetting en veel andesflamingo’s. Aan de Laguna Kollpa worden grote hoeveelheden grondstoffen gewonnen voor het vervaardigen van zeep. Het is een prachtig azuurblauw meer met zoutafzetting op de oever en het krioelt er van de flamingo‘s. Marie-Claire is er uitgestapt en heeft een wandeling gemaakt aan de boorden van het meer, in de hoop enkele foto’s te kunnen schieten van de aanwezige flamingo’s. Even verder volgde de Salar de Chalviri, een prachtige witte vlakte met hier en daar een kleine poel waar flamingo’s zich te goed doen aan de aanwezige algen. In tegenstelling tot wat wij dachten, is de witte vlakte geen zout maar borax. Nu volgde de Laguna Verde(4.350m) in het zuidwesten van het Eduardo Avaroa Parque Nacional. Dit groene meer ligt aan de voet van de Lincacabur Volcano, die zich dan weer op Chileense bodem bevindt. De Laguna Verde is een zoutwater meer met een verhoogd gehalte aan magnesium, arenic, lood en calcium carbonaat, waaraan het meer zijn briljante smaragdgroene kleur te danken heeft. Het heeft een oppervlakte van 17km². Aan de oevers van het meer vind je gigantische vulkanische zwarte rotsen en keien van zout, die er zorgen voor een mooi landschap en voor perfecte foto’s. De kleur van het water is te wijten aan de wind, die het water, vermengd met de mineralen, een magische uitstraling geeft. We kunnen dit punt beschouwen als de grens met Chili. De Laguna Blanca ligt net voor de Laguna Verde, maar stelt niet veel voor.

 De volgende stop was op de terugweg bij Polques Hotsprings of Aguas Termales, waar je de mogelijkheid hebt tot baden in het warme water van 26 tot 30°. Wij gingen er niet in het water, maar hielden er onze picknick bij de wagen en Gonzalo nam zijn lunch in het restaurant. Marie-Claire nam de gelegenheid te baat om er naar het toilet te gaan. Het ther-male water brengt verlichting bij reuma, artritis en andere kwalen. We kwamen nu in de val-lei El Desierto de Dali, een vallei met bergen en rotsformaties van versteend lava met surrea-listische kleuren, die doen denken aan de schilderijen van Salvador Dali. Het is ware een lust voor het oog en natuurlijk ook voor de fotograaf. Je zou er blijven fotograferen. Vervolgens kwamen we bij Sol de Mañana, een vulkanisch gebied met geisers en mud pots(fumaroles) op 4.855m hoogte. In de verschillende putten pruttelt witte modder. De geisers roken en de rook geeft net de geur van rotte eieren, maar ze spuiten niet zoals in Yellowstone. De fumaroles en de geisers heeft Marie-Claire alleen benaderd. Ik kon met haar niet mee vanwege het hobbelig terrein. Zij kwam bijna bevroren terug in de wagen en zag het even niet meer zitten. Het was er bitter koud, want er blies een ijzig koude wind op de open vlakte en dat op bijna 5.000m hoogte. De volgende stop was bij de Laguna Colorado(4.400m). Het meer ligt aan de voet van de Colorado Mountains. Het beslaat een oppervlakte van 60km², de diepte is hooguit 80cm. Het is langgerekt en roze gekleurd door de vele algen die het bevat. Het kreeg zijn naam door het rood gekleurde water, dat ontstond door de aanwezigheid van plankton en microscopische algen van de soort, genaamd Dunaliella Salina, die een rood gekleurd pigment afscheiden. ’s Nachts kan de temperatuur er dalen tot -20° C in de winter. De witte plekken die je in het meer ziet, is hier ook geen zout maar borax. Marie-Claire maakte er op de oever een wandeling, in de hoop enkele mooie kiekjes te kunnen schieten van de drie soorten flamingo’s, Andino, James en Chileno, die hier goed vertegenwoordigd zijn. De flamingo’s hebben een uitgekiend voeding filtratiesysteem. Ze voeden zich met het plankton en de algen, die zij opzuigen en in hun snavel wordt het enkele keren per seconde gefilterd.

 Als allerlaatste stond El Desierto de Siloli op het programma. Het toont veel gelijkenis met de Wadi Rum in Jordanië, maar het gesteente is geelachtig en niet rood van kleur. Arbol de Piedra is voor velen een verplichte stop. Het is een vulkanische rotsformatie in El Desierto de Siloli. Toeristen die het diepe zuiden aandoen, hebben hier een halte en overnachtingsplaats. De stenen boom is koliekvormig, de rots is gevormd uit versteend lavaschuim. Het on-derste deel heeft een zachtere samenstelling van biotiet kwarts kristallen. Het bovendeel van de structuur bestaat uit een grote hoeveelheid verhard materiaal, rijk aan ijzer. Dat maakt de kruin harder en meer resistent tegen het natuurgeweld. We zijn gereden tot het uiterste punt van de rotswoestijn, Valle de Rocas. Dit gedeelte van de woestijn ligt bezaaid met allerlei grote en kleinere vulkanische rotsformaties. Hier liep de dag voor ons ten einde. Gonzalo stevende nu steevast af op Ojo de Perdiz en het Hostal del Desierto(4.700m). Wij zagen niet direct waar hij naartoe reed, tot we in de verte een complex zagen opdoemen te midden van niets. Het was inderdaad ons logeeradres voor vandaag. Op het eerste zicht leek het niet veel zaaks en achteraf bekeken bleek onze eerste indruk de juiste. Jammer genoeg was er geen andere mogelijkheid in de onmiddellijke buurt, anders waren we er waarschijnlijk niet geble-ven. In tegenstelling tot gisteren verging dit logies in het niets. Het is zeker geen aanrader en het is er dan nog heel duur bij.

De ganse dag was de zon weer van de partij.

16/09 Donderdag Ojo de Perdiz  / San Juan del Rosario

 Vandaag hadden we minder kilometers voor de boeg en daardoor konden we iets lan-ger slapen en het rustiger aan doen dan de vorige morgen. Om 9.30u werd de start gegeven van een 180km lange rit. Laguna Ramadites(4.000m) is prachtig gelegen en omgeven door mooi gekleurde bergen van +/- 5.000m. Op de watervlakte zie je veel borax, flamingo’s huizen er in grote aantallen. Laguna Honda(4.100m) is ook heel mooi gelegen en omgeven door bergen. Borax en flamingo’s horen er thuis. Laguna Chiarcota(4.285m) is mooi, met veel borax en enkele Andesflamingo’s. Het water kleurt min of meer roze door de aanwezige mineralen. Aan de oevers van de laguna tref je wilde eenden en andere vogels aan. Laguna Cañapa(4.250m) is prachtig. Naast de vele flamingo’s die er huizen, wordt veel borax en solfer gedolven. De besneeuwde bergtoppen, die weerspiegelenin het azuurblauwe water, geven de mogelijkheid voor mooie foto’s. We hielden er onze lunch. Laguna Hedionda(4.125m) of stinkende lagune, ligt net achter Laguna Cañapa en is de grootste lagune en was de laatste, die we zagen op onze vierdaagse tocht in het zuiden van Bolivia. De van zwavel verzadigde wateren geven een onwelriekende en doordringende geur af van rotte eieren, die kan worden waargenomen op enkele kilometers rond het gebied. Het is echter nog steeds de natuurlijke habitat voor drie soorten flamingo’s, die van lagune naar lagune vliegen. Op de oevers van de lagune kan je ook patrijsnesten waarnemen in de Thola planten. Het meer spreidt zich uit over meer dan één hectare, met hooguit 10m op het diepste punt en het is aan de voet van de Mt. Cañapa gelegen. Voor de zoveelste keer, het was heel prachtig.

 Pasito Tun Tun is een bergpas, die we deden tussen Laguna Cañapa en Volcan Ollage. Bergpas is hier een groot woord, want je zit regelmatig op 4.000m en meer. Volcan Ollage (5.650m) hebben we zien roken van op een afstand. Op de top ontsnapte regelmatig een kleine rookpluim. De vulkaan is semi-actief. Salar de Chiguana was 1960 voor Christus een groot meer, nu is het een lange en grote droge vlakte. Het wordt nog wel salar genoemd, maar de vlakte bevat slechts 2% zout. Wij reden lange tijd in de lengte door de witte vlakte. Op sommige plaatsen zie je ophopingen van zoutkoralen. San Juan del Rosario(3.750m) was het einddoel voor vandaag. Bij aankomst in het dorp rond 16.30u maakten we werk van het bezoek aan het Museo Kausay Wasi, dat beheerd wordt door leden van de dorpsgemeenschap, het omvat 228 archeologische stukken uit de Lipéz cultuur. Het Necropolis de Señorios Lipéz (1250-1532) bevindt zich in hetzelfde dorp. Het is een geheel van pre-Inca graven, die het uitzicht hebben van grote stenen bijenkorven. De doden werden gemummifieerd en daarna in de stenen bouwsels begraven. De graven werden gevonden in de zachte vulkanische tufsteen. Marie-Claire is er voor beide bezienswaardigheden weer eens alleen op uit moeten trekken. De toegang is één stoffige janboel, waar rijden met een rolstoel zo goed als onmogelijk is.

- De inwoners van deze streek leven van de opbrengst van hun dieren en van de oogst van de quinua real, die ze op de kurkdroge aarde winnen. Deze plant wordt veelvuldig gebruikt in soepen, de zogenaamde “quinua-soep”. Het product van de quinuaplant wordt ook wel “arroz Boliviano” genoemd. Wanneer je onze route volgt, kom je vele quinua plantages tegen, velen waren bewerkt en in volle groei, terwijl andere liggen te wachten om bewerkt te worden. Op veel akkers was de quinua zo goed als oogstrijp, terwijl andere velden net waren omgeploegd. Het wordt in deze streek veel gecultiveerd.

 Toen de twee korte bezoekjes achter de rug waren, werd het tijd om naar een overnachingplaats uit te zien. Gonzalo bracht ons bij het Hostal La Magia de San Juan. Op het eerste zicht leek dit logies haalbaar en we zijn er gebleven. Er was geen verwarming op de kamer, maar voor het overige was het picobello in orde. Het avondeten, door de uitbaatster klaargemaakt, was uitstekend maar vrij duur naar Boliviaanse normen. In de eetruimte gaf de open haard een gezellige warmte. Het ontbijt mocht er ook best wezen. Voor wie in de streek moet overnachten is dit een aanrader.

Het lag niet in onze bedoeling in San Juan te overnachten, maar in San Pedro de Quiméz in het Hotel de Piedra, hotel behorend tot de Tayka keten. Door de minder goede ervaring in Hotel del Desierto dachten we, dat we beter af waren met een andere locatie en het werd dan Hostal La Magia de San Juan.

Het kon voor ons niet op, de zon liet zich weer van haar beste kant zien en dit tot ze achter de heuvels verdween.

17/09 Vrijdag San Juan del Rosario  / Uyuni - 225km

- Salar de Uyuni of Salar de Tunupa is de grootste zoutvlakte ter wereld met een oppervlakte van 12.500m² en op 3.656m hoogte gelegen. De salar strekt zich in alle richtingen uit zo ver het oog reikt. Het gebied heeft gedurende de dag een relatief stabiel gemiddelde temperatuur met een piek van 21° in november-januari en een laagste temperatuur van 13° in juni. De nachten zijn heel het jaar koud met temperaturen tussen -9 en 5°. De vochtigheid is vrij laag en komt gedurende het jaar constant op 30-45%. De regenval is ook laag bij 1 tot 3mm per maand tussen april en november, maar het kan oplopen tot 70mm in januari. Met uitzondering van januari is, zelfs in het regenseizoen, het aantal regenachtige dagen niet meer dan 5 per maand. Van december tot april zijn delen van de salar bedekt met 10 tot 60cm water, waardoor een prachtige weerspiegeling van de lucht op de zoutvlakte ontstaat. Door de verdamping door de jaren heen is de zoutvlakte ontstaan. De salar levert grote hoeveelheden natrium, kalium, lithium en magnesium chloride en ook borax. Lithium is een essentieel onderdeel van veel batterijen. Met de geschatte 5.4 miljoen ton bezit Bolivia ongeveer de helft van de lithium reserves in de wereld.

 Om 9u zijn we, na een deugddoend ontbijt, uit San Juan del Rosario vertrokken. Enkele kilometers buiten San Juan kwamen we bij de alom bekende en door veel toeristen platgetreden Salar de Uyuni. Om 9.30u waren we aan het begin van de salar en we reden nog ettelijke kilometers op een droge bruine vlakte. Pas daarna begon de eigenlijke salar, nu een droge witte vlakte. We hielden een stop bij een aantal uitgezaagde zoutblokken, bouwmateriaal voor de bouw van nieuwe zouthotels. De witte verhevenheden op de bodem van de salar zijn volgens Gonzalo lithium. We naderden het dorpje Coquesa en zagen heel in de verte de vulkaan Tunupa. Ettelijke kilometers verder kwamen we bij het Isla Incahuasi(Huis van de Inca) of Isla Pesquados , waarop meer dan 6.000 cactussen weelderig groeien en in het goede seizoen ook bloeien. We stopten voor het eiland rond 11.40u en trachtten een rondgang te maken rond het eiland, maar we moesten de rit afbreken. De rolstoel liep vlug vast in de zachte zoute bovenlaag. Marie-Claire is dan alleen aan de rondgang begonnen en heeft die ook niet kunnen afmaken wegens te ver. Ze is daarna aan het bezoek van het eiland begonnen, om te kunnen genieten van de vele cactussen. Jammer, maar ze stonden nog niet in bloei. Daarvoor waren we iets te vroeg op het seizoen. Om 12u waren wij er de enige bezoekers, pas om 12.15u kwamen er vele Jeeps toe, die volle ladingen toeristen dropten. Toen Marie-Claire terug van het cactuseiland kwam, nam zij mij mee naar het hoger gelegen restaurant Mongo, waar we het menu van de dag(quinua-soep, lama vlees met frieten en een dessert) verorberden tegen Bs. 35 p/p, 1 frisdrank per persoon inbegrepen. Wanneer je boven op het cactuseiland staat, ziet alles rondom je heen hagelwit en dit zo ver het oog reikt. Het is één grote eindeloze witte zoutvlakte. Wanneer wij er vertrokken om 15u krioelde het van de wagens, die afgeladen vol toeristen zaten. Terwijl de passagiers het eiland bezochten, maakten de chauffeurs de lunch gereed.

 In de late namiddag bereikten we Colchani, waar we het drogen, fijnmalen en verpakken van zout konden volgen. Op een vijftal kilometer van Colchani wordt het zout uit de bodem losgehakt, we zagen een man aan het werk en het is hard labeur. De man schept het zout op hopen, die later op vrachtwagens geladen worden. De geladen trucks brengen het zout naar het dorp, waar het op verschillende plaatsen verwerkt wordt. Het wordt eerst enkele uren in de zon te drogen gelegd. Daarna wordt het met maximum 125kg op een ijzeren plaat gelegd, waaronder in drie ovens met “dole” wordt gestookt. Het natte grove zout wordt regelmatig gekeerd en is na 20 tot 25 minuten voldoende gedroogd. Nu wordt het machinaal gemalen en door 8 personen handmatig in zakjes van 1kg gedaan. Per dag van 8 uren kan 1 persoon 1.000 zakjes vullen en hij krijgt hiervoor Bs. 17 en wij maar klagen over te weinig verdienen. Zij verdienen echt het zout op hun aardappelen niet. Een zakje zout van 1kg kost in hun winkeltjes Bs. 1. De markt is verzadigd en voor export kost het vervoer teveel. Daarbij komt dat de buurlanden, Chili en Argentinië, zelf hun zoutvlakten hebben en ontginnen. Op het dorpsplein zijn verschillende souvenirshops, waar je naast zout allerlei snuisterijen kan kopen, soms tegen hoge prijzen maar daar is afpingelen goed voor.

 In de onmiddellijke buurt van Colchani zouden we in een luxe zouthotel overnachten. Het oogde mooi, maar bij nadere kennismaking zei Marie-Claire dat het helemaal niet kon. De kamers zijn groot en de badkamer zou lukken, ware het niet dat de ganse vloer bedekt was met een dikke laag los zout. Voor een modale reiziger is dit prima, voor een rolstoelgebruiker kan zoiets gewoon niet. Gonzalo was er niet zo happy mee en moest nu verder rijden naar Uyuni. Hier werd het zoeken naar een geschikt logies. Veel logementen waren volgeboekt of konden niet door de beugel met mijn handicap. Het werd uiteindelijk La Magia de Uyuni. Dit hotel is van dezelfde uitbater als het hotel in San Juan. Hij is destijds als eerste in Uyuni gestart met een hotel met kamers met privébadkamer en de inwoners van Uyuni hebben hem aanvankelijk gek verklaard. We namen er ons avondmaal, maar Marie-Claire is het tegengevallen. Zij bestelde een seafood pizza en kreeg enkel kaas en tomatensaus op haar pizza. Het geheel kostte Bs. 87, een grote pint bier en mineraal water inbegrepen. Na de twijfelachtige maaltijd was het bedtijd, want morgen was het weer vroeg op te staan.

Het geluk bleef met ons en zo ook de stralende zon. Jammer dat we niet een beetje zon konden meebrengen om er thuis te kunnen van genieten.

18/09 Zaterdag Uyuni  / Sajama N.P. - 425km

 Om 6.30u zaten wij klaar aan de ontbijttafel en er was niemand te bespeuren. Na enkele minuten verscheen er toch een persoon, die snel een paar stokoude ontbijtkoeken tevoorschijn haalde. Koffie en thee konden we zelf nemen. Om 7u waren we paraat en kon er geladen worden, waarna we terug naar Colchani reden om via dit dorpje de salar op te gaan voor een 180km. De Tunupa vulkaan was nooit uit ons gezichtsveld, we naderden hem zelfs vrij dicht op een afstand van enkele kilometer. We kwamen in Llica(3.688m), gelegen op de rand van de grote salar. Het is een typisch dorp en het oogt properder dan Uyuni. Onder het toeziend oog van enkele plaatselijke vrouwen bezochten wij het kerkje op het dorpsplein. Vooreerst moest de sleutel gezocht worden. Van Llica zaten we vlug op de Salar de Coipasa, die met een oppervlakte van +/- 3.000km² de op één na grootste zoutvlakte van Bolivia is. Deze salar ligt in de deelstaat Oruro op een hoogte van 3.657m. De Salar de Coipasa ligt in het centraal westelijk gedeelte van de Altiplano de Bolivia. De rotsen die op de rand van de zoutvlakte lig-gen, zijn van vulkanische oorsprong. De Salar de Coipasa vormt deels de grens met buurland Chili, je bent zo in Colchane, de grenspost in Chili. Net over de zoutvlakte zocht Marie-Claire in Sabaya een Entel op, waarna we er in de schaduw onze lunch verorberden. We aten wat er nog restte van onze voorraad. In Sabaya vertrokken we omstreeks 13.30u en stevenden af op het einddoel voor vandaag het Sajama N.P. We passeerden verschillende pittoreske dorpen waaronder Huachacalla en Quequiza.

 We naderden nu stilaan het Parque Nacional Sajama, met nog een laatste stop in Sacabaya of beter gekend onder Tambo Quemado. Dit dorp ligt net voor je het nationale park binnenrijdt, het ligt in de buurt van de Rio Lauca en op de weg die naar de Chileense grens leidt. Voor we definitief het park inreden, vroegen we Gonzalo even verder te rijden om van de natuurpracht te kunnen genieten nu de zon zich stilaan begon terug te trekken. Dan krijg je zulke warme kleuren en die leveren altijd de mooiste foto’s. Gonzalo volgde daarna de wegwijzer naar het Sajama N.P. en stopte bij de inkom voor de inkomkaartjes. Het werd nu stilaan donker en toen hij terug in de wagen stapte, vroegen wij, is het nog ver naar de lodge. We zaten verstomd van zijn antwoord, nog zeker een klein uur rijden. Hij is de weg misschien wel gewoon, maar heel gerust zaten we nu toch niet. We zijn uiteindelijk aan de Tomarapi Ecolodge aangekomen. Onmiddellijk stond het ganse hotel uit om ons te verwelkomen. Er werd gevraagd wanneer we wilden eten en het werd genoteerd, dachten we. Na installatie op de kamer namen we de nodige verlichting mee, want er brandde geen lampje, om in het restaurant te komen. We hebben er zeker nog een vol uur moeten wachten, eer we iets tussen de lippen konden steken. Als je dan weet dat wij twee de enige gasten waren. Wat zouden ze doen met een volgeboekt huis? In de wachttijd hebben we een en ander over de bezienswaardigheden van het park kunnen vragen. We kregen enkele tegenstrijdige antwoorden en waren niet veel verder geholpen. Na de maaltijd werd het stilaan bedtijd, want er viel nog weinig te beleven.

De zon bleef de ganse dag onze trouwe vriend en wij genoten er met volle teugen van.

19/09 Zondag Sajama N.P.

 We zaten gereed voor het ontbijt om 8u en pas rond 8.30u werden we bediend. We vonden dat dit niet door de beugel kon en we hoopten een ander logies te vinden. Toen we om 9u konden vertrekken, zagen we maar pas hoe prachtig de lodge gelegen was aan de voet van de besneeuwde Sajama krater. Deze berg domineert het ganse park, eender waar je komt, hij doemt altijd wel ergens op. De top is bedekt met sneeuw en ijs en is met zijn 6.542m de hoogste berg in Bolivia.

 Nu op stap, met een eerste poging tot stoppen van Gonzalo aan de Laguna Huanuaceto, die nu een groene grasvlakte is zonder een drup water. Het is de naam lagune niet meer waard en zeker niet de moeite om een stop in te lassen. Er rest nu een groene brede kom, waar de dieren komen grazen. Nu bereikten we de Thermas Termales of Hot Springs van Manasaya, waar Marie-Claire weer eens alleen moest naartoe gaan, uiteraard met Gonzalo, de natuur is er hobbelig en je moet hier en daar over grote groene bofedales en je moet goed uitkijken waar je loopt, om niet plots met je voeten in het water te staan. De stomende heetwa-terbronnen zijn maar een afkooksel van de geisers in Yellowstone in de U.S.A., maar voor dit park valt het best mee. Het kolkende water heeft een temperatuur van 25° en door de koude omgevingstemperatuur geeft het stoom vrij. Tot bij de eerste kolkende put kon ik nog komen, van de andere pruttelputten heb ik geprobeerd een glimp op te vangen vanuit de wagen, meegaan zat er voor mij niet in. Van op een afstand merk je enkel stoom. De Sajama krater domineert het Sajama N.P., hier en daar doemt ook de Parinacota en Pomerapi in Chili op. Toen we op terugweg naar de lodge waren, kwamen we voorbij het dorpje Sajama en merkten een net hostal op. Gonzalo zelf ging poolshoogte nemen, maar hij vond niemand thuis. We zouden later wel terug komen. Het dorpje Sajama heeft een mooi oud adobe kerkje, maar het is moeilijk bereikbaar met een rolstoel door het mulle zand, dat de weg moet voorstellen. Voor de modale reiziger kan dit idyllisch zijn, voor een rolstoelgebruiker ligt het helemaal anders. Terug in de lodge om 13.20u, begaven we ons onmiddellijk naar het restaurant, waar we aan tafel gingen voor de lunch. Om 13.30u was het eten klaar, dezelfde soep als gisteren, quinua-soep, en de rest van de lunch was voortreffelijk.

 Voor we terug bij de lodge toekwamen, hadden we reeds beslist om na de lunch uit te checken. Het personeel keek ons stomverbaasd aan, maar ons besluit stond vast. We pakten vlug de bagage in, rekenden af in de lodge en vertrokken om er om 14.30u naar het kleine maar nette hostal in Sajama(4.200m). De waardin was nu wel aanwezig en om zeker te zijn van een slaapplaats, betaalden we vooraf een kamer, Bs. 160 voor een dubbele kamer met avondmaal en ontbijt voor ons twee. Een betere deal konden we niet sluiten. De valiezen werden afgeladen en we trokken verder het park in, met een stop aan de Aguas Thermales of geisers, gelegen in een brede kloof tussen twee heuvels en aan een riviertje. De naam van deze plaats schiet mij niet onmiddellijk te binnen. Ik heb ze van uit de wagen moeten bewonderen, er lag geen aangelegd pad en de bodem was heel oneffen. Gonzalo voerde ons daarna hogerop naar een plek, aan de voet van de Sajama vulkaan, waar de queñua struik of polylepis besseri weelderig groeit. Deze struik groeit op hoogten vanaf 4.000m tot 5.200m. Het is een heel harde houtsoort, die gebruikt wordt voor het vervaardigen van meubelen. Ik persoonlijk zie niet goed in hoe zij het klaarspelen er bepaalde meubelstukken mee te maken. Aan de struik is geen enkel recht stukje langer dan 50cm. We hadden er geen geluk met het weer, er was bewolking komen opzetten en de zon verschool er zich achter. Het blauwe van het uitspansel was verdwenen en verdrongen door een grijze lucht. Regen of sneeuw bleef gelukkig weg. Marie-Claire heeft alle moeite van de wereld moeten doen om er een mooie foto te kunnen van nemen. Na enige tijd hielden we het er voor bekeken en vroegen Gonzalo naar onze stal terug te keren. Het was redelijk gezellig in onze nette kamer, zelfs zonder verwarming. We hadden de waardin het avondeten gevraagd tegen 19.30u en rond die tijd deden we een poging om in de grote eetruimte te geraken. In het pikdonker over hobbelig terrein rijden is niet gemakkelijk. We zaten helemaal alleen in de grote eetzaal, gezellig is anders, maar de maaltijd maakte veel goed. Het was zelfs beter dan de avond voordien in de ecolodge, stukken goedkoper en de waardin was veel vriendelijker dan het personeel gisteren. Na de maaltijd dropen we af en kropen onder de wol, dat was de warmste plek.

De zon was weer van de partij, maar liet het in de late namiddag afweten. Het bleef droog, maar er stak een felle wind op die door merg en been blies.

20/09 Maandag Sajama  / La Paz

 Onmiddellijk na het verzorgd ontbijt werd de wagen geladen, namen we afscheid van de vriendelijke en gastvrije dame en van het Sajama N.P. Na enkele minuten reden we de hoofdweg reeds op en merkten pas dan, dat je heel gemakkelijk het park in kan zonder toegang te betalen. We hebben nergens nog een controlepost gezien. De Sajama krater bleef lang in de achteruitkijkspiegel zichtbaar. Hij domineert het hele gebied. Onderweg viel er niet veel te beleven, maar in Carahuara de Carangas wilden we zeker een stop inlassen. Deze plaats is ideaal voor archeologisch onderzoek, vooral vanwege het historisch belang en de aanwezigheid van het Centrum van de Aymara, evenals de “Chullpares” en de woningen die rond het dorp liggen. De mooie koloniale kerk wordt ook wel de Sixtijnse kapel van de Altiplano genoemd. Ze werd gebouwd op het einde van de 16e eeuw in het centrum van het dorp. De kerk en het portaal is volledig bedekt met muur- en plafondschilderingen. Het motief is overwegend religieus-bijbels. Uiteraard zijn we die gaan bezoeken en het loont de moeite en zijn naam heeft het zeker niet gestolen. Zelfs nu tijdens de grootse restauratiewerken kan je de meeste muur- en plafondschilderingen in hun volle glorie bewonderen. Het altaar was momenteel naar achter verplaatst, om het retabel erachter in zijn oorspronkelijke staat te kunnen herstellen. Het was er een echte bouwwerf. In de sacristie hangen enkele prachtige doeken van onbekende schilders en de ruimte waar de doopvont staat, mag best gezien worden. Curahuara was ook bekend als “Ruta de la Plata”(Zilverroute), het was de enige en verplichte toegang tot de Stille Oceaan.

 Gisterenavond hadden we Gonzalo gevraagd een ommetje te maken naar de Chullpas (Pre-Inca graven). De term”Chullpa” wordt gebruikt om zowel naar het graf als de mummie te verwijzen. De graven werden meestal een 12-tal meter boven de grond met stenen gebouwd en dienden als begraafplaats voor edelen, leiders en andere prominente figuren. Om bij de Chullpas te komen die wij bedoelden, moest hij de rivier over en blijkbaar beviel dit hem niet, volgens hem hadden we er niet voldoende tijd voor. We zouden andere Chullpas te zien krij-gen onderweg naar La Paz. En inderdaad, we kregen er te zien, maar het waren nog slechts ruïnes van wat ooit Chullpas geweest zijn en ze stonden mijlen ver weg. Dat was het dan en hij stoomde verder naar La Paz, waar we rond 16.30u aankwamen. We hadden bepaalde hotels voor ogen en Marie-Claire begon voor de zoveelste keer aan haar lijdensweg. We zaten in het volle centrum van La Paz en om daar van het ene hotel naar het andere te geraken, is zenuwslopend. Van de ene opstopping naar de andere, dit is het verkeer in La Paz. Aan het Hotel Gloria, Marie-Claire had een zoveelste kamer gezien die niet voldeed aan onze wensen, besloot Gonzalo een taxi te vragen om ons verder te brengen naar ons einddoel. In het laatste hotel was getelefoneerd naar Hotel Madre Tierra. Zij hadden blijkbaar een geschikte kamer voor ons. Voor we met de taxichauffeur afrekenden, wilde Marie-Claire de kamer toch even checken. Ze kwam met opgestoken duim terug, eindelijk hadden we een goede stek gevonden. Eind goed, al goed. Het was ondertussen vrij laat geworden en onze magen begonnen op te spelen. Bij navraag naar een goed en niet te duur restaurant, werden we verwezen naar het restaurant
-    La Ollita de Don Italo, Suzana de Quiñones (Propreitaria)
 Avenida 20 de Octubre 2255
 Entre Rosendo Gutierrez y Guachalla
 Tel.: + 591/2-732.76.579
Het is één van de vele pizzeria’s, die La Paz rijk is. Het is geen groot etablissement, maar hetgeen geserveerd wordt is prima en niet te duur. Voor wie in deze buurt logeert, is dit een goed adres. Het terugkeren naar het hotel werd het een moeilijke klus. We waren een heel eind in de straat afgedaald en nu moesten terug bergop. Bij het hotel is er minder probleem, er is altijd wel iemand ter beschikking om mij mee de treden op te helpen(3 stuks). Eens we terug op de kamer waren, was het bedtijd.

Gisteren liet de zon het even afweten, maar vandaag scheen zij terug volop. Na donker was het zelfs niet koud in La Paz.

21/09 Dinsdag Sightseeing La Paz

- La Paz is de administratieve hoofdstad van Bolivia. Bij de volkstelling van 2001 telde La Paz +/- één miljoen inwoners. La Paz ligt in een oude krater op 3.600m hoogte aan de Rio La Paz. Boven La Paz ligt de stad El Alto met de internationale luchthaven van La Paz, ook El Alto genaamd. La Paz wordt aanzien als de hoogst gelegen hoofdstad ter wereld, maar de officiële hoofdstad is Sucre.
- Bezoekers die vanaf zeeniveau in La Paz aankomen, kunnen de eerste dagen last krijgen van hoogteziekte door de lage druk en het daarmee samenhangende lage zuurstofgehalte in de de lucht. Volgens de lokale overlevering helpt het met “mate de coca” te drinken, een thee getrokken uit bladeren van de inheemse “coca-plant”. Wij verkozen het nemen van Diamox in plaats van mate de coca.
- Dat La Paz niet gemakkelijk zou worden, wisten we, maar niet dat de straten zo steil en de voetpaden zo hoog en slecht waren. Er zijn bijna geen hellende vlakken en als die er toch zijn, parkeren de wagens juist op die plek. Op dit vlak hebben de Bolivianen geen respect.
 La Paz is met een rolstoel bijna niet te doen. Sommige voetpaden zijn zo smal dat je verplicht bent de rijweg te nemen, wat dan weer levensgevaarlijk is.

 Na een uitgebreid ontbijtbuffet(omelet of ander eiergerecht extra te betalen) vertrokken we rond 8.30u te voet naar de Plaza del Estudiante, waar we het Oficina de Turismo binnen stapten. We moesten de hulp inroepen van enkele voorbijgangers, om de enkele treden(4) te overbruggen met de rolstoel. We werden in het Engels begroet en kregen heel wat info mee over La Paz en omgeving. We hadden ons de tocht naar het centrum iets anders voorgesteld. We wisten dat het niet gemakkelijk zou zijn, maar niet dat de straten zo sterk hellend waren. Het was nu nog bergaf, maar de weg terug zou zeker met een taxi moeten gebeuren. We hadden reeds een fikse wandeling achter de rug en het ging voornamelijk bergaf, wat niet altijd gemakkelijk is maar beter dan andersom. Nu we toch naar het centrum afgezakt waren, besloten we er te blijven en naar Plaza Murillo te gaan. Het is een mooi plein en zo goed als vlak. Centraal staat het standbeeld van President Villaroel. Het Palacio Evo Morales bevindt zich aan de kant van de kathedraal. Het is niet te bezoeken, maar niemand belet je er foto’s te nemen met de wacht in aanslag aan de ingangspoort. Tussen het paleis en de kathedraal is een memorial gebouwd ter ere van een vermaard maarschalk. De deuren stonden wagewijd open en we konden het niet laten de tombe te fotograferen. We waren ondertussen de enkele treden aan de kathedraal boven geraakt en deden een poging de overstap aan de deur te nemen. Zonder hulp van derden hadden we het nooit gekund. De kathedraal is een juweeltje en we hadden er eens geluk. Er was een plechtige eucharistieviering aan gang in aanwezigheid van de bisschop van La Paz. Een groot aantal kinderen, jongens en meisjes, brachten brandende kaarsen naar voren en zongen en dansten. De aanwezigen zongen luidkeels de liederen mee, die het koor voorzong. Eén van de vooraanstaande personen zag de rolstoel en leidde ons tot op de eerste rij, waar wij een mooi overzicht hadden op het gebeuren. We zijn gebleven tot het begin van het gloria en hebben ons dan een weg moeten banen tussen de mensenzee. Zo goed en zo kwaad het kon hebben we het interieur van de kathedraal in ons opgenomen en getracht zo weinig mogelijk de kerkdienst te storen.

 Van de kathedraal daalden we af naar het San Franciscoplein, in de hoop de kerk San Francisco te kunnen bezoeken. Het liep ondertussen naar de middag toe en we vroegen hier ook aan voorbijgangers om een handje toe te steken voor de treden en de brede overstap, wat prompt werd gedaan. Het interieur is prachtig, maar jammer genoeg mag je er geen foto’s nemen. Lang konden we er niet vertoeven, want de security maande iedereen aan om de kerk te verlaten. Hij ging de deuren sluiten om 12u. Marie-Claire is daarna alleen het ernaast liggend Museum van de San Franciscokerk binnengestapt, het lukt niet met een rolstoel vanwege een hoge trap. Ze kreeg er een uitgebreide uitleg over het klooster en de kerk en kon op die manier toch enkele geniepige foto’s nemen van het prachtige interieur van de kerk. Ze had de gids een extra fooi in handen gestopt. De prachtige gevel in mestizenbarok kan je momenteel amper op de gevoelige plaat vastleggen. Gans het San Franciscoplein is één grote bouwwerf en grotendeels afgezet met hoge houten panelen.

 Calle Sagarnaga begint net op de hoek van het San Franciscoplein en van die gelegenheid wilden we gebruik maken om bij Incaland Tours binnen te gaan. We hadden er via mail een driedaagse Pampatour in all-inclusive, samen met een vlucht H/T naar Rurrenabaque, geboekt en we wilden er onze schuld gaan vereffenen. Deze straat is gewoon een verschrikking met een rolstoel. Zonder de hulp van enkele bereidwillige personen zouden wij nooit bij Incaland Tours geraakt zijn. Het bureel was dan nog op de eerste verdieping. De vouchers werden in gereedheid gebracht en pas dan kwam de kat op de koord. We hebben menige mails over en weer verzonden over de 3-daagse en alles leek in kannen en kruiken. Nu schotelden ze ons een bedrag voor dat US$ 60 per persoon hoger lag dan wat wij van hen op papier hadden staan. Er was geen onderhandelen aan, hun repliek was, dat hen in Rurre meer werd gevraagd voor de tour. Dit deed voor ons de deur dicht, we hebben hen bedankt voor de verloren tijd in hun bureel, zeker 1.30u onderhandelen, en zijn opgestapt zonder boeking. We zouden wel zien in een ander reisbureau. Marie-Claire liep eerst alleen verder in de straat en kwam voorbij een klein reisbureau
-    Servimaster Tours, Calle Sagarnaga 271-A, La Paz
 Tel.: + 591/2-23.13.002 GSM: 725-32355
 Website: www.servimastertours.com
 E-mail: servimastertours@hotmail.com en info@servitourbol.com
Ze is me onmiddellijk komen halen en we hebben in dit bureel de pampatour met bijhorende vlucht H/T naar Rurre geboekt. De prijs van de driedaagse was dezelfde, maar de vlucht was een stuk goedkoper. Na een goed uur beraadslagen was de hele zaak geklonken en hadden ook de daguitstap geboekt en betaald naar Chacaltaya en Valle de la Luna. Als deze daguitstap meeviel, zouden we bij hen ook de daguitstap naar Tiwanaku boeken. Alles moest in baar geld betaald worden en we hadden niet voldoende cash bij ons. Daarom werd besloten, morgen na de uitstap terug binnen te komen en de volgende uitstap te betalen samen met de drie daagse pampatour.
 
 Op de hoek van Calle Sagarnaga charterden we een taxi om in de buurt van Calle Jaén te worden gebracht. De chauffeur stopte aan het Museo Costumbrista, de kaartjes worden hier verkocht voor de musea in de onmiddellijke buurt. Een inkomkaart geeft recht op toegang tot de musea in de Calle Jaén. Het gelijkvloers vonden wij niet zo speciaal en naar de eerste verdieping kon ik niet vanwege de hoge trap. Een lift is er niet in dit oud pand. Het Museo de los Metales Preciosos is om de hoek in Calle Jaén. De security man vraagt je inkomkaartje en zonder kom je er niet in. Er wordt een prachtige collectie gouden, zilveren en bronzen stukken met o.a. maskers uit de Incatijd en uit Tiwanaku tentoongesteld. Al wat op het gelijkvloers uitgestald is, heb ik van dichtbij kunnen bewonderen. De meest waardevolle stukken staan echter in de kelder in een kluis, dit is bereikbaar met een trap. Het is ten strengste verboden foto’s te nemen, dat wil zeggen dat Marie-Claire er toch enkele heeft durven schieten, uiteraard zonder flits. La Casa de Murillo is schuin tegenover het Museo de los Metalos Preciosos en hier geldt ook hetzelfde inkomkaartje. Het is een prachtig gerenoveerd oud pand, waarin uitzonderlijk mooie schilderijen, ceremoniele bekers en kelken en oude klederdrachten wor-den getoond. Ik dacht, ik ga hier weer eens niets zien van al die pracht, want alle tentoonstellingruimten zijn boven. Dit was zonder de manschappen van de politie gerekend. Twee van hen hebben mij met de rolstoel naar boven gedragen en de ganse rondleiding gaven zij geen krimp. In de verschillende zalen kregen we een deskundige uitleg van een vrouwelijke gids, die nauwlettend toekeek of er geen foto’s genomen werden. Het is er taboe. We daalden verder Calle Jaén af en passeerden het Museo de Instrumentos Musicales de Bolivia. We zijn er niet binnen geweest, het buitenzicht volstond voor ons. Rond een grote binnenkoer zijn een aantal lokalen, waar leerlingen les komen volgen.

 We wandelden verder over de heksenmarkt en namen op een hoek va Calle Sagarnaga een taxi om de kerk La Merced te bereiken. Op het pleintje voor de kerk werd gedanst en gezongen. Het Mariabeeld in de kerk was mooi versierd. Bij het schrijven van dit verslag merkte ik, dat er van 15 tot 23 september feesten ter ere van La Virgen de la Merced plaatsvonden. Na een kort bezoek aan de kerk trachtten wij een taxi te charteren om naar het restaurant Tambo Colonial te gaan. Een vriendelijke dame riep er de politie bij en zo konden we er vlug vertrekken. Zij verwittigde ons om heel goed op te letten met taxichauffeurs. Zij was enkele maanden tevoren zelf slachtoffer van een malafide chauffeur. Het door ons gevraagde restaurant is in het
-    Hotel Rosario
 Restaurante Tambo Colonial
 Avenida Illampu 704, Casillo Centro 12446
 Tel.: + 591/1-224.51.658 Fax: + 591/1-224.51.991
 Website: www.hotelrosario.com
 E-mail: reservas@hotelrosario.com
Het restaurant is op de eerste verdieping en de kelners liepen de benen van onder hun lijf om mij boven in de eetruimte te krijgen. Het is er gezellig tafelen maar niet goedkoop. Wij betaalden Bs. 169 voor het avondmaal, drank inbegrepen. Bij het buitengaan vroegen wij terug een taxi om naar het hotel terug te keren. Een goede nachtrust zou in ieder geval meer dan deugd doen.

De ganse dag scheen de zon overvloedig, jammer dat we het zonlicht niet kunnen inblikken en meebrengen naar huis.

22/09 Woensdag Daguitstap Chacaltaya & Valle de la Luna

 We namen het ontbijt vandaag iets vroeger, want we moesten in de lobby gereed staan om 8.30u. Dat uur was door het reisbureau opgegeven als vertrekuur voor de daguitstap naar
Chacaltaya en Valle de la Luna met Maya Tours, daguitstap was geboekt bij Servimaster Tours in Calle Sagarnaga. Een boom van een kerel bood zich aan als gids en nam ons om 8.45u mee tot op de hoek van de volgende straat. De bus met enkele toeristen stond aan de overzijde op ons te wachten. Eens ingestapt werd verder werk gemaakt van het ophalen van de overige toeristen op enkele stopplaatsen. Toen het gezelschap voltallig was, werd naar de buitenwijken van La Paz vertrokken om 9.45u, waar nog enkele kleine inkopen gedaan werden voor de lunch. Via een spectaculaire route klommen we tot op 5.300m, om uit te komen op de kleine parking van Chacaltaya. De groep begon hier te voet aan een laatste beklimming naar de top van de berg. Goede stapschoenen zijn er vereist, het pad dat gevolgd wordt ligt niet overal even goed en het is een stevige klim, waarbij je vlug op je adem trapt. Ik heb onze groep zien vertrekken en moest weer eens alleen achterblijven. Het is niets voor rolstoelgebruikers. Marie-Claire heeft na enkele honderden meters moeten afhaken, haar schoeisel voldeed niet voor de steile klim. Na de afdaling werd de meegebrachte lunch in de chalet naar binnen gewerkt. Frisdrank en soep, waarschijnlijk quinua-soep, is er verkrijgbaar. Op de route naar en op de top van Chacaltaya heb je een zicht op de besneeuwde Huani Potosi, een berg van 6.008m. Je ziet hem in zijn volle glorie schitteren in de zon.

 Na de lunch in het kleine restaurant op Chacaltaya keerden we terug naar La Paz, met een korte stop aan het San Franciscoplein. Passagiers die niet verder mee wilden, konden hier de bus verlaten. We verlieten terug het centrum, om koers te zetten naar Valle de la Luna. Hier heb ik de groep nogmaals moeten laten gaan. De site is niet haalbaar met een rol-stoel, bij het begin zijn een aantal treden en verder zijn de paden smal en hobbelig. Een kleine glimp heb ik er kunnen van opvangen, meer niet. De site is prachtig, maar lijkt na enige tijd eentonig. Er zit niet veel kleurenvariatie in de rotsmassa. Terwijl de groep op de site rondtoerde, had ik een gesprek met enkele personen net voorbij de toegangspoort, waaronder een opdringerig iemand die allerlei prularia trachtte te verpatsen. De totale tijdsduur van het bezoek is +/- 1.30u en dan moet je niet treuzelen. In groep ben je altijd aan de tijd gebonden en loop je niet zolang rond als je zelf wil. Wij vonden de natuur onderweg naar de Valle de la Luna mooier en kleurrijker dan ter plaatse, maar smaken verschillen. Toen iedereen terug bij de uitgang stond, werd de buschauffeur verwittigd om zijn vehikel voor te rijden. Ik ben de ganse dag in en uit de bus gedragen met de hulp van een heel vriendelijke én behulpzame Israëliet, die van zichzelf vond, dat hij een normale Israëliet was. De terugweg werd aangevat met nog een stop, in de afdaling van El Alto naar La Paz, waar je een uitzicht hebt op de ganse stad. We waren terug ter bestemming omstreeks 16.30u, na een mooie maar vermoeiende dag. We waren in ieder geval voldaan.

 Met een taxi vertrok Marie-Claire daarop naar Servimaster Tours in Calle Sagarnaga, om de daguitstap naar Tiwanaku te regelen en de drie daagse Pampatour definitief op papier te zetten en te betalen. De hele rompslomp nam heel wat tijd in beslag, daardoor was zij pas terug rond de klok van 18.30u. Marie-Claire legde me uit wat en hoe alles geregeld was en pas daarna konden we werk maken van het uitzoeken van een restaurant. Aan de balie van het hotel verwezen ze ons naar
-    Restaurante El Rodeo(parrilladas barbeque)
 Argentijns restaurant
 J.J. Perez 322, esq. 20 de Octubre, La Paz
 Tel.: + 591/2-24.23.116
Met de hulp van een loopjongen van het hotel zijn we bergop tot bij dit restaurant geraakt. Ter plaatse was zijn taak ten einde en werden de kelners van het restaurant erbij gehaald, om mij de trap op te dragen(8-tal treden) en in de eetruimte te rijden. Toen wij er toekwamen, was het restaurant zo goed als leeg. We waren nog maar net gezeten of de hele zaak liep vol. We hadden het geluk dat onze bestelling reeds was doorgegeven. Daardoor werd de wachttijd niet al te lang. De parrillada was lekker, maar we hadden beter af geweest met maar één portie vlees. Van het stuk dat we kregen, eten we thuis minstens twee keer. We betaalden nu Bs. 138 voor ons twee, drank inbegrepen. Na de degelijke maaltijd en na het afrekenen, vroegen we weer twee personen om mij naar beneden te brengen, wat prompt werd gedaan. In het hotel keken we nog vlug de mailbox na en doken daarna onder de wol.
We konden nogmaals genieten van een stralend zonnetje. De ganse dag liet zij zich van haar beste zijde zien en dat resulteerde in rode huid op plekken die hier te lande weinig zonlicht zien.

23/09 Donderdag Daguitstap Tiwanaku

- Tiwanaku(oude schrijfwijze: Tiahuanacu) was een stad in het huidige Bolivia op een tiental kilometers van het Titicacameer. De stad is gelegen op een hoogte van 4.000m op de Altiplano van Bolivia.

- Tiwanaku ontstond waarschijnlijk al voor het jaar 200 en was de hoofdstad van een rijk, dat in zijn bloeitijd (tot ca. 1000) de zuidelijke helft van het latere Incarijk beheerste. Dat wil zeggen Zuid-Peru, Noord-Chili, een groot stuk van Bolivia en een deel van Noord-Argentinië. Het noordelijk deel van het latere Incarijk werd beheerst door het rijk van de Wari,Tiwanaku’s grote rivaal. Het Tiwanakurijk telde zo’n miljoen onderdanen en werd later door de Inca’s als een soort grootvaderbeschaving beschouwd.

- Er is ooit gedacht dat de hoofdstad Tiwanaku aan de oever het Titicacameer lag. De stad moet goede water- en voedselvoorzieningen gehad hebben in een gebied waar de huidige Aymara, die de directe nazaten zijn, maar een karig bestaan hebben. In de regentijd is er voldoende water, maar er zijn droge perioden, die de bewoners moeten zien door te komen.
 Honger is er geen zeldzaamheid. Het kan in dit hooggelegen gebied het plotseling optreden van vorst vernietigend werken op de oogst.

- De stad bevatte een tempel, de “Verzonken Tempel”, die er met zijn gouden versierselen en zijn gebeeldhouwde versieringen, indrukwekkend moet uitgezien hebben. Er was een cere monieel plein “Kalasasaya” genaamd. Dit plein had verscheidene monolitische steles in de vorm van menselijke figuren. Heel mooi is de monolitische “Zonnepoort of Puerta del Sol”, die versierd is met figuren en tekens die waarschijnlijk een kalenderfunctie hadden. Tot de poort in de 20e eeuw werd verplaatst, scheen de zon er doorheen bij de zonnewende.

- Waarschijnlijk is er rond het jaar 1000 een klimaatsverandering geweest, die een droogteperiode van ca. 80 jaar inluidde. Zonder water werkte het systeem niet, hetgeen kan bijgedragen hebben tot de ondergang van de beschaving. Er zijn ook aanwijzingen van geweld en van mensenoffers uit de laatste periode van de Tiwanakubeschaving. Van alle hoogontwikkelde beschavingen is dit degene waar het minst van bekend is.

- De huidige archeologische site staat op de lijst van het Werelderfgoed UNESCO. Vanwege de historisch betekenis van Tiwanaku heeft, de op 18 dcember 2005 gekozen nieuwe president Evo Morales, aan de vooravond van zijn inauguratie op 21 januari 2006 een religieuze ceremonie bijgewoond in Tiwanaku. Evo Morales is de eerste indiaanse president en een afstammeling van de Aymara, de nazaten van het volk van Tiwanaku.

 We werden om 8.45u door de gids in het hotel opgehaald en om 9.30u stopte de bus aan de ingang van Tiwanaku. Deze daguitstap was geboekt bij Servimaster Tours en uitgevoerd door Maya Tours. Na het aankopen van de toegangskaartjes, bezochten we eerst het museum met als grote trekpleister de monoliet, die ooit in het midden van de Kalasasaya heeft gestaan. Hij is er ondergebracht om verdere aftakeling tegen te gaan. In het museum kwamen we van de gids te weten, dat de zogenaamde indianen afstammen van 20.000 jaar geleden uitgeweken Aziaten. Van waar ze juist afkomstig zijn, kon hij ons niet bijbrengen. Dat wist hij niet te achterhalen. Hetgeen we hier te horen kregen, is een stelling waar we al lang aan dachten en die nu bewaarheid werd in Tiwanaku. Hierna werd het tijd voor de eigenlijke site. Met een rolstoel is de site bijna helemaal te doen, uiteraard met een begeleider. De Puerta del Sol trekt een massa bezoekers aan. De Verzonken Tempel wordt door sommigen overgeslagen, al is het wel de moeite hem te bezoeken. Ik heb de tempel van boven moeten bekijken, de trap was hier de grote boosdoener. Voor het bezoek aan de site moet je zeker 4 uur rekenen en dan mag je niet treuzelen. Wij zijn er gebleven tot 13u, dan was het tijd voor de, in de daguitstap inbegrepen lunch in een plaatselijk restaurant tegen Tiwanaku. We kregen een menu voorgeschoteld en konden kiezen tussen vis of vlees. De soep was zoals op veel plaatsen quinua-soep, het dessert was niet denderend. De terugrit naar La Paz werd aangevat om 14.30u en de laatste stop in La Paz was in Av. Illampu. Hier zijn meerdere wisselkantoren en van die gelegenheid maakten we gretig gebruik. Het is even rondkijken waar de je de beste koers krijgt en pas dan overgaan tot transactie. In één van de vele shops konden we Andesmuziek op de kop tikken van Las Karkas. Via de heksenmarkt daalden we af naar het San Franciscoplein, waar we met de hulp van een politieman een taxi charterden om naar het hotel terug te keren.

 Een grondige wasbeurt deed wonderen, want we zaten onder het stof van Tiwanaku. Bij aankomst in het hotel lieten we een plaats reserveren bij Peña Huari, Calle Sagarnaga 339, Tel.: + 591/2-23.16.225 voor de live show, die er bijna elke avond plaats vindt. Tegen 19.30u namen we aan het hotel een taxi en lieten ons in Sagarnaga aan de inkom van nr. 339 afzetten. Marie-Claire moest nogmaals naar boven, om er hulp te vragen om mij op de eerste verdieping te brengen. Met muziek werd stipt om 20u gestart met een simpel fluitje en later met panfluit. Dit was zeker te genieten. De show, of zo gezegde show, was meer een toeristische klucht, die US$ 15 p/p kost en startte enkele minuten na de solist. In het begin was het nog te genieten, maar na enkele dwaze dansnummertjes werden personen uit het publiek uitgenodigd op de dansvloer en dit was niet naar onze zin. We vroegen de rekening voor wat gegeten en gedronken hadden en vertrokken. Wij betaalden er cash Bs. 170 en we hadden maar gekozen voor de saladebar, wat het goedkoopste uitviel. Voor ons hoefde geen andere Peña meer, ze zijn misschien allemaal op dezelfde leest geschoeid. Peña Huari is zeker geen aanrader. We vroegen een taxi en keerden onvoldaan naar het hotel terug. Voor ons werd het een reuzeflop.

In Tiwanaku scheen de zon zich weer volop en wij genoten er van.

24/09 Vrijdag ½ dag s.s. La Paz - Avondvlucht Rurrenabaque

 Na het ontbijt vertrokken we vanuit het hotel met een taxi naar de Mirador Kilikili. Aan dit uitkijkpunt zijn een 40-tal treden, waarop ik door enkele bereidwillige jonge studenten ben naar boven gedragen. Boven heb je een goed uitzicht op La Paz. Over La Paz hangt vaak een dikke laag smog, veroorzaakt door de vele auto’s die stapvoets op de steile hellingen door La Paz tuffen. Daardoor kan het uitzicht wazig worden. De berg Illimani krijg je door die smog zelden goed te zien. De chauffeur wou ons iets speciaal tonen en reed naar de Puente de los Americas, maar het uitzicht van op de brug was niets om over naar huis te schrijven. Via Av. Prado zijn we naar het hotel teruggekeerd om te pakken, te lunchen en uit te checken. Een volledige menu kostte in het restaurant van het hotel Bs. 30 p/p en het was lekker. We hadden met de taxichauffeur afgesproken, om ons naar de luchthaven van La Paz te voeren. Zijn vraagprijs was Bs. 60, na wat afpingelen deed hij het voor Bs. 50. Tegen 14.30u, het afgesproken uur, stopte de man voor het hotel. Er werd vlug geladen, afscheid genomen en weg waren wij. Om 15.05u stopte hij voor het luchthavengebouw. De chauffeur bracht de bagage nog mee binnen, we rekenden af en konden dan naar de incheckbalie van Amaszonas. Met deze vliegmaatschappij vertrokken we naar Rurrenabaque, om van daar de dag daarop per Jeep naar het Madidi N.P. te rijden.

 Het inchecken ging heel traag maar zonder problemen. Na het betalen van de airporttaks, US$ 15 p/p, konden we vrij rondlopen in het luchthavengebouw. Een assistent kwam ons oppikken rond 16u en we mochten aan boord gaan. Ik werd op de allereerste stoel gedeponeerd. Normaal mag ik nooit aan een exit plaats nemen, hier gelden die normen waarschijnlijk niet. Ik moest zelfs uitzien hoe ik mijn voeten neerzette of zij zaten tussen de sluiting van de deur. Om 16.50u konden we uitendelijk La Paz tot ziens wensen, om aan te komen om 17.25u in Rurrenabaque. Toen de deur van het vliegtuig openzwaaide, kregen we een zweem van hete vochtige lucht naar binnen. We waren immers in de tropen gearriveerd. Het kleine toestel liep vlug leeg en ik werd daarna als laatste opgetild, uit het vliegtuig gedragen en in mijn rolstoel neergezet. Met een assistent haalden we de kleine bagage op en zochten een eventuele taxi. Dit laatste was niet nodig, want er stond een minibusje, dat rijdt voor Amaszonas, gereed om de passagiers naar de verschillende hotels en hostals te voeren. Die dienst is niet gratis, wij betaalden Bs. 2 x 6 voor ons twee. Die dienst is naar het schijnt altijd verzekerd, want taxi’s zijn in Rurre niet te zien. Het complex waar we in Rurre verbleven voor 1 nacht, was tiptop in orde, tenminste voor de modale reiziger die een beetje meer luxe wil. Met een rolstoel is het er iets moeilijker, maar het personeel is vriendelijk en heel gedienstig. We beschikten er zelfs over een gans appartement met drie slaapkamers, twee badkamer en een keuken met zithoek. Over airco beschikten we niet, maar in iedere plaats hing een grote ventilator aan het plafond. Vermits de paden voor mij niet al te best lagen, vroegen wij het avondeten en het ontbijt op de kamer. Na het avondeten doken we het bed in, dekens hoefden niet en zelfs een laken was soms te warm.

De zonnedagen tellen deed ik al lang niet meer, tot hiertoe heeft ze ons nog maar weinig in de steek gelaten. In Rurre scheen wel de zon, maar ze was omfloerst door een dikke walm van rook, de reden was: bosbranden en oude veldgewassen die in de fik gestoken waren.

25/09 Zaterdag Pampa toer

- Rurrenabaque is een klein junglestadje gelegen in het laagland op een 200km ten noorden van La Paz. Het is eigenlijk een junglestadje zoals zovele andere. Het dankt zijn vermelding vooral aan het feit dat het de belangrijkste startplaats is voor personen, die in Bolivia een regenwoudexcursie willen maken. Vanuit het stadje worden regenwoudexpedities georganiseerd in het stroomgebied van de Rio Beni. De laatste jaren zijn ook excursies naar de pampa’s van het Pilon Lajas biosfeer reservaat populair. Hoewel minder indrukwekkend qua vegetatie is de dierenrijkdom in deze open pampa veel hoger dan in het regenwoud.

 Rond 9u werden we door een oubollige en aftandse Jeep in de resort opgehaald voor de meer dan drie uur durende tocht over een hobbelige en heel stoffige weg(een verharde zandweg met putten en bulten). De Jeep, een 4x4 die niet echt nodig was, hobbelde de ganse 95km van hier naar daar, steeds de minst diepe putten zoekend. Bij de inkom van het Madidi N.P. in Santa Rosa del Yacuma konden we even verpozen en natuurlijk de inkomkaartjes aanschaffen aan de goedvoorziene loketten. Zonder het betalen van de inkom, kom je niet in het nationaal park. Met dezelfde Jeep werd de rit verder gezet tot we bij de Caracoles Ecolodge toekwamen. Het beheer van deze ecolodge is in handen van
-    Bala Tours, Tel./Fax: + 591/3-89.22.527
 Website: www.balatours.com
Bala Tours is gevestigd in Rurrenabaque. Het is onmogelijk om zonder toedoen van hen in het Ecolodge Caracoles te boeken. Wij reserveerden er 3 dagen en 2 nachten in de Ecolodge Caracoles, all-in, door bemiddeling van Servimaster Tours, Calla Sagaraga in La Paz.

- Het Madidi N.P. werd door de Boliviaanse regering op 21 september 1995 uitgeroepen tot nationaal park. Het Madidi N.P.(18.960km²) is erg afwisselend, van regenwoud tot bergtoppen van 5.500m in het Andesgebergte. Het is één van de grootste biodiversiteits reservaten ter wereld. Door het afwisselend landschap en het vochtige klimaat leven hier veel diersoorten(988), 44% van alle Nieuwe Wereld zoogdieren, 38% van alle tropische amfibiën en meer dan 10% van de vogelsoorten in de wereld. Er leven veel bijzondere dieren in het nationaal park zoals de jaguar, de brilbeer en de tapir. Naast de vele dieren leven hier ook verschillende gemeenschappen, bestaande uit ongeveer 1.700 personen. De gemeenschappen leven dicht bij de rivieren in het park, Rio Madidi en Rio Tuichi.

 Bij aankomst in de lodge zat natuurlijk de Jeep en de bagage onder het stof. De wagen was wel gesloten, maar vertoonde overal tochtgaten en spleten, daar door komt het opwaaiende stof gretig naar binnen. In de rolstoel kon ik de eerste minuten geen plaatsnemen, hij moest eerst onder handen worden genomen. De bekleding was niet meer zwart maar geelachtig van het fijne stof. Ik dacht van mezelf, het gaat nog qua stof, maar bij een grondige controle was mijn haar niet meer grijs maar naar de gele kant. Deze avond zouden we al het stof wel wegwassen onder de primitieve douche. Na installatie op de kamer was het hoogtijd voor de lunch, die niet al te bijster lekker was. We waren vast in de veronderstelling dat de driedaagse pampa-toer een gedeelde toer zou zijn, maar niets was minder waar. Daarom kregen wij een Jeep voor ons alleen, samen met de gids. Ook de boottochten zouden volledig privé doorgaan, wat een luxe. Na de povere lunch werd alles in gereedheid gebracht voor een eerste korte boottocht op de ondiepe Rio Yacuma. Ik werd naar de boot gedragen zonder rolstoel en in een stoeltje in de boot werd ik neergezet. De rolstoel werd wel meegenomen, maar Marie-Claire mocht nog niet instappen. Door de lage diepgang van de rivier was zij genood-zaakt een heel eind langs de oever te voet door te gaan tot aan een vlottende brug. Pas dan mocht zij ons vervoegen en kon het spotten van de verschillende diersoorten beginnen. Aan capibara’s of waterzwijnen, kaaimannen of alligators en kleine schildpadden was geen ge-brek. De vogelgemeenschap was eveneens goed vertegenwoordigd in allerlei maten en kleuren. Van de apen zijn we verstoken gebleven. De bootsman moest goed uit zijn doppen kijken om niet vast te lopen in het ondiepe water. Wanneer dit toch gebeurde, werd met stokken en roeispanen geprobeerd het vaartuig terug vlot te krijgen. Lukte dat niet, dan zat er voor onze twee gezellen niets anders op dan uit te stappen en het bootje over de zandbank te trekken.

 Onze gids en tevens roerganger zorgde er voor om tegen 18u terug aan de lodge te zijn. Pas dan heb je kans op muggen en die konden we best missen. We kregen nu een korte rustpauze, vooraleer aan tafel te gaan voor het avondeten. Drank was inbegrepen, maar dan alleen een aangelengd fruitsap en water en of dat allemaal zo safe was, daar hadden we onze bedenkingen bij. We hebben het water gedronken en zijn toch niet ziek geweest. De maaltijd was niet veel zaaks, maar als je honger hebt, smaakt het minder lekkere ook nog. Om terug naar de kamer te geraken, hadden we de hulp nodig van onze twee metgezellen, ten eerste om mij uit het restaurant en in de kamer te brengen en om te lichten. Vermits het een ecolodge is, is de elektriciteitsvoorziening ook maar pover. Daar zorgt een generator voor van 18.30u tot omstreeks 22u. In de kamer werd werk gemaakt van een grondige wasbeurt. Het warm water was niet heet, maar met een temperatuur van rond 30° stoort zoiets minder. Nadien voel je je een heel stuk beter en terug in de oorspronkelijke staat.

De ganse dag bleef de zon omfloerst door een dichte nevel, die veroorzaakt werd door de verschillende branden. Ondanks dat was het meer dan behoorlijk warm.

26/09 Zondag Pampa toer

 Een simpel ontbijt ging het vertrek vooraf. Om 8.45u konden we eindelijk in de richting van de rivier gaan. De gids was goed gepakt, hij zeulde de lunch mee voor vier personen. We bleven immers een ganse dag op het water. Nu mocht Marie-Claire wel mee instappen, maar voor onze twee begeleiders was het zwoegen om over de vele zandbanken te geraken. De meeste kaaimannen lagen languit op de oever te soezen, waarschijnlijk na een goede maaltijd. De capibara’s liepen regelmatig de struiken in of plonsten in het warme water. De kleine schildpadden zijn heel schichtig en daardoor moeilijk te fotograferen, bij de minste beweging of voor hen vreemd geluid duiken zij het water in en zie je ze niet meer. Tegen de middag werd een kleine inham opgezocht en aangemeerd. Het was tijd om even te verpozen en onze twee metgezellen haalden hun visgerief boven, tenminste wat er moest voor doorgaan. Het was een heel primitief gedoe. Beiden maakten een haakje vast aan een visdraad, hingen er een stukje vers vlees aan als aas en gooiden het in de rivier. De piraña vangst was hierbij geopend. De eerste pogingen liepen op niets uit, maar dan werd het ene visje na het andere gevangen. Een foto van de vlijmscherpe tandjes van dit roofzuchtige visje mocht natuurlijk niet ontbreken. Daarvoor hield onze gids met zijn vingers het bekje van het visje open. Volgens hem kan een school piraña’s in 1 uur tijd een koe verslinden. Zij vallen alleen maar aan als zij vers bloed zien of ruiken. Dus steek je hand niet in het water, wanneer je er een wondje hebt. De kans is groot dat heel je arm in enkele ogenblikken is opgegeten door de vraatzuchtige visjes. Zwemmen in water samen met piraña’s is geen probleem, beweerden beiden. Ik zou er toch niet zo gerust in zijn.

 Wanneer beiden voldoende visjes, van allerlei aard, gevangen hadden met hun primitieve vislijn, werd de lunch bovengehaald, verdeeld en smakelijk opgegeten. Als drank hadden we enkel lauw tot warm water. Het was gekoeld in het bootje gelegd, maar de warmte had haar invloed op het water uitgewerkt. Na de lunch werd de boottocht verder gezet, maar niet voor lang. De motor van onze boot liet het plots afweten. Onze beide metgezellen hebben eerst zelf getracht de motor te herstellen en in gang te krijgen, maar zonder veel succes. Een voorbij varende boot werd tegengehouden en met vereende krachten werd nogmaals een poging ondernomen en het lukte evenmin. De passagiers van de tweede boot hebben met zijn allen de onze van de zandbank getrokken, zijn dan terug ingestapt en verder gevaren. Voor onze beide metgezellen zat er niets anders op dan de terugtocht al roeiend verder te zetten. Het moet dan rond 15u geweest zijn en zij voorzagen een terugtocht van een drietal uren. Dit was iets van het goede teveel voor ons, maar we hadden geen andere keuze dan flegmatisch het einde van de zware boottocht af te wachten. Rond 17u kwamen we bij een kleine nederzetting op de oever van de rivier. Eén van onze twee metgezellen stapte uit en zocht hulp aan wal. Een korte poos erna kwam hij ons melden, dat hij een bereidwillig persoon aan de haak had kunnen slaan, oef. Nu kwam het er op aan mij uit het bootje en aan wal te krijgen. Gelukkig zat er iets verder op een gezin, de man zag het probleem en snelde ter hulp. Op het droge was het wachten op de wagen van de man. Hij kwam aangetuft met een heel oud karkas op wielen. Het ding reed nog, maar dat zal het zowat geweest zijn. De binnenbekleding was volledig weg, de ramen kon je niet sluiten, het contact hing ergens te bengelen en de deuren moest je openen met aan een koordje te trekken. Zulke wrakken vind je bij ons enkel op de schroothoop. In ieder geval waren wij er mee geholpen.

 Eén van onze twee begeleiders was met ons mee, om in de lodge een andere motor op te pikken en naar de boot te brengen. Ter plaatse werden we naar de kamer gebracht en konden we ons verfrissen. Even later waren de bootsmannen terug. We vroegen aan onze gids of we tegen 19u ons avondmaal konden hebben en of er mogelijkheid was om een tortilla klaar te maken met frieten. Het was allemaal OK en het heeft ons gesmaakt. We hadden de dag voordien naar Cola gevraagd, die was niet voorhanden, maar geen nood, bij het eerste transport vanuit Rurre zou dat wel meekomen. De frisdrank werd inderdaad koel geserveerd en die smaakte bijna zo goed als de tortilla. We hadden nu het gezelschap van een Duitser, die tevreden was dat hij tortilla op zijn bord gekregen had. Hij was pas deze middag toegekomen, had een korte boottocht op de Rio Yacuma gemaakt en zag het er niet meer zitten. Hij verdroeg de zwoele warmte niet en wou morgen samen met ons naar Rurre terugkeren. Na een korte woordenwisseling werd ik naar ons warm stulpje gebracht en vertrok Marie-Claire met de gids een nachtelijke wandeling langs de oever van de Yacuma rivier, gewapend met een toorts voor het spotten van de kaaimannen. Hun ogen schitteren in het licht van de lamp. Lang hield zij het niet uit, want ze werd aan het water door muggen omzwermd. Ze zocht dan maar wijselijk onze kamer op en we legden ons neer op het bed voor een hopelijk goede nachtrust.

De ganse dag werd de zon omfloerst nogmaals door een walm van dichte en stinkende rook, veroorzaakt door de vele branden her en der.

27/09 Maandag Pampa toer & avondvlucht Rurrenabaqua - La Paz

 De ganse nacht werden we een doordringende brandgeur gewaar. Het pakte na een poos op je adem. Door de constante rook wisten we zelfs niet of we in Rurre zouden kunnen opstijgen voor de vlucht naar La Paz. Ondanks de hinderlijke geur waren we goed op tijd voor het ontbijt en kon Marie-Claire tegen 8.30u er met de gids op uit trekken voor een wandeling langs de oevers van de rivier. Ze gingen op zoek naar anaconda’s, maar hebben er geen kunnen ontwaren. Na twee uren wandelen hield zij het voor bekeken. Haar schoeisel was niet aangepast aan de drassige oever van de rivier. Het dragen van rubberen laarzen is voor zulke wandeling aan te raden. Omdat Marie-Claire vroeger terug was dan oorspronkelijk voorzien, vroegen we de gids of we niet vroeger onze lunch konden hebben en meteen daarna naar Rurre vertrekken. Het enige obstakel hiervoor was de wagen, die in Rurre pas zou vertrekken tegen 11.30u en ten vroegste kon aankomen aan de lodge rond 13u. Er zat niets anders op dan een rustpauze in te lassen, voor we aan tafel konden en mochten. We hadden ondertussen vernomen dat de vlucht Rurre - La Paz kon doorgaan. Gisteren wist niemand of er kon opgestegen worden door de dichte rook. In Rurre wordt er op zicht gevlogen, radar hebben ze niet en met de dikke rookwolken weet je maar nooit. Tot verleden jaar was het al-tijd koffiedik kijken of er kon gevlogen worden. Toen lag er nog geen asfalt op de landingsbaan en bij regenweer kon er niet geland of opgestegen worden.

 Om precies 13u verscheen een wagen op het terrein van de lodge. Er werd geladen en om 13.30u konden we vertrekken, maar nu niet meer alleen. De Duitser moest met ons mee naar Rurre en dit zinde ons niet. Niet dat we iets tegen die persoon hadden, maar als de driedaagse volledig privé geboekt en betaald was, wilden we het ook zo houden. We hadden nu wel een nieuwere en betere wagen. Daardoor werd de tijd een heel stuk ingekort. We kwamen in Rurre reeds toe om 15.45u. De chauffeur wou ons op de luchthaven droppen, maar we wilden eerst ons beklag te doen bij Bala Tours in Rurre stad over het gedeelde transport. De gids vond het niet zo’n goed idee, maar we gingen hem zeker niet in verlegenheid brengen. Onze klacht werd genoteerd en we sleepten een tegemoetkoming in de wacht van Bs. 200. We lieten ons nu maar naar de splinternieuwe luchthaven brengen. In onze ogen was het meer een oude schuur, maar het inchecken verliep toch al met computer. Het wachten tot het tijd was voor de boarding was aan de overzijde van het kleine gebouw, of ter plaatse maar dan ook in open lucht. Security kent men hier ook niet, maar bij het instappen kreeg ik wel assistentie en werd ik weer op de allereerste stoel aan de deur gedropt. Precies op het juiste uur 17.05u zetten de piloten de motoren in gang en werd naar de startbaan gereden. Pas twee maand geleden is de startbaan geasfalteerd en is het probleem bij regenval van de baan. We landden na een goede vlucht in La Paz om 18.10u. De bagage ophalen duurde niet lang, we namen een taxi buiten het luchthavengebouw en waren in Hotel Madre Tierra rond 19u. Er werd vlug ingecheckt, de weinige bagage op de kamer gezet en we zochten een restaurant op. Het werd
-    Restaurante Chifa Lu Qing, Avenida 20 de Octubre 2090, Frente Edif. Aspiazu
 Tel.: + 591/2-242.41.88, 241.15.60
Het restaurant ligt vlak naast het hotel en is, zoals de naam licht doet vermoeden, een Chinees restaurant. Het is een net eethuis, de wachttijd is niet te lang, de keuken levert prima werk en zoals overal in Bolivia zijn de porties meer dan groot genoeg en het is er niet duur. Wat ons opviel, personen die opstappen nemen het overblijvende van hun schotels mee naar huis. Jaren terug was dit bij ons ook heel gewoon. Wij betaalden er cash Bs. 105 voor ons beiden, drank inbegrepen.

 De ganse dag was de zon weer van de partij, maar werd soms deels verduisterd door de dikke rook van de verschillende brandhaarden. We waren tevreden uit de zwoele warmte van de pampa’s weg te zijn, in La Paz was dan weer een heel pak koeler, maar daar kan je iets warmer aantrekken.

28/09 Dinsdag Vrije dag in La Paz

 Na het ontbijt trok Marie-Claire er alleen op uit. We zagen er alle twee tegen op om de steile straten nog eens te trotseren. Marie-Claire wou eens La Paz verkennen zonder het gesleur van de rolstoel. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om de gewone mailbox na te kijken en onnodige berichten op te ruimen. Tegen de middag verscheen zij terug op het toneel en stond versteld dat ik nog steeds op de PC bezig was. Ik belette niemand en veel anders kon ik in het hotel niet uitrichten. We namen onze lunch in het hotel, waarna we ons met een taxi naar de Av. Prado lieten brengen. Deze brede laan is één van de drukste winkelstraten van La Paz. Hier vind je chique en minder chique winkels en je merkt hier goed, dat de bevolking van La Paz het beter stelt dan diegenen die in El Alto wonen. Moe geslenterd, zochten we één van de weinige terrasjes op om iets te drinken. Blijven zitten kunnen wij niet lang en we deden een laatste poging om de steile straten van La Paz te trotseren. Aan de Plaza San Francisco begonnen we aan de heel steile klim van Calle Sagarnaga. De eerste meters haalden wij het nog, dan riepen we de hulp in van een jonge man. We wilden naar Calle Linares en in die straat ligt het vrij vlak. Eer we op de hoek van de straat waren, moest onze hulp enkele keren halt houden. Hij trapte ook op zijn adem en was nog zo jong. Het is een lastige karwei, maar wat je er voor in de plaats krijgt, is voor ons onvergetelijk. Calle Linares herbergt enkele souvenirshops en nu het toch de laatste uren in La Paz waren, kon dit voor ons wel eens. Op een gezellig overdekt binnenkoertje werd verpoosd en iets gedronken, waarna we uitgeteld met een taxi terug het hotel opzochten. La Paz zat er voor ons zo goed als op.

 Terug op de kamer werd werk gemaakt van een laatste grote wasbeurt en werd de bagage gesorteerd voor het vertrek morgen middag. Dit karwei ten einde, trokken we er te voet op uit om eens een ander restaurant te zoeken. Het ging altijd bergaf tot op een pleintje. Tot hiertoe was er geen enkel eethuis naar de zin van Marie-Claire. We vatten de terugweg aan, bergop, en belandden terug bij Restaurante La Ollita de Don Italo, Av. 20 de Octubre, La Paz, waar we een paar dagen tevoren goede pizza’s op ons bord kregen. De zaak was feitelijk gesloten, maar de kelner herkende ons en deed de deur voor ons wagenwijd open. De kokkin begon met de voorbereidingen en een klein half uurtje later smulden wij van een lekkere maaltijd. We zegden nog “buenas noches” en zochten onze vaste stek op voor een laatste nacht in La Paz.
De ganse dag genoten wij van een deugddoend zonnetje.

29/09 Woensdag Vlucht La Paz  / Iquique  / Santiago de Chile  / Madrid

 We vroegen een grote taxi tegen 8.45u, om naar de luchthaven te vertrekken. Hoe de man reed, weet ik niet, hij slingerde zijn wagen door smalle straatjes om boven aan te komen in El Alto. We hadden voordien altijd via een betalende route dit traject afgelegd en nu ging het plots anders. Het kon ons niet schelen hoe hij reed, het kwam er bij ons op aan de luchthaven te bereiken. We stopten voor de ingang van het luchthavengebouw om 9.15u. Er werd gemord bij het plastificeren van de bagage, maar uiteindelijk was alles OK. Het inchecken ging vrij vlot, maar de zitplaats voor de vlucht Santiago - Madrid kon in La Paz nog niet toegewezen worden. De baliebediende kon niet in het systeem van Santiago. We moesten dit in Santiago regelen. Onmiddellijk kregen we assistentie om naar de gate te gaan. Nu was het aftellen om aan boord te mogen. Rond 11u werden de deuren geopend en kwam mijn begeleider ons ophalen om naar het vliegtuig te gaan. We zijn de lucht ingegaan om 11.20u voor een vlucht van 1 uur naar Iquique. Daar moest iedereen het toestel verlaten, om de immigratie te passeren. Gelukkig mocht ik op mijn plaats blijven, daarvoor werd aan het grondpersoneel de toestemming gevraagd. Waarom de immigratie in Iquique moet gebeuren en waarom dit niet in Santiago kan, is ons een raadsel. Na een tussenstop van 40 minuten zetten we de vlucht naar Santiago verder, om er na 1.50 uur vliegtijd aan te komen.

 Een begeleider stond aan het toestel gereed en met twee personen kwamen zij mij ophalen met een smal rolstoeltje. Mijn vertrouwde rolstoel stond buiten op mij te wachten. Ik werd er tegen gereden, de twee mannen heften mij van het ene vehikel in het andere en we konden vertrekken. Allereerst wilden we iets tussen de tanden steken en dat lukte prima in één van de vele kleine eethuizen op de luchthaven. Toen de kleine maaltijd achter de rug was, zochten wij de infobalie van LAN op, om te trachten de zitplaatsen voor de lange afstandsvlucht Santiago - Madrid te wijzigen. De bediende zei ons, dat zij dit niet kon. Dit moesten we bij de gate zien te regelen. Het jonge volkje aan de gate wuifde onze vraag simpelweg van tafel, zelfs na meer dan een half uur over en weer bellen kwam er geen schot in de zaak. We hadden in La Paz plaatsen toegewezen gekregen en daar moesten we maar gaan zitten. We ondervonden dat het jonge volkje zelfs de moeite niet deed om naar een degelijke oplossing te zoeken. We zijn het maar afgebold en zouden in het toestel wel zelf het heft in handen nemen en plaatsnemen waar het voor ons het beste was met extra beenruimte, geen zitplaats voor ons en niet al te ver van het toilet. Toen de passagiers, waarvan wij de plaats hadden ingenomen, in het toestel kwamen, hebben wij ze zelf gevraagd om de plaatsen te ruilen en het was zo geregeld. Even later kwam de purser van het grondpersoneel ons op de vingers tikken. We hadden de plaatsen gewisseld, terwijl dit zijn taak was. De man noemde ons zelfs profiteurs, omdat wij ons een betere plaats toegeëigend hadden dan voorzien. Hij is opgestapt en we hebben geen problemen meer gehad. We zijn vertrokken om 19u in Santiago en na een goede vlucht de dag daarop in Madrid geland om 13.45u.

30/09 Donderdag Vlucht Madrid  / Brussel

 De dienst assistentie op de luchthaven Barajas in Madrid levert prima werk. Mijn begeleider reed de rolstoel tot bij de centrale van assistenten. We moesten er wachten tot we werden opgeroepen. Het normale vertrekuur in Madrid was om 19.45u. We merkten vlug dat er iets niet pluis was. Onze vlucht stond wel aangekondigd, maar zonder vertrekuur. Ten langen laatste kregen we toch een vertrekuur te zien. Om 20u mochten we aan boord, om de parkeerplaats aan de gate te verlaten om 20.30u. We dachten, nu zijn we weg, maar we taxieden nog een hele poos op de tarmac en het boordpersoneel bleef er stoïcijns kalm bij. Pas na 1.30 uur kreeg de piloot toestemming om te vertrekken, het was dan 22.15u. Wij dachten eerst, het zal weer filerijden zijn om te mogen opstijgen. Later vernamen we dat een staking van de verkeersleiders de grote reden was. We landden in Brussel om 0.30u in plaats van om 22u. De assistent bracht ons tot in de grote hal, dan moesten we alleen verder naar de bagageband. Daar vervoegde hij ons terug en begeleidde ons naar de uitgang. We hoopten dat de bestelde taxi van taxibedrijf Meerhof uit Willebroek op ons zou wachten en hier was het geluk toch met ons, hij wachtte ons op. Rond 1.30u waren we thuis, doodmoe van de lange terugreis met een heel lange wachttijd in Madrid, 7 uur.

 Oost west, thuis best

Eindconclusie

Wie van weidse natuur, wondermooie landschappen, grote hoogten met mogelijkheid voor hoogteziekte niet vreest en van mooie fauna en flora houdt, moet zich zeker wagen aan een doorgedreven rondrit op de Altiplano van Bolivia en het Amazonewoud even in trekken. De nationale en regionale parken stellen een pracht van natuurschoon tentoon. Je valt van de ene verbazing in de andere en je kan haast niet anders dan in superlatieven spreken. De steden bieden een waaier aan cultureel erfgoed, restant van de kolonisatie door de Spanjaarden. In de schaars bevolkte dorpen zie je hoe simpel de mensen behuisd zijn en met hoe weinig comfort zij moeten leven en werken. Je merkt ook het verschil tussen de inheemse bevolking (arme indianen) en de rijkere blanken. In ieder geval hebben we het ons zeker niet beklaagd, dat we deze natuur- en culturele reis hebben ondernomen. Als rolstoelgebruiker is het land moeilijker te bereizen. Tegen het einde van de trip waren wij beiden totaal uitgeteld, maar uiterst tevreden dat we aan dit avontuur begonnen waren en tot een goed einde gebracht hebben zonder problemen. Het is aan ieder natuurminnend persoon en aan fotografie liefhebbers ten stelligste aan te bevelen.

Hoe goed vond je dit reisverslag?: 
5
Gemiddeld: 4.3 (3 stemmen)